‘Wij zijn het enige EU-land dat 38 maanden WW geeft’

Werkgeversorganisatie VNO-NCW wil de looptijd van de WW-uitkering inperken tot een jaar. Onlangs stelde Wientjes dat Nederland het enige land in Europa is dat nog nog uitkeringen verstrekt met een duur van 38 maanden. Maar klopt die uitspraak van Wientjes wel?

De claim dat Nederland het enige Europese land is met een werkloosheidsuitkering van 38 maanden of meer, sneuvelt bij de eerste blik over de grens. Belgen kunnen gebruikmaken van een werkloosheidsuitkering van onbeperkte duur. Uit de MISSOC-databank van de Europese Unie, die zowel EU- als niet-EU-landen vergelijkt, blijkt wel dat die ongelimiteerde looptijd een uniek Belgisch verschijnsel is. Met 38 maanden bevindt Nederland zich op een tweede plaats, samen met Portugal. De 36 maanden durende uitkeringen in Frankrijk en IJsland komen dicht in de buurt.

Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Spanje hanteren een maximum van twee jaar. Zwitserland (520 dagen). Oostenrijk (1 jaar) en Italië (360 dagen) zijn nog strenger. In sommige voormalige Oostbloklanden is de uitkering korter dan een jaar. In het Verenigd Koninkrijk geldt een maximum van 182 dagen.

Maar er zijn ook uitzonderingen. In sommige landen, zoals Italië en Oostenrijk, geldt dat aparte groepen – zoals mensen ouder dan 50 jaar in Italië bijvoorbeeld – toch langere uitkeringen kunnen genieten dan het Nederlandse maximum. Conclusie: hoewel in het gezelschap van andere uitschieters heeft Nederland een van de langste looptijden van Europa.

Over de uitkeringshoogte kunnen we een vergelijkbare conclusie trekken. De WW-uitkering bedraagt in Nederland 75 procent van het laatstverdiende loon voor de eerste twee maanden en 70 procent voor alle maanden daarna. Volgens een onderzoek van de Universiteit Leiden bevindt ons land zich daarmee op de derde plaats in de EU, in een kopgroep met Luxemburg, Portugal en Frankrijk.

Uit deze gegevens valt op te maken dat zowel de uitgekeerde bedragen als de maximumduur van de WW in Nederland internationaal gezien ruim zijn. Maar daarbij moet worden aangetekend dat de meeste Nederlandse WW’ers niet de bovengrens van 38 maanden halen. Wie niet op zijn minst 52 dagen per jaar heeft gewerkt in vier van de vijf jaren die voorafgingen aan werkloosheid, ontvangt ten hoogste drie maanden WW. En wie wel aan deze eis voldoet, heeft recht op een maand uitkering per gewerkt jaar.

Dit betekent dat om de uiterste limiet van 38 maanden te halen, iemand op zijn minst 56 moet zijn en 38 jaren gewerkt moet hebben. Hoeveel WW’ers dit halen, is niet exact te zeggen, maar uit cijfers van het CBS blijkt dat 28 procent van alle WW’ers in 2010 een uitkering van meer dan 12 maanden ontving.

Dan de omvang (hoogte én duur) van de WW. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) maakte in 2009 een internationale vergelijking van de omvang van de uitkeringen waarop werklozen een beroep kunnen doen ten opzichte van hun vorige loon. Daaruit bleek dat de Nederlandse regeling – uitgaande van een gemiddelde werknemer van 40 jaar met een ononderbroken arbeidsverleden – aanvankelijk gunstig is voor werklozen, maar dat de uitgekeerde bedragen na twee jaar sterk dalen. Dan kan de gemiddelde 40-jarige namelijk geen aanspraak meer maken op WW. Daardoor eindigde Nederland, als je uitgaat van het gemiddelde bedrag aan WW-uitkering dat na vijf is uitgekeerd, als 12de van de 27 EU-landen.

Tot slot de kosten. Door de hierboven beschreven beperkingen en omdat Nederland volgens EU-data het op een na laagste werkloosheidspercentage in de EU heeft, vallen de totale kosten van de WW in Nederland mee. Dit jaar zullen ze vermoedelijk 4,6 miljard euro bedragen. Daarmee stond Nederland qua uitgaven in 2009 op de 10de plaats in Europa.

In deze rubriek worden feitelijke beweringen op juistheid gecontroleerd.

    • Roeland Termote