Wij Russen kijken niet op een graad en nemen een slok

Een lid van de winterbadclub in Krasnojarsk baadt in de Jenisej. Buitentemperatuur: min 26. Foto Reuters

Een pelsjas is het enige dat helpt bij temperaturen van min 20 of lager. Precies daarom maakt een Partij voor de Dieren geen kans in Rusland. Want nergens wordt ’s winters zoveel bont gedragen als in dit deel van de wereld – uit pure noodzaak en overlevingsdrang.

Natuurlijk kun je bij min 20 ook niet zonder bontmuts, lange thermische onderbroek en viltlaarzen. En vergeet de warme thee niet, zeker als je meer dan een uur op straat doorbrengt, omdat je het bijvoorbeeld in je hoofd hebt gehaald om een nieuwe douchekop te gaan kopen en je de winkel maar niet kunt vinden.

De kou is de grootste vijand van iedere Rus. In het Siberische Tomsk is het dezer dagen overdag min 28 en ’s nachts min 36 graden Celsius. In Jakoetsk, in het Verre Oosten, is zo’n temperatuur slechts de aankondiging van de echte kou, die er tot min 50 kan oplopen. Bij zo’n temperatuur is het zaak te onthouden dat je vooral geen brugleuning moet aanraken, omdat je er in een handomdraai aan vastvriest. Als er op zo’n moment niemand in de buurt is om je los te hakken, kunnen de gevolgen fataal zijn.

Rampen kunnen zich ook voordoen in de permafrostgebieden, waar als gevolg van klimaatveranderingen de funderingen van flatgebouwen het kunnen begeven en de huizen instorten. Een westerling, die aan niets gewend is, schrikt ervan. Een Rus haalt er zijn schouders over op. „Vsjo normalno – alles in orde”, zegt hij dan. „In zo’n land leven we nu eenmaal.”

In Moskou, waar de winter pas een week geleden echt is gearriveerd, staat de thermometer ’s middags al op min 20 om ’s nachts zo’n tien graden verder te dalen. Op zo’n moment kunnen de maagdelijk witte sneeuw op straat en de helblauwe winterhemel je niet meer bekoren en bewonder je die hoogstens nog vanuit je appartement, dat door de stadsverwarming permanent op plus 24 graden wordt gehouden. Die tegenstelling heeft altijd iets vreemds. Kom je in het bont gehuld bij iemand op bezoek, dan is de kans groot dat zij je in een zomerjurkje ontvangt.

Voor de armen, de daklozen en de bejaarden is de kou het meest genadeloos. Daklozen worden in de Russische winter nog meer verketterd dan anders, omdat ze zelfs in de kou haarden van besmetting vormen. Het medelijden met hen wordt ’s winters dan ook bruut opzij geschoven. Zwervers, die de kou doorgaans overleven dankzij het drinken van nog meer wodka dan normaal, worden uit hun vertrouwde portieken verjaagd en zijn zelfs niet meer verzekerd van een onderkomen in de broeierig warme metrostations. Zij die op straat dronken in slaap vallen, hebben geluk wanneer ze op tijd door de anti-alcoholbrigade worden opgepikt.

Maar bij een paar graden onder nul is er voor een Rus niets aan de hand. Voor het Nederlandse min 5 haalt hij zijn schouders op, al weet hij dat dat min 5 in een zeeklimaat kouder aanvoelt dan in zijn vaderland. Je moet het echter niet wagen om bij zulke kleutertemperaturen de kleppen van je bontmuts omlaag te doen, als je niet voor mietje wilt worden uitgemaakt. Een echte man heeft blote oren, zal de oudere generatie zeggen. Toch geven veel jongeren in de grote steden, die minder gehard zijn door de Russische geschiedenis, tegenwoordig de voorkeur aan een wollen muts. Laf als ze zijn in de ogen van hun ouders en grootouders, zetten ze in noodgevallen hun gewatteerde capuchon daarbij op.

In Rusland is veel slecht georganiseerd, behalve het openbaar vervoer en de ijsbestrijders. De treinen en bussen trekken zich niets van de kou aan en functioneren ’s winters optimaal. Vliegvelden ondervinden alleen hindernis van sneeuwstormen.

Op straat klinkt iedere ochtend rond vijf uur het ritmische gebik van de Centraal-Aziatische gastarbeiders, die in de drukste straten het overnacht gevormde ijs proberen te verwijderen om uitglijdgevaar te verminderen. IJs en sneeuw worden keurig op een hoop gegooid, door vrachtwagens van de sneeuwploegdienst afgevoerd en naar smeltovens gereden.

Het enige echte gevaar zijn dan nog de ijspegels, die soms mensgrote afmetingen aannemen. Een pegel op je hoofd kan dodelijk zijn. Vorige winter ging er in Sint-Petersburg en Moskou vrijwel geen dag voorbij waarop er geen slachtoffer viel als gevolg van zo’n koud moordwapen.