We zijn de hele dag op straat, ’s avonds krijgen we soep

Een dakloze asielzoeker in een park in Brussel. Foto Dries Luyten

Mohammed (8), uit de Afghaanse provincie Herat, zet zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd, duim omhoog: de Talibaan, zegt hij, schoten mensen uit zijn dorp dood. Mohammed wordt samen met zijn ouders en zijn zusje opgevangen door Belgische hulporganisaties die werden opgericht voor crisisgebieden in Azië of Afrika – maar die nu dakloze asielzoekers van de straat halen in hun eigen land.

Want ook daar is het crisis. Elke dag worden nieuwe asielzoekers, die wettelijk recht hebben op onderdak en eten, de straat op gestuurd omdat er geen opvangplaatsen meer zijn. Zo gaat het al drie jaar in België, maar door de kou van deze week zijn de verhalen extra schrijnend. En de politiek verantwoordelijke staatssecretaris, de Vlaamse liberaal Maggie De Block, raakt met de dag in grotere problemen. De ‘crisismanager’ voor de asielopvang, benoemd door de regering zelf, had vandaag harde kritiek op De Block omdat ze had beloofd dat er snel extra opvangplaatsen zouden komen. In een open brief in Belgische kranten schrijft hij: „De kinderen, daar had u het moeilijk mee. Naar hen zou uw bijzondere aandacht uitgaan. Toch?”

In de noodopvang van Mohammed, een oud kantoorgebouw in de Brusselse gemeente Anderlecht, kwam gisteren de ene na de andere televisieploeg langs om te filmen hoe zieke asielzoekers in de rij staan met een handdoek en shampoo: er zijn weinig douches, alleen de zieken mogen er gebruik van maken. Maar door de kou zijn dat er elke dag meer. „Ze krijgen koorts, we zien veel meer mensen met bronchitis dan een maand geleden”, zegt Anne Dussart van Caritas International, een van de acht hulporganisaties die ‘SOS Opvang’ hebben bedacht.

Het Vlaamse jeugdjournaal Karrewiet heeft de negenjarige Max naar Anderlecht gestuurd om Mohammed te interviewen. Max heeft zichzelf aangemeld als verslaggever omdat politiek hem interesseert. Hij wil zelf politicus worden. Of milieuprofessor. Hij woont in de Brusselse gemeente Sint-Jans-Molenbeek waar, zegt hij voordat de opnames beginnen, ook wel eens wordt geschoten.

Max interviewt Mohammed op de tweede verdieping, verderop staat een oude vrouw zich te wassen bij de kraan. Op dezelfde verdieping is ook de kamer waar Mohammeds moeder slaapt, samen met het zusje van Mohammed dat ziek is.

Ze waren de hele dag op straat – pas na vijf uur ’s middags mogen ze naar de noodopvang. Daar eten ze elke avond soep. De opvang draait op vrijwilligers, meer dan minimale voorzieningen zijn er niet. ’s Ochtends, meteen na het ontbijt, gaan de asielzoekers de deur weer uit. „Ik heb ook keelpijn”, zegt Mohammed. „Dat hebben we allemaal.”

Van tevoren had Mohammed, die in een vluchtelingenkamp in Luxemburg een beetje Frans leerde, verteld over de vrachtwagen waarmee hij naar Turkije was gereisd. En over de rubberboot naar Italië die lek ging. Een helikopter had hen gered. Maar als de camera draait, denkt hij dat elke vraag gaat over de tijd dat hij nu in België is: vier maanden. Max wil weten wat Mohammed wil worden. Hij doet een politieman na en een brandweerman en dan snapt Mohammed het opeens. „Dokter”, zegt hij. „Ik wil zieke kinderen pillen geven.”

Op de gang zegt Anne Dussart van Caritas International dat het idee van noodopvang vooral bedoeld was als ‘krachtig signaal’: als ontwikkelingswerkers ook in België met een project begonnen, zouden politici begrijpen hoe ernstig de problemen zijn. Maar nee. „Ze zijn nog altijd aan het nadenken over een oplossing.”

De afgelopen anderhalf jaar kregen de organisaties te horen dat een demissionaire regering geen echte beslissingen kon nemen over asiel en migratie. Maar de politieke crisis is voorbij, sinds half december is er een nieuwe regering – met voor het eerst een staatssecretaris die voor het hele dossier asiel en migratie verantwoordelijk is. Dussart: „Wij dachten dat er een plan klaar zou liggen. Maar er gebeurt niets concreets.”

De ‘crisismanager’ voor de asielopvang, Peter De Roo, vraagt zich in zijn open brief af waarom. Is de staatssecretaris bang onbegrip, omdat ze extra geld nodig heeft in een tijd van bezuinigingen? „Of roept het weerstand op dat u de kant zou kiezen van hen die geen dak boven hun hoofd hebben?” De Block zelf liet gisteren weten dat ze niet in een paar weken kan oplossen wat al zoveel jaren misgaat.

    • Petra de Koning