Veiligheidsraad verlamd over Syrië

Nieuwsanalyse.

Op dramatische toon vroeg Hillary Clinton gisteren in de Veiligheidsraad een veroordeling van het bloedige optreden van president Assad in Syrië. De Russen blokkeren net zo ferm.

Terwijl het regeringsgeweld in Syrië onverminderd doorgaat, blijft Rusland in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vooralsnog een resolutie blokkeren die het bloedvergieten veroordeelt en president Assads aftreden eist.

In de raad onderstreepte de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton gisteren dat „de geloofwaardigheid van de Verenigde Naties” op het spel staat als de raad niet snel handelt. De VN schatten dat sinds maart meer dan 5.400 burgerdoden zijn gevallen, maar zeggen het groeiend dodental niet meer te kunnen bijhouden.

„De hoop van het Syrische volk is in uw handen”, zo opende de Qatarese premier, sjeik Hamad al-Thani, de discussie in New York. „Het is onderdeel van uw verantwoordelijkheid onder het [VN-] Handvest.”

Maar de Russische gezant bij de Europese Unie, Vladimir Tsjizov, herhaalde vanochtend Moskous refrein dat de resolutie met zoveel woorden de mogelijkheid van een militaire interventie in Syrië van buitenaf moet uitsluiten. Rusland, bondgenoot en wapenleverancier van Assad, beschuldigt het Westen ervan vorig jaar misbruik te hebben gemaakt van een resolutie die opriep Libische burgers te beschermen tegen het regime van Moammar Gaddafi. Die resolutie, met een beroep op het beginsel van de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’ (Responsibility to Protect), diende als rechtvaardiging voor de bombardementencampagne die de rebellen hielp Gaddafi’s regime ten val te brengen.

Clinton en andere westerse en Arabische ministers onderstreepten gisteren dat militair ingrijpen niet aan de orde is. „Syrië is geen Libië”, vertolkte de Franse minister Alain Juppé de stemming. „Niets, absoluut niets in deze ontwerpresolutie [..] kan worden geïnterpreteerd als toestemming voor het gebruik van geweld”. Maar: „er moet een einde komen aan het schandalige zwijgen van deze raad”.

Noch westerse noch Arabische landen hebben op dit moment trek in een interventie à la Libië die deze complexe regio verder kan destabiliseren. Het Syrische leger staat bovendien in dichtbevolkte steden en de elitetroepen die Assads bevelen uitvoeren zijn veel beter geoefend en bewapend dan de ongeregelde eenheden van Gaddafi.

Maar ook het grootste deel van de Syrische oppositie is nog niet zover dat het een buitenlands militair ingrijpen wil. Het Vrije Syrische leger, dat bestaat uit lichtgewapende deserteurs uit het regeringsleger, heeft tot taak betogers te beschermen, zegt de oppositie. En ook al is het nu opgedoken in de voorsteden van Damascus, zijn versnipperde eenheden zijn niet in staat de strijd tegen het regeringsleger te winnen.

Daarom mikt het Westen nu op het vredesplan van de Arabische Liga, waaronder Assad het leger terugtrekt uit de steden en de macht overdraagt aan vicepresident Farouq al-Sharaa, die vervolgens met de oppositie gaat onderhandelen en een regering van nationale eenheid vormt. De ontwerpresolutie steunt dit plan. Clinton zei gisteren dat dit „de beste inspanningen van Syriës buren vertegenwoordigt om een weg voorwaarts uit te zetten, en een kans verdient om te werken”.

Of het kán werken, is de vraag. Het is naar Jemen gemodelleerd, waar de vicepresident onomstreden was. In Syrië is de vicepresident onlosmakelijk onderdeel van het regime en de oppositie heeft al gezegd niet met hem te gaan onderhandelen. En om te beginnen geeft Assad geen enkele aanwijzing dat hij wil opstappen.

Clinton zei gisteren dat „Assads terreurregime zal eindigen, ondanks zijn brute tactieken”. „De vraag die voor ons ligt is: hoeveel meer onschuldige burgers zullen sterven” voor Assad valt. Gevreesd wordt: heel veel. Of Rusland deze week in de Veiligheidsraad nog toegeeft of niet.

Waarom Poetin president Assad blijft steunen: pagina 9

    • Carolien Roelants