Paardenleed in krachtige beeldende oorlogscinema

War Horse. Regie: Steven Spielberg. Met: Jeremy Irvine, Peter Mullan, Emily Watson, Tom Hiddleston. In: 97 bioscopen. ***

In de openingssequentie van Steven Spielbergs War Horse, naar het jeugdboek van Michael Morpurgo uit 1982, vliegt de camera over het prachtige landschap van het Engelse graafschap Devon. De muziek van zijn vaste componist John Williams evoceert passend de pastorale sfeer van Britse componisten als Elgar en Vaughan Williams. Zo’n opening belooft iets episch – een belofte die in de ruim twee uur die volgen wordt ingelost.

Spielberg begrijpt goed dat je zo’n film rustig dient te beginnen, zodat de toeschouwer een band krijgt met de personages en zo de emotionele connectie tussen de jongen Albert en het door zijn vader gekochte paard Joey kan meevoelen. Dus neemt Spielberg royaal de tijd om te laten zien hoe Albert het paard traint de harde landbouwgrond van zijn vader te bewerken, terwijl Joey eigenlijk geen werkpaard is. Tegen ieders verwachtingen in triomfeert Albert. Maar dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit en verkoopt Alberts vader het paard aan het Engelse leger. Vanaf dat moment volgen we hoe Joey opeenvolgend in Duitse en Franse handen valt.

Spielberg verstaat zijn vak. Zo filmt hij bijvoorbeeld de executie van twee deserteurs vanachter draaiende molenwieken. Precies op het moment van hun dood blokkeren de wieken het beeld waardoor het extra krachtig wordt. Ook zijn er een paar indrukwekkende oorlogsscènes die in impact vrij weinig onderdoen voor de befaamde openingsscène van Saving Private Ryan (1998) – de landing van Amerikanen op Omaha Beach in Normandië. Spielberg gebruikt al zijn filmische finesse om de oorlog in beeld te brengen. Van zwiepende totaalshots van het modderige slagveld tot een close-up van een gewond paardenbeen. Joey zal toch niet worden afgemaakt?

Het is grotendeels meeslepende cinema. Maar als vertelling hapert War Horse iets te vaak. Omdat Albert na de inleiding uit beeld verdwijnt en er steeds nieuwe personages opgevoerd worden, raakt de betrokkenheid versnipperd. Het middendeel, als Joey wordt verzorgd door een Franse opa en zijn kleinkind, sleept behoorlijk. Maar dan volgt weer een grootse climax met twee schitterende scènes: een waarin Joey door no man’s land rent en verstrikt raakt in prikkeldraad, en het moment waarop een Engelse en een Duitse soldaat hem gebroederlijk uit zijn benarde positie bevrijden. De finale is mierzoet, met een oranje zonsondergang die Gone with the Wind (1939) in herinnering roept. Het is Spielberg ten voeten uit: tikje sentimenteel en zich bewust van de filmgeschiedenis – zijn vakmanschap imponeert als altijd.

    • André Waardenburg