Liever geen hartstocht

Het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima, morgen tien jaar oud, lijkt volgens de schrijvers Joke Hermsen en Marja Pruis nog het meest op een bedrijf. En dat is maar goed ook. „Verstand duurt het langst.”

Schrijvers Joke Hermsen (links) en Marja Pruis Foto: Bram Budel

‘We zouden misschien eens moeten beginnen met elkaar niets meer te willen beloven. Dat fabeltje van eeuwige trouw overboord zetten.’ Uit de pas verschenen roman Blindgangers van Joke Hermsen.

‘Als je het aan de liefde overlaat om de boel bij elkaar te houden, kun je het wel vergeten.’ Uit de voor de AKO Literatuurprijs 2011 genomineerde essaybundel Kus me, straf me van Marja Pruis.

Joke Hermsen (50) is schrijver en filosoof. Marja Pruis (52) is schrijver en literatuurrecensent bij De Groene Amsterdammer en LINDA. In hun werk gaat het nogal eens over liefde en huwelijk, en nu praten ze bij een lunch in Amsterdam over Willem-Alexander en Máxima, die morgen tien jaar getrouwd zijn. Zouden ze een roman over hen kunnen schrijven, zoals Tomas Ross televisieseries over hen maakt?

Hermsen: „Nou, Shakespeare zal het niet worden.”

Pruis: „Als ik het zou doen, dan op een Mrs Dalloway-achtige manier. Een dag uit het leven van Máxima en me dan helemaal in haar verplaatsen. Maar wie heeft er wat aan?” Mrs Dalloway is een roman van Virginia Woolf.

Hermsen: „Ik zou liever over prinses Marianne schrijven.”

Pruis: „Prinses Marianne?”

Hermsen: „De dochter van koning Willem I. Ze trouwde met haar neef en kreeg vijf kinderen. Maar hij was een losbol, en toen is ze gevlucht met haar koetsier. Haar koetsier! Met hem kreeg ze nog een zoon. Ik zie wel iets Wuthering Heights-achtigs voor me.”

In haar historische roman De liefde dus (2008) laat Joke Hermsen de achttiende-eeuwse schrijver Belle van Zuylen, ongelukkig getrouwd met een jonge Franse bankier, nadenken over de gespannen verhouding tussen man en vrouw, lichaam en geest, vrijheid en moraal. Hartstocht is een ziekte, laat Hermsen haar personage zeggen. Als je verliefd bent, word je een ander. Maar je dénkt dat je dan pas jezelf bent.

In de romans en verhalen van Marja Pruis hebben keurig getrouwde vrouwen opeens wilde seks met woeste mannen, in gedachten of in het echt. Ze komen altijd van een koude kermis thuis. Of ze zijn opgelucht dat het maar fantasie was.

Pruis: „Mij lijkt dat Willem-Alexander en Máxima een goed huwelijk hebben, al zien we natuurlijk alleen de buitenkant. Het is een huwelijk dat hun allebei voordeel heeft gebracht. Zij geeft hem sexappeal. Hij geeft haar standing.”

Hermsen: „Ik zie vriendschap en sympathie. Twee mensen die samen het bedrijfje Nederland en het bedrijfje gezin runnen. Het valt me wel op dat Máxima veel alleen op reis is.”

Pruis: „Ze is ambitieus. Een zakenvrouw.”

Hermsen: „Dat zou wat zijn, als we na alle schuinsmarcherende mannelijke Oranjes nu eens een prinses op een passievol avontuur zouden betrappen.”

Pruis: „Maar zouden we daar blij mee moeten zijn?”

Hermsen: „Nou…”

Pruis: „Willem-Alexander kan het zich in elk geval niet veroorloven om zich te gedragen als zijn grootvader en overgrootvader. Wat dat betreft zijn de tijden veranderd. Hij zal hard worden afgevallen als hij een bedrieger zou blijken te zijn.”

Hermsen: „Misschien omdat Máxima eigenlijk een te goede partij voor hem is.”

Pruis, lachend: „Wat dénkt hij nou…”

Hermsen: „… heeft hij een van de mooiste vrouwen van de wereld…”

Pruis: „… gaat hij met een ánder.”

Hermsen: „Maar van Máxima zou ik het me kunnen voorstellen. Van Mabel ook. Dat zijn gevaarlijke vrouwen.”

Pruis: „Brave zonen met gevaarlijke vrouwen.”

Hermsen: „Behalve Laurentien, die is ook braaf.”

Pruis: „Heel braaf, met haar kinderboeken. Maar die zonen, daar kun je aan merken dat ze een sterke moeder hebben…”

Hermsen: „…die ze stevig heeft opgevoed.”

Geloven Marja Pruis en Joke Hermsen in een huwelijk dat een leven lang gelukkig blijft?

Hermsen: „Ik geloof er wel in, maar ik zie ze weinig. Heel weinig.”

Pruis: „Ik geloof dat een gelukkig huwelijk een wilsbesluit is.”

In Blindgangers beschrijft Joke Hermsen wat er tegenwoordig zoal misgaat in huwelijken. Mensen verwachten te veel, eeuwige liefde, totale versmelting, alles moet perfect zijn. Als het dan tegenvalt, en het valt altijd tegen, eindigen ze in een vechtscheiding waar de kinderen de dupe van zijn. Of het huwelijk wordt een ‘bedrijfsunit’ waar het alleen nog draait om het zo efficiënt mogelijk op elkaar afstemmen van ieders bezigheden.

Is het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima een ‘bedrijfsunit’?

Hermsen: „Dat zou het zomaar kunnen zijn.”

Pruis: „Maar wat dan nog? Ze wisten waar ze aan begonnen, geen valse verwachtingen. Daarom hebben ze het misschien wel zo goed samen. Voor zover wij kunnen zien.”

Hermsen: „De kinderen van koningin Elisabeth wisten ook waar ze aan begonnen en toch zijn drie van de vier gescheiden.”

Pruis: „Dat is misschien wel genetische zwakte. Allemaal losbollen daar. Charles en Diana, dat was toch tot mislukken gedoemd? Toen ze trouwden, was hij al met die ander.”

Hermsen: „Diana veroverde wel alle harten en dat heeft Máxima ook gedaan. Iedereen werd verliefd op haar. We vergaten Zorreguieta. We vergaten Bernhards oorlogsverleden.”

Pruis: „Nou…”

Hermsen: „Nou?”

Pruis: „Toen ik net wegfietste bij De Groene, riepen mijn collega’s me na dat die vader natuurlijk niet deugt. Dat moest ik niet vergeten te zeggen.”

Hermsen: „We kunnen, denk ik, wel vaststellen dat het bij Willem-Alexander en Máxima om een verstandshuwelijk gaat, met als voordeel dat ze niet al te hoge verwachtingen van de liefde zullen hebben gehad.”

Pruis: „Maar van een verstandshuwelijk kan wel liefde komen. Als je iemand maar lang genoeg om je heen hebt, ga je vanzelf van elkaar houden. Daarom, Joke, geloof ik niet in wat jij in Blindgangers voorstelt: dat mensen iedere drie jaar met elkaar moeten bespreken of hun huwelijk nog aan de verwachtingen voldoet, en zo nee, dat ze dan op een vriendschappelijke manier uit elkaar moeten gaan.”

Hermsen: „Dat zegt een van mijn personages.”

Pruis: „Jij vindt dat ook.”

Hermsen: „De helft van de huwelijken loopt uit op een mislukking. Waarom houden we daar geen rekening mee? Mijn zorgen gaan over al die kinderen die de dupe van een vechtscheiding zijn. Veertigduizend per jaar, Marja. Een miljoen per generatie. Wat doet dat met een samenleving?”

Joke Hermsen woont met haar tweede man naast haar eerste man. Ze voeden samen hun kinderen op, een meisje van 19 en een jongen van 15. Dat gaat in vriendschap en harmonie, zegt ze. Ze noemt de relatie met haar eerste man haar ‘nahuwelijk’. Dat zouden alle mensen die scheiden, moeten nastreven, vindt ze.

Marja Pruis woont samen met haar eerste man – dochter van 21, zoon van 19 – en ze kan zich niet voorstellen dat ze op vriendschappelijke wijze uit elkaar zouden gaan. „Bij ons is het alles of niets. Als het zou eindigen, dan in bloed en tranen.”

Hermsen: „Jammer.”

Pruis: „Jammer?”

Hermsen: „Als je naar de geschiedenis kijkt, zie je dat het romantische idee van een eeuwigdurende liefde vooral een negentiende-eeuws verschijnsel is. Die verwachting hebben we nog steeds en daar komen de problemen van. Als de liefde helemaal niet zo eeuwigdurend blijkt te zijn als we dachten, raken we zo teleurgesteld en verbitterd dat we ophouden met redelijk denken.”

Pruis: „Ik zeg het nog maar eens: een langdurige liefde is een wilsbesluit. Je committeert je aan elkaar, tot wederzijds voordeel, en tot voordeel van de kinderen. Verder geloof ik dat het nogal relatief is met wie je dat wilsbesluit aangaat. ”

Hermsen: „Daar geloof ik niets van. Het gaat echt niet met willekeurig wie goed. Dat is een deel van het mysterie.”

Pruis: „Mysterie? Je moet gewoon een beetje bij elkaar passen en daarna doe je je best. Het is de essentie van het verstandshuwelijk. En ik denk dat we dat bij Willem-Alexander en Máxima zien.”