Kamervragen over NAVO-rapport Afghaanse steun aan Talibaan

Talibaanstrijders leveren hun wapens in om een door de Afghaanse regering opgezet verzoenings- en reïntegratieprogramma te volgen. Foto Reuters / Mohammad Shoiab

De ChristenUnie heeft Kamervragen gesteld over een uitgelekt NAVO-rapport waarin zou staan dat de Talibaan op grote schaal samenwerken met de politie en het leger in Afghanistan. Het zou de politietrainingsmissie in Kunduz volgens Kamerlid Joël Voordewind in gevaar kunnen brengen.

De informatie in het rapport, dat in handen is van de BBC, komt uit verhoren van vierduizend opgepakte Talibaanstrijders en andere terroristen. Met hen zouden 27.000 vraaggesprekken hebben plaatsgevonden.

‘Minister moet Kamer informeren over inhoud rapport’

Er staat onder meer in dat de strijders zich vaak schuilhouden in gebieden waar militairen van de NAVO zijn gestationeerd. Als ze weg zijn nemen de Talibaan met hulp van de politie en het leger de macht in het gebied over.

D66 roept de minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal op de Kamer te informeren over de precieze inhoud van het rapport. “Los daarvan, de Talibaan maken, hoe je het ook wendt of keert, onderdeel uit van de toekomst van Afghanistan”, laat D66-leider Alexander Pechtold via zijn woordvoerder weten. “Daar sluiten wij onze ogen niet voor. Het is vooral aan de Afghanen zelf om daar op een goede manier mee om te gaan.”

‘De Talibaan zijn niet islam, de Talibaan zijn Islamabad’

Ook Pakistan werd nadrukkelijk genoemd in het NAVO-rapport. Dat land zou de terreurorganisatie directe steun verlenen: de geheime dienst ISI is volgens het rapport op de hoogte van de verblijfplaats van diverse kopstukken.

“Hoge Talibaan-vertegenwoordigers, zoals Nasiruddin Haqqani, houden er huizen op na in de onmiddellijke omgeving van het ISI-hoofdkwartier in Islamabad. Pakistan weet alles. Ze controleren alles. (…) De Talibaan zijn niet islam, de Talibaan zijn Islamabad”, verklaarde een gevangene die tot Al-Qaeda behoorde.

Pakistan haastte zich vandaag om de aantijgingen naast zich neer te leggen. De Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken Hina Rabbani Khar, vandaag in Kabul op bezoek, zei dat het rapport beter kon worden genegeerd. “Dit is oude wijn in nog oudere zakken”, aldus de minister.