Indiase order net op tijd voor Sarkozy

India staat op het punt om 126 gevechtsvliegtuigen te bestellen bij het Franse Dassault. Goed nieuws voor president Sarkozy en de Franse defensie-industrie. Ook al worden de meeste toestellen in India geassembleerd.

Visitors look at a Dassault Aviation Rafale Omnirole fighter jet on display at the Paris Air Show in Le Bourget, France, on Tuesday, June 16, 2009. The 48th International Paris Air Show runs from June 15 to June 21. Photographer: Antoine Antoniol/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Goed nieuws voor de Franse economie is goed nieuws voor Frankrijk en dus ook voor president Nicolas Sarkozy. Zo klonken de reacties bij de rechtse meerderheid gisteren toen bekend werd dat het Franse industriële concern Dassault in exclusieve onderhandeling is om 126 Rafale-gevechtsvliegtuigen te verkopen aan de Indiase regering. Ook een oppositielid als de ondernemer Jean-Michel Baylet, van de links-liberale Parti Radical de Gauche en een van de economische adviseurs van François Hollande, noemde de bestelling uit India uitstekend nieuws voor de Franse economie.

„Dit toont aan dat je met een goed product de internationale concurrentie aankan”, zei de president zelf na afloop van zijn laatste nieuwjaarstoespraak, die voor de pers en de media. Op het moment dat de campagne voor de presidentsverkiezingen nagenoeg gedomineerd wordt door economische thema’s, lijkt het alvast in het voordeel van de zittende president als een groot Frans concern voor de komende twee decennia verzekerd is van zijn voortbestaan.

Want voor de groep Dassault, eigendom van een goede vriend van Sarkozy, UMP-senator Serge Dassault, is het aanknopen van de laatste, exclusieve onderhandelingen welkom nieuws na enkele moeilijke jaren. De defensietak van de industriële groep (onder andere eigenaar van de krant Le Figaro) overleeft tot dusver op bestellingen van het Franse leger.

De Indiase regering besliste vijf jaar geleden al om de oude Russische MiG-gevechtsvliegtuigen aan te vullen met modernere toestellen. Aanvankelijk kwam de Rafale niet eens in aanmerking omdat de voorwaarden van Dassault niet voldeden aan de eisen van de regering in New Delhi. Maar dat probleem werd uit de weg geruimd en de Rafale kon gaan concurreren met de F-16 (Lockheed-Martin), de F-18 (Boeing), Gripen (Saab) en de nieuwe MiG. In een laatste fase won de Rafale het uiteindelijk van de Typhoon van het Europese consortium Eurofighter, waarin ook EADS participeert. Dassault mag 126 Rafales leveren, samen goed voor een opbrengst van 9,11 miljard euro.

Voor Dassault is het de eerste buitenlandse bestelling in meer dan 20 jaar. De Franse minister van Defensie Gérard Longuet had enkele maanden geleden nog gezegd dat de productie van de Rafale zou worden gestaakt als er naast het Franse leger geen andere afnemer zou komen.

Maar de Rafale gold als duur in vergelijking met de concurrentie. Zo greep Dassault recent niet alleen naast contracten in Brazilië (ondanks een ‘akkoord’ tussen Sarkozy en Lula in 2009) en de Emiraten, maar ook in Zwitserland, Zuid-Korea, Singapore, Saoedi-Arabië, Australië, Nederland, Oman, Koeweit, Marokko, Polen en Libië liep het telkens mis. Naar verluidt zou voor New Delhi net de combinatie van een gunstige prijs en uitstekende techniek de doorslag te hebben gegeven. Grootste probleem wordt volgens militaire specialisten het inpassen van Indiase wapens in de Franse gevechtsvlieger.

De groep gaat ermee akkoord dat slechts 18 van de gevechtstoestellen worden geassembleerd in de eigen productie-eenheid in Mérignac, in de buurt van Bordeaux. De overige 108 Rafales worden in een joint venture met een Indiaas bedrijf gemaakt in het Indiase Bangalore. De grote order zal dus nauwelijks impact hebben op de werkgelegenheid bij Dassault in Frankrijk zelf.

Dat zou door politieke tegenstanders tegen de president kunnen worden uitgespeeld. ‘Productiegroei in Frankrijk’ om de werkloosheid van 10 procent terug te dringen, is immers een van de belangrijkste thema’s bij de aanstaande presidentsverkiezingen .

De president zei afgelopen zondag nog tijdens zijn grote tv-interview dat hij een Japanse auto die in Frankrijk wordt geassembleerd verkiest boven een Frans merk dat zijn modellen in Turkije laat bouwen. De economische praktijk op de internationale markt blijkt weerbarstiger dan de politieke theorie: zonder de belofte van extra arbeidsplaatsen in India had Dassault de order nooit gekregen.

Dat is dan meteen ook de verdediging van Sarkozy: deze keer gaat het niet om Franse banen die naar het buitenland verhuizen omdat daar goedkoper kan worden geproduceerd, maar om nieuwe banen die, ook al bevinden die zich dan ver buiten Frankrijk, wel de toekomst van een groot Frans bedrijf veilig stellen.

    • Dirk Vandenberghe