Hipsters zijn gewoon oeters

In de rubriek Jong schrijven jongeren over jongeren en media. Meer columns en reacties op het blog nrc.nl/jong.

‘Ik ben te hipster voor dat fuifje, daar komen oeters!” Zomaar een zin uit mijn vriendenkring. De vertaling: ik ben te alternatief voor dat feestje, daar komen mensen die te gewoon zijn en Uggs dragen en Nickelson-jassen.

Wie is het tegenwoordig niet: hipster. Een hipster is iemand die niet meedoet aan trends en zich niet aanpast aan de rest. De alternatieve. Hij drinkt alleen Starbuckskoffie, draagt een rieten hoed, zelfs in de winter, een bril met een groot montuur, skinny jeans opgerold tot de enkels met daar onder skate-schoenen; ook al skate hij niet. Een hipster loopt voor op de samenleving en weet dingen al voor dat de massa er kennis mee maakt. Ze zijn de nieuwe hippies.

Tenminste, dat vinden ze zelf. Tegenwoordig is namelijk álles hipster. „Kijk naar mijn stickers op m’n laptop, zo hipster!” Of een bloemetje tekenen op je OV-chipkaart? Hipster! De hipster is mainstream. Het alternatieve is er vanaf, want iedereen is het of doet het.

Ik heb niets tegen hipsters, mijn beste vrienden zijn hipsters. Maar het begint vermoeiend te worden. Zo gaan hipsters alleen naar feestjes met andere hipsters: hipsterfuifjes, want feestjes klinkt te overrated.

Op hipsterfuifjes draait men dubstep, dat is ook hipster. Er komen meisjes die blowen, wat op zich al een doodzonde is, maar nog erger: ze hebben tunnels. Tunnels, eigenlijk niet meer dan een enorm gat in de oorlel. Vaak filosofeer ik over die dingen, over hoe dat er over een paar jaar zal uitzien als het helemaal niet meer hip is. Daar loop je dan, met een uitgerekte oorlel. „Hé, jij hebt een uitgerekte oorlel, was je tien jaar geleden ook een hipster?!”