Grootste hervorming Rutte-I is 'de lafste bezuiniging ooit'

De nieuwe wet die de onderkant van de arbeidsmarkt regelt stuit op felle kritiek van de bonden. Gemeenten vrezen een bureaucratische rompslomp.

Onder kritiek van vakbonden FNV en CNV en de Raad van State heeft staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) vanochtend De Wet Werken naar Vermogen naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is volgens De Krom de grootste hervorming van het kabinet-Rutte. De wet regelt de uitkeringen en voorzieningen voor de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’. Daartoe behoren de mensen in de bijstand, in de sociale werkplaats en in de Wajong, de snelgroeiende uitkering voor jonge arbeidsongeschikten. FNV noemde de wet „de lafste bezuiniging op de sociale zekerheid ooit”.

De wet van De Krom liet op zich wachten. Aanvankelijk moest de wet in 2012 ingaan. Maar de gemeenten verzetten zich hevig. Zij moeten de nieuwe wet uitvoeren en vrezen minder geld te krijgen voor meer taken. Ook de Raad van State maakt zich hier zorgen over, blijkt uit een vanmorgen gepubliceerd advies. Grote gemeenten als Rotterdam hebben nu al te weinig geld om de bijstand uit te voeren. Dat tekort kan groter worden. „Dit alles kan een risico betekenen voor een goede uitvoering.”

Het kabinet wil met de wet in 2015 800 miljoen euro besparen. Na dertig jaar is de besparing opgelopen tot 1,8 miljard euro. Nu geeft de overheid 10,2 miljard euro uit aan alle regelingen die onder de nieuwe wet vallen.

Alle mensen die zich vanaf begin 2013 bij de gemeente melden voor een uitkering en maar een beetje kunnen werken, vallen onder de nieuwe wet, die lijkt op de huidige bijstand. Uitgezonderd zijn alleen jonge mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn en mensen die absoluut niet kunnen werken buiten de sociale werkplaats.

De wet geldt niet voor bestaande gevallen. Wel verlaagt De Krom de uitkering van een groot deel van de huidige Wajongers, van 75 naar 70 procent van het minimumloon. De huidige Wajongers vallen niet onder de huishoudinkomenstoets die De Krom al heeft ingevoerd. Die houdt in dat in één huishouden niet meer dan één uitkering kan worden ontvangen.

Omstreden is het plan van De Krom om mensen lang onder het minimumloon (1.446 euro bruto per maand) te laten werken. In de nieuwe wet wordt het voor werkgevers mogelijk mensen te betalen naar hun ‘productiewaarde’. Wie eigenlijk 50 dozen per dag moet inpakken maar er maar 25 daadwerkelijk vol krijgt, krijgt slechts de helft van het minimumloon. Gemeentes vullen het loon aan, maar mogen mensen ter stimulering tot negen jaar minder betalen dan het minimumloon.

Omdat werkgevers er belang bij hebben de productiewaarde zo laag mogelijk te maken (minder betalen), komen er diverse toetsen, zoals een toegangstoets en een loonwaardetoets. Gemeenten en sociale diensten vrezen bureaucratische rompslomp.

    • Marike Stellinga