Gewoon, ambitieloos straight out

Frank van der Mee (31), procesoperator bij AkzoNobel.

„Als ik de poort van de fabriek uitloop, is de wereld van mij. Dan hoef ik niks meer. Ik neem mijn werk niet mee naar huis. Dat was wel anders toen ik in de cultuursector werkte, in een baan waar ik na een stage was blijven hangen. Ik vond het een vluchtige, harde wereld, waarin ik ontzettend hard moest werken voor weinig geld. Dus hoewel mijn studie, Cultureel Maatschappelijke Vorming, de grootste nietsopleiding is die er bestaat, besloot ik het na twee jaar werken toch maar af te maken. Daarna wist ik niet wat ik wilde. Daarom ging ik maar geschiedenis studeren. Heel leuk vond ik dat, dus toen mijn geld op was, besloot ik om een jaar geld te verdienen en daarna verder te studeren. Dat is er nooit van gekomen. Sparen is heel leuk als je leeft als een monnik, maar dat zit niet in mijn aard. En het werken beviel me wel. De structuur, en elke maand geld op mijn rekening.

„Dat ene jaar is drie jaar geworden. Ik werkte als schoonmaker in een fabriek, in ploegendiensten. Daarna boden ze me een opleiding aan tot operator. Dat is zoiets als mbo-4. Vanachter een computer zorg ik dat de fabriek in de gaten??? blijft draaien. Daarnaast verhelp ik, onder meer, storingen in de fabriek zelf. Fijn werk, ik ben heel fysiek bezig. Lichamelijk ben ik er een stuk gezonder door geworden. En ik zal er geen burn-out van krijgen. Het afronden van die opleiding is eigenlijk mijn enige ambitie.

„We leven in een prestatiemaatschappij. Maar ik mis de streberigheid om daarin mee te gaan. Ik voel geen enkele prestatiedrang. Ik zorg ervoor dat ik mijn werk goed genoeg doe om niet weggestuurd te worden. Ik hoef geen hoofdoperator te worden. Misschien ga ik dan wel iets in loon omhoog, maar je krijgt er een hoop gedoe voor terug. Collega’s zeggen tegen me dat ik onder mijn capaciteiten werk. Maar ik ga liever elke dag met een goed gevoel naar huis dan dat ik stappen vooruit zet. Ik werk graag, hoor, ik zou lusteloos worden als ik niet zou werken. Alleen, mijn ambities liggen buiten mijn werk. Het gaat mij om mijn familie en vrienden. En om mijn poëzie. Sinds een jaar treed ik daarmee naar buiten. Toch heb ik ook daarin geen ambitie: als ik mijn gedichten niet gepubliceerd krijg, dan niet. Het gaat me om het schrijven zelf, niet om wat ermee gebeurt.

„Ik heb geen carrièretijgers in mijn vriendenkring. Waar zou ik het met zo iemand over moeten hebben? Waar praten die mensen over? Over hun werk? Als ik iets niet doe, is het buiten werktijd over werk praten. Ik praat makkelijker met een Vitesse-hooligan dan met iemand met een topcarrière bij ABN Amro. Ik hoor wel twijfel bij mijn vrienden: zit ik op de goeie plek, wat moet ik met mijn leven, moet ik me laten omscholen? Ik heb die twijfels niet, ik ben gewoon straight out ambitieloos, ha ha.

„Vroeger was het normaal om zo hard mogelijk te werken om vooruit te komen. Maar nu kiezen we vaak voor een studie omdat-ie leuk is. En na die leuke studie wordt het een ratjetoe. Chaos. Daar mogen ze wel een nazorgcentrum voor opzetten. Ik denk dat veel van mijn studiegenoten onder hun niveau werken. Met de kennis van nu was ik geschiedenis gaan studeren. Had ik op de havo een alfapakket gekozen, waardoor mijn punten hoog genoeg zouden zijn om door te stromen naar het vwo. Maar of dat beter was geweest? Ik sluit niet uit dat ik dan alsnog in de fabriek terecht was gekomen.”

    • Anne Dohmen