‘Dwing me niet standaard-Chinees te spreken’

In de zomer van 2010 gingen een paar duizend Kantonezen de straat op om een lans te breken voor hun spreektaal, het Kantonees – een explosieve situatie, die toch min of meer vreedzaam eindigde. Maar een artikel in de Avondkrant van Peking schreef op onverzettelijke toon: “Het bevorderen van het standaard-Chinees is een fundamenteel nationaal beleid waarover geen discussie mogelijk is. Waar we het wel over kunnen hebben is de vraag of het Kantonees, dat op zijn best gezien een regionaal dialect is, mettertijd door de toenemende verstedelijking vanzelf zal uitsterven, of dat menselijke bemoeienissen de verdwijning ervan zullen versnellen.”

Nu is het Kantonees geen taal van een etnische minderheid, het is een onvervalst dialect van de Chinese taal. Als zelfs die al zo agressief wordt behandeld dat de Kantonezen hem niet in stand denken te kunnen houden, hoe ziet het er dan wel niet uit voor het Tibetaans of voor de andere talen van de minderheden in dit grote land?

Ik herinner me dat ik in 2002, toen ik nog deel uitmaakte van het politieke establishment, naar Yunnan ging voor een conferentie over de poëzie van etnische minderheden. Daar hoorde ik een ambtenaar uit Peking onomwonden zeggen dat Wan Li, destijds voorzitter van het Nationale Volkscongres, vele jaren geleden al heeft gezegd dat etnische minderheden die oorspronkelijk geen geschreven taal hadden, ook geen geschreven taal nodig hebben; en dat minderheden die wel een geschreven taal hebben, die moesten laten uitsterven, zodat iedereen dezelfde standaardtaal gebruikt, het Chinees. “En ik,” zei de ambtenaar met zijn sonore stem terwijl hij om zich heen keek naar de dichters van etnische afkomst, “ben het volledig met hem eens.” Iedereen was verbijsterd over zijn intimiderende houding, ik maakte destijds aantekeningen en begon me in de situatie te verdiepen.

Zo interviewde ik ooit een oude Tibetaanse schrijver die erg bezorgd was over de situatie van de Tibetaanse taal, maar hij zei: “Als we het belang van het Tibetaans gaan benadrukken, worden we beschuldigd van bekrompen nationalisme, en de gangbare opvatting van de regering is: ‘Hoe hoger het niveau van het Tibetaans, hoe dieper de religieuze kennis, hoe conservatiever de ideeën.’” Deze Tashi Tsering, een progressieve Tibetaanse geleerde, kwam na zijn studie in Amerika terug om zich in te zetten voor zijn geboorteland, maar werd tijdens de Culturele Revolutie gevangengezet; later in zijn leven heeft hij vanuit het niets met financiële hulp tweeënzeventig scholen opgericht in de arme landelijke gebieden van de provincie U-tsang. In 2007 diende hij een petitie in bij het Volkcongres van de Tibetaanse Autonome regio waarin hij wijst op de crisis waarvoor de Tibetaanse taal staat:

“Leren via het Tibetaans, het oprichten van een onderwijssysteem met scholen die in het Tibetaans lesgeven, dat is iets dat niet alleen voortkomt uit de behoefte om progressieve, getalenteerde mensen op te leiden, maar het is ook een basisrecht van het Tibetaanse volk; het is de grondslag voor het verwezenlijken van de gelijkheid der volkeren.”

Kantonezen kunnen dus de straat op gaan om hun taal te beschermen, maar hoe zit dat met Tibetanen? Oeigoeren? Mongolen? Een zin als “Wij willen best standaard-Chinees praten maar dwing ons daar niet toe!” durven Kantonezen wel zwart op wit te schrijven; wij, een minderheidsvolk, lezen de leuzen die bij de ingang van de scholen in Lhasa zijn opgehangen: “Ik ben een kind van China en spreek graag standaard-Chinees”, “Het standaard-Chinees is de taal van onze school”, zonder daar ook maar iets tegen in te durven brengen.

Valt dit nou onder het bekende Chinese gezegde “Wij en zij zijn anders”? Er wordt wel altijd beweerd dat we een grote familie zijn van zesenvijftig minderheden, maar de etnische minderheden worden anders behandeld dan de Han-Chinezen. In feite wil iedereen leven op een plaats waar je ongehinderd je taal kunt verdedigen, net zoals je je eigen huis en tuin verdedigt. Tsegyam La, die leraar in Tibet is geweest, twitterde sarcastisch: “Voor de duizenden Kantonezen die een demonstratie hielden om op te komen voor hun taal is het doek vreedzaam gevallen; maar als in Tibet enkele tientallen mensen gaan demonstreren om op te komen voor het Tibetaans, zullen ze onmiddellijk worden gearresteerd, in de gevangenis gegooid en bestempeld als Tibetaanse separatisten die uit zijn op afsplitsing. Waarom hebben dezelfde incidenten niet dezelfde gevolgen? Enkel omdat Tibet een autonome regio is, die een speciale behandeling krijgt.”

Vertaald door Silvia Marijnissen