Duitsland wil politiek engagement van Hu

Mensenrechten zitten in het koffertje van Merkel. Net als het embargo tegen Iran. Maar ergens onderin. Duitsland heeft China nu hard nodig.

Als bondskanselier Angela Merkel vandaag in China aankomt voor haar vijfde officiële bezoek aan dit land, zijn de Duitse exportcijfers over de maand januari waarschijnlijk net bekend. Algemene teneur: stijgend. Voor China: sterk stijgend. Maar economie is deels politiek in de Duits-Chinese relatie. Berlijn vindt dat Peking meer internationaal-politieke verantwoording moet nemen nu de economische betekenis van China toeneemt .

„Wij verwachten van de Chinese politieke leiders dat ze zich constructief opstellen in internationale kwesties, zoals nu met Iran”, zegt een Duitse topambtenaar die nauw betrokken is geweest bij de voorbereiding van Merkels reis naar China. „Constructief” betekent in dit verband dat de Chinezen, die veel olie uit Iran importeren, hun invoer uit dat land in elk geval niet verhogen „en het liefst helemaal staken”.

De officiële aanleiding van Merkels bezoek is het veertigjarig bestaan van de Duitse betrekkingen met de Volksrepubliek China. Het is een relatie die de afgelopen jaren een enorme economische spurt heeft doorgemaakt. Beide landen zijn exportkampioenen. Het volume van de wederzijdse handel bedroeg vorig jaar 145 miljard euro. China is niet alleen voor grote Duitse bedrijven als Volkswagen, Daimler en Hoechst van belang, maar inmiddels ook voor het Duitse midden- en kleinbedrijf. Merkel wordt dan ook vergezeld door ondernemers en managers.

De economische betrekkingen zijn geleidelijk steeds politieker geworden. Vorig jaar werd een begin gemaakt met Duits-Chinese regeringsconsultaties. In dit overleg komt van alles ter sprake: van de handel tot de mensenrechten.

Duitsland „hoopt en verwacht” dat de Chinese autoriteiten de consultaties de komende jaren voortzetten. „Aan ons zal het niet liggen”, heet het in Berlijn, dat aan deze politieke dialoog veel waarde hecht.

Het ‘moeilijke’ thema mensenrechten zal volgens het Kanzleramt tijdens Merkels reis zeker aan de orde komen, maar hoog op de agenda staat het niet. De kwestie-Tibet zal de bondskanselier aansnijden in haar overleg met de Chinese premier.

Wat voor Merkel wel prioriteit heeft, zijn de resultaten van de laatste top van Europese politieke leiders in Brussel. Ze wil China daarvan officieel op de hoogte brengen. „China is gebaat bij politieke en monetaire stabiliteit in Europa. Het is niet aan de bondskanselier Peking aan te sporen Europese staatsleningen te kopen of te investeren in het reddingsfonds voor de euro. Maar Merkel kan uitleggen wat de betekenis is van de maatregelen in de schuldencrisis en welke rol Duitsland heeft”, zegt een Duitse economische adviseur.

Wat duidelijk moet worden is dat een oplossing van het schuldenprobleem in de eurozone mede de (handels-)belangen van China dient. En dat van China in dit geval net zo’n „constructieve opstelling” wordt verwacht als in de kwestie met Iran.

Merkel geniet aanzien in China, vooral door de economische prestaties van haar land. Misschien is ze in staat om haar Chinese gesprekspartners ervan te overtuigen dat Europa het waard is om in te investeren.

Peking beschikt over deviezenreserves van meer dan drieduizend miljard dollar. Europa heeft notoir geldgebrek. Stilletjes hoopt men in Berlijn dat de Chinezen Europese staatsleningen zullen kopen. Maar daar moet wel iets tegenover staan. Merkel brengt in elk geval handel mee. Ze heeft eerder gezegd dat het volume van de Duits-Chinese handel over drie jaar op tweehonderd miljard euro moet liggen.

Interessant wordt het Duits-Chinese overleg over het Internationaal Monetair Fonds. China vindt dat het IMF meer geld moet krijgen voor zijn Europese reddingsoperaties. Het land zou niet ongenegen zijn om daarin te investeren, vooropgesteld dat het meer invloed krijgt op het beleid van het fonds.

Merkel, die in het begin van de schuldencrisis sceptisch was over een IMF-rol in Europa, is bijgedraaid en overlegt tegenwoordig vrijwel wekelijks met IMF-chef Christine Lagarde. Vorige week zouden ze informeel samen in Berlijn uitvoerig over China hebben gesproken.

Een gevoelig gespreksthema is de groeiende aanwezigheid van het Chinese bedrijfsleven in Duitsland. Zolang de ruim achthonderd Chinese ondernemingen in de Bondsrepubliek zich alleen op zakendoen richten, is er volgens Duitse regeringsfunctionarissen „niets aan de hand”. Maar zodra ze zich met de politiek bemoeien, „ontstaan er problemen”.

Dat werd duidelijk toen een paar jaar geleden het Chinese staatsautomobielbedrijf BAIC een overnamebod deed op de Duitse automaker Opel. De strijd om Opel liep uit op een politiek gevecht tussen de regeringen van Duitsland, Amerika, Rusland en China. „Zoiets moeten we voorkomen. Chinese bedrijven moeten zich hier met ondernemen en niet met politiek bezighouden”, zegt de economische adviseur.

    • Joost van der Vaart