De rechter kan hulp gebruiken, vindt de Kamer

Slimme criminelen met complexe deals. Justitie pakt ze met deskundigen. Maar de rechters moeten het zelf maar uitzoeken. De Kamer wil ondersteuning voor hen.

Kijk naar de Klimopzaak, de grootste vastgoedfraude, van Nederland, zegt Tweede Kamerlid Coskun Çörüz. Vastgoedhandelaren verdienden miljoenen aan frauduleuze transacties. En kijk vooral naar het verschil in aanpak tussen Openbaar Ministerie en de rechtbank in Haarlem. „Het OM zette weet-ik-hoeveel experts van buiten in, terwijl in de rechtbank drie rechters het oordeel moesten vellen.”

Die rechters mogen juridisch goed onderlegd zijn, maar ze missen inhoudelijke kennis over geraffineerde financiële constructies, zegt Çörüz. „Het verbaast me dat de rechterlijke macht nog zó traditioneel georganiseerd is.”

Vanmiddag zou de Tweede Kamer met minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) debatteren over de rechterlijke macht. Over de kwaliteit van rechters, en over manieren om die kwaliteit op peil te houden.

Çörüz wil dat minister Opstelten een ‘pool’ van experts instelt, die rechters kunnen inschakelen op het moment dat ze die extra kennis nodig hebben. Dat gaat verder dan het horen van getuige-deskundigen tijdens een rechtszaak, of de inzet van een rechter-plaatsvervanger met specialistische kennis. Çörüz: „Ik wil juristen inschakelen die na hun rechtenstudie in het dagelijks leven iets anders zijn gaan doen, die een kei zijn in economie of forensische accountancy.”

D66 zet nog een extra stap: deskundigen zouden bij complexe strafzaken en civiele zaken in de zittingskamer moeten plaatsnemen. Die zou dan geen drie, maar vijf mensen moeten tellen: drie rechters en twee niet-juristen.

„Zo’n model moet verkokerd denken en tunnelvisie voorkomen”, legt D66’er Gerard Schouw uit. Investeren in opleidingen vindt hij niet genoeg: „Je kunt niet van juristen verwachten dat ze op al die diverse gebieden, van financiële constructies tot medische handelingen, voldoende kennis in huis hebben om strafzaken optimaal te behandelen.”

Wat Opstelten van het D66-idee vindt, is vooralsnog onduidelijk. De Raad voor de Rechtspraak, die de belangen van de gerechten behartigt, wijst het niet direct af. Dat is opmerkelijk, omdat het neerkomt op een vorm van lekenrechtspraak; de experts hoeven volgens D66 geen juridische achtergrond te hebben.

„De inbreng van lekenrechters kan een duidelijke meerwaarde hebben”, zegt de Raad voor de Rechtspraak. Op enkele gebieden gebeurt dat ook al: bijvoorbeeld bij ondernemingskamers, militaire strafzaken en bij de penitentiaire kamer. In die laatste besluiten drie rechters en twee gedragsdeskundigen over de verlenging van tbs.

Lekenrechtspraak of niet, alle partijen zijn het erover eens dat de complexiteit van rechtszaken de afgelopen jaren sterk is toegenomen, en dat er iets moet gebeuren om rechters in staat te stellen een adequaat oordeel te vellen. „Wij zijn al langer bezig hier een goed antwoord op te geven”, zegt een woordvoerder van de Raad voor de Rechtspraak.