De europaniek is verdwenen

Geen totaaloplossing en geen big bazooka van de ECB. En toch is de eurocrisis minder heftig dan twee maanden geleden. De echte problemen zijn echter nog niet opgelost.

Beleggers hebben Europese politici losgelaten uit hun wurggreep. In betrekkelijke rust konden de regeringsleiders van de Europese Unie maandag in Brussel hun top houden. Niet langer gieren de rentes van eurolanden met hoge tekorten en schulden omhoog. Niet langer kelderen de beurskoersen van de belangrijkste banken in de eurozone. De paniek is verdwenen.

Met terugwerkende kracht was de week van 21 november het hoogtepunt van de crisis op de financiële markten. Niet alleen bereikten de Italiaanse rente (7,52 procent op tienjaarsleningen) en Spaanse rente (7,1) die week recordniveaus, ook werd duidelijk dat de Europese obligatiemarkten in een neerwaartse spiraal zaten. De zachte kern van de eurozone – Oostenrijk, België, Frankrijk – zag de kosten om te lenen op de kapitaalmarkt stijgen tot de hoogste niveaus in jaren. Zelfs de rentes van de betrouwbaarste landen – Nederland en Duitsland – liepen op. De paniek was compleet toen Duitsland op 23 november slechts 3,6 miljard euro veilde in plaats van de geplande 6 miljard. Als zelfs Duitse obligaties niet meer worden vertrouwd dan moet de eurozone op barsten staan.

De paniek op de obligatiemarkt was compleet en sloeg vrijwel direct over op de banksector. De premies die investeerders betaalden op verzekeringen om zich in te dekken tegen een faillissement van Europese banken stegen tot de hoogste niveaus van de eurocrisis. Dat gold niet alleen voor Spaanse en Italiaanse banken als Santander en Unicredit, maar ook voor Noord-Europese instellingen als ING. Een extreme kredietcrisis dreigde doordat Europese banken geen vertrouwen meer in elkaar hadden. De kosten die banken elkaar in rekening brengen voor het lenen van geld stegen hard eind november en de eerste dagen van december.

De roep om ingrijpen was groot. Europese politici moesten beseffen dat hun pogingen het de crisiskas te vergroten hadden gefaald. Het was tijd om snel grote stappen te zetten. Academici en politici voerden de druk op de de Europese Centrale Bank op. De ECB moest de geldpersen aanzetten en met het gedrukte geld massaal staatsobligaties opkopen. Zou geldschepping tot een hoger inflatieniveau leiden? Wellicht, maar het voortbestaan van de eurozone stond op het spel, luidde het antwoord. Economen constateerden dat de eurozone in een vicieuze cirkel was beland. Alles wat euro was, werd gedumpt en gemeden.

Nu is daar geen sprake meer van. De Italiaanse rente is in twee maanden tijd met 1,6 procentpunt gedaald tot onder de 6 procent. Van eind november tot eind januari is de Spaanse rente gezakt van 7 tot 4,9 procent. De extreme druk op de probleemlanden is weg en tegelijkertijd is de neerwaartse spiraal gebroken. Frankrijk – dat in de tussentijd de AAA-rating verloor, het stempel van betrouwbaarheid – betaalt geen 3,7 maar 3 procent rente op tienjaars-obligaties. Ook zijn de kosten die banken elkaar rekenen en de premies voor faillissementsverzekeringen fors gedaald.

Wat is er gebeurd? Blijkt de-stapje -voor-stapje-aanpak van euroleiders, met bondskanselier Merkel voorop, toch te werken? Italië geniet onder technocraat Monti duidelijk meer vertrouwen dan onder Silvio Berlusconi. Dat de onderhandeling over het kwijtschelden van de Griekse schuld momenteel het grootste euro-onderwerp is, is een ander belangrijk teken. Liever ophef over het relatief kleine Griekenland dan over de derde economie van de eurozone.

De ECB heeft weliswaar niet de big bazooka uit de kast gehaald, maar de centrale bank heeft wel een maatregel getroffen die vooralsnog zeer effectief blijkt: banken kunnen onbeperkt lenen bij de ECB. In december tekenden banken in de eurozone in voor 489 miljard en naar verwachting zullen banken eind deze maand voor 1.000 miljard lenen. Die steun van de ECB heeft het vertrouwen in Europese banken goed gedaan.

De conclusie dat de zorgen voor de monetaire unie voorbij zij, is te gemakkelijk. De grootste onderliggende problemen blijven bestaan, blijkt ook uit de jongste werkloosheidcijfers. De noordelijke economie is concurrerend en het zuiden blijft achter. Hervormingen en bezuinigingen blijven nodig, zowel in Zuid- als in Noord-Europa. Maar welke politicus, zo vroeg een hoge Nederlandse functionaris zich onlangs af, zal pijnlijke besluiten doorzetten als de markten daartoe niet dwingen?

    • Melle Garschagen