D'Angelo is nog steeds een fenomeen

Nederland, Amsterdam, 31-01-2012. Concert van D'Angelo in Paradiso. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

D’Angelo. Gehoord: 31/1, Paradiso Amsterdam. Herh.: 2/2, 9/2 (nachtconcert), Paradiso. ****

Eén dag nadat hij vlak voor aanvang zijn concert had afgezegd wegens een voetblessure, stond hij gisteravond dan toch in Paradiso Amsterdam. De grote soulzanger D’Angelo die deze week, na twaalf jaar vrijwel volledige afwezigheid, enkele Europese podia uitkoos voor een hernieuwde kennismaking met zijn publiek. Dat publiek zag een in het zwart geklede levende soullegende die na een jarenlange worsteling met verslaving en vertwijfeling weer in absolute topvorm steekt.

In D’Angelo ballen vele hoogtepunten uit de zwarte muziekgeschiedenis samen. Soms kwam die invloed onverdund door, zoals in een cover van Parliament’s I’ve Been Watching You (Move Your Sexy Body), dat vooral in de intiemere solostukken klonk alsof D’Angelo de wereld weer welkom heette: ‘I missed you so much…’

Soms echode het door in elk muzikaal detail zoals in het nieuwe The Charade; prachtige eightiesfunk die in alles deed denken aan de hoogtijdagen van Prince, de zanger met wie D’Angelo zijn krachtige falset en instrumentale veelzijdigheid gemeen heeft.

Hij trapte af met een spetterend funkblok waarin hij zich een gespierde, 21ste-eeuwse James Brown toonde, inclusief de aanwijzingen, de kreetjes, de pasjes en de passie. Hoogtepunten waren een ontketend Devil’s Pie, van puntig funky tot rauw rockend; het snoeihard groovende Chicken Grease en een prachtig slepende, dramatisch vertolkte versie van Shit, Damn, Motherfucker.

In het middenstuk verloor het concert met loos gierend gitaargeweld iets aan vaart. IJzersterk was direct daarop het intermezzo van meesterbassist Pino Palladino en drummer Chris Dave die in hun ritmesectiesolo hiphopproducer Dilla citeerden en in hun improvisatie niet de explosie maar de nuance opzochten. D’Angelo begeleidde zichzelf losjes achter de elektrische piano bij flarden van Jonz In My Bonz, Me And Those Dreamin’ Eyes Of Mine en One Mo Gin.

De zanger werd in 2000 definitief een gigaster met de hit Untitled (How Does It Feel), met een bijbehorende clip waarin de camera over zijn ontblote torso glijdt. Volgens zijn bandleden was D’Angelo tijdens concerten in toenemende mate obsessief met zijn uiterlijk bezig. Na het succes van zijn meesterwerk Voodoo (2000) kwam hij in een destructieve neerwaartse spiraal terecht. Hij raakte verslaafd aan drank en drugs, reed zijn auto in de prak en werd diverse keren opgepakt.

Gisteren speelde D’Angelo slechts plagerig een paar tonen van de hit die in 2000 zijn afgetrainde sixpack wereldberoemd maakte. Hij brak het hoofdschuddend af; een mooi moment in een intiem intermezzo. Aan het einde domineerde, op een kalme cover van David Bowies Space Oddity na, wederom de funk. Met het nieuwe, ratelend funky Sugar Daddy, afkomstig van zijn derde plaat James River die dit jaar dan toch moet verschijnen. En een zinderende, langgerekte funkjamvariant van het op album veel zwoelere Brown Sugar als afsluiting.

Ook na twaalf jaar is D’Angelo live nog steeds een fenomeen.

    • Saul van Stapele