Behaaglijk in pastelkleurige cafés van Le Havre

Le Havre. Regie: Aki Kaurismäki. Met: André Wilms, Kati Outinen, Blondin Miguel, Jean-Pierre Daroussin. In: 15 bioscopen ****

Soms merk je pas hoezeer je iemand miste als je hem of haar weer eens tegenkomt. Ook een regisseur kan een oude bekende zijn met wie je de kennismaking graag hernieuwt. Fijn dus dat Aki Kaurismäki weer een film gemaakt heeft. Zijn voorlaatste, Lights in the Dusk, stamt al weer uit 2006.

Le Havre ging afgelopen voorjaar in première op het filmfestival van Cannes en is dit jaar de Finse inzending voor de Oscarcategorie beste buitenlandse film. Een comeback voor Kaurismäki: Le Havre haalt bijna het niveau van Drifting Clouds (1995) of The Man Without a Past (2002), en is een voor zijn doen optimistische film.

Le Havre is schaamteloos idealistisch. Schoenenpoetser Marcel Marx ontfermt zich in de Franse havenstad over een Afrikaans asielzoekertje dat naar zijn moeder in Londen wil. Met hulp van zijn buurtgenoten zorgt hij ervoor dat dit plan ook ten uitvoer wordt gebracht, waarbij Marx ondertussen ook nog te maken krijgt met zorgen om zijn zieke vrouw (gespeeld door vaste Kaurismäki-actrice Kati Outinen), een racistische buurman en een achterdochtige politie-inspecteur.

Le Havre gaat over mededogen en medemenselijkheid en onmodieuze idealen als broederschap, die door Kaurismäki tegenover journaalbeelden van de ontruiming van een vluchtelingenkamp nabij Calais worden geplaatst. De film heeft zijn kenmerkende droge humor, een onderkoelde acteerstijl en wordt zoals altijd bevolkt door rokende kroegtijgers, begripvolle vrouwen en een tikje ontheemde bohemiens.

Het knappe van Le Havre is dat Kaurismäki er alles in heeft gestopt waar hij van houdt en dat het toch een coherente film is geworden. Fans van zijn werk zullen hun hart ophalen aan de geluidsband waarop veel prachtige, ietwat onhippe muziek is te horen, zoals oude tango’s, krakende blues, de oude Franse rocker Little Bob, wat chansons en symfonische muziek van zijn landgenoot Rautavaara.

Verder verwijst de film naar Monet en Kafka en zit hij vol fraaie oude modellen van Peugeot en Renault. Die nostalgie doordesemt de hele film. Kaurismäki reconstrueerde bijvoorbeeld het oude, in de oorlog gebombardeerde deel van Le Havre met zijn kleine, op elkaar gepakte houten huisjes.

Misschien wel het mooist is zijn hommage aan de Franse film. De vrouw van Marcel Marx is vernoemd naar de Franse actrice Arletty, ster van het poëtisch realisme (Hôtel du Nord, 1938; Les enfants du paradis, 1945), acteur Jean-Pierre Léaud speelt een bijrolletje en de politie-inspecteur lijkt zo weggelopen uit een Franse policier; een weer tot leven gewekt archetype met een cruciale rol in de finale van de film.

De cinematografie van Kaurismäki’s vaste cameraman Timo Salminen is prachtig. De wat afgebladderde exterieurs mogen dan grijs en grauw zijn, binnen in de pastelkleurige cafés is het behaaglijk. De bedreigende buitenwereld wordt hier voor even buitengesloten, net zoals Kaurismäki de realiteit tijdelijk laat voor wat zij is in Le Havre.

Een interview met regisseur Aki Kaurismäki op pagina 6.

    • André Waardenburg