Ambtenarenpensioenfonds verlaagt pensioenen met 0,5 procent

ABP, het pensioenfonds voor ambtenaren en leraren, gaat de pensioenen met 0,5 procent verlagen en verhoogt de tijdelijke opslag op de premie naar 3 procent van 1 procent. Dat meldt het grootste pensioenfonds van Nederland vandaag.

De maatregelen staan in de evaluatie van het herstelplan dat ABP naar De Nederlandsche Bank (DNB) stuurt. ABP neemt de maatregelen omdat het pensioenfonds kampt met een te lage de dekkingsgraad: de verhouding tussen hun vermogen en het geld dat ze moeten reserveren voor de pensioenen die ze nu en in de toekomst moeten uitbetalen.

De wettelijke minimale dekkingsgraad is 105 procent (elke euro aan pensioengeld moet gedekt zijn met 1,05 euro in kas). Bij de drie grootste fondsen in Nederland is de dekkingsgraad veel lager. ABP stond 31 december van vorig jaar op 94 procent. Bij de fondsen in de metaalsector PME en PMT stond de dekkingsgraad op het einde van vorig jaar op respectievelijk 90 procent en 88,5 procent. Die fondsen moeten ook meer gaan korten op de pensioenen. PME anticipeert op een verlaging met 6 tot 7 procent. Branchegenoot PMT heeft een prognose van 6 tot 9 procent gegeven.

De verlagingen zijn overigens nog niet zeker. Of die doorgaan hangt af van de financiële situatie van de fondsen aan het einde van dit jaar. Als het nodig is zal de verlaging van de pensioenen vanaf april 2013 effectief zijn.

Kostenpost van miljard voor overheid

Ook de overheid wordt gedupeerd door de lage dekkingsgraad. De kosten voor de aangekondigde verhoging van de premie van 1 naar 3 procent komen voor 70 procent bij het Rijk te liggen. Over een periode van twee jaar komt dat uit op 1 miljard euro aan extra kosten. Het resterende deel, ongeveer zeven euro extra per maand, komt voor rekening van de werknemer.