Wie betaalt de medewerkers als de site een succes wordt?

Er is niet veel voor nodig om een journalistieke website te beginnen: een domeinnaam, iemand die een site kan bouwen en wat enthousiaste vrijwilligers. Maar hoe pak je het aan als je verder wilt?

Melle van den Berg (31) is in het dagelijks leven consultant, maar ’s avonds tikt hij stukjes. Satirische stukjes, in de vorm van gortdroge nieuwsberichten. Enkele koppen: ‘Nederlander ontkent verbod op holocaustontkenning’. ‘NS experimenteert met kortere reizigers’. ‘Afrikaan verbreekt wereldrecord consuminderen’.

Samen met Jochem van den Berg (geen familie) begon Melle in 2007 de website De Speld, ‘uw vaste prik voor betrouwbaar nieuws’. Met Jochem en een clubje vrienden schreef hij stukjes, waarbij het doel was elkaar in geestigheid af te troeven. Lange tijd was de 500 euro voor de domeinnaam – „we wilden per se speld.nl” – de enige investering. Melle: „We verdienden niets, maar we hadden ook nauwelijks kosten.”

Langzaam veranderde dat. De Speld kreeg meer bezoekers; het toegenomen internetverkeer moest worden betaald. Ook de ambities groeiden: naast artikelen wilden de makers radio- en video-items produceren, veel arbeidsintensievere vormen van journalistiek. Jochem, docent filosofie, ging minder werken om één tot twee dagen per week aan de site te besteden. Vier andere redacteuren deden hetzelfde. Maar hoe verdien je geld met een site?

Meer webschrijvers zien zich voor deze vraag gesteld. Bijvoorbeeld Dimitri Tokmetzis (36), hoofdredacteur van nieuwsblog Sargasso. Advertenties leveren wel wat op, maar niet genoeg. Tokmetzis: „Om één redacteur te betalen moet je 25.000 unieke bezoekers per dag hebben. Dat redden wij niet.” In september vorig jaar kreeg Sargasso een startsubsidie van 84.471 euro van het Stimuleringsfonds voor de Pers om een vaste eindredacteur en een datajournalist aan te stellen. De datajournalist wordt medegefinancierd door persbureau ANP, dat de resultaten van zijn onderzoek met een verwijzing naar Sargasso gebruikt voor eigen nieuwsberichten.

Samenwerken met ‘oude’ media biedt mogelijkheden, denkt Tokmetzis. „Wij hebben in al die jaren een grote, betrokken lezersgroep opgebouwd, die graag meedenkt en meewerkt. Via crowdsourcing kun je grote projecten uitvoeren die voor traditionele media interessant zijn.” Naast ANP werkt de site samen met RTL Nieuws aan een project waarbij 25 vrijwilligers van Sargasso overheidsdocumenten openbaar maken van Nederlandse gemeenten met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur.

De Speld werkt samen met dagblad De Pers. Iedere woensdag vult De Speld een pagina met satirisch nepnieuws – soms tot verwarring van de lezer. De radio-uitzendingen worden ook uitgezonden door WNL, wel pas om drie uur ’s nachts. De samenwerking met grotere mediapartners zorgt voor een structureel inkomen. Daarnaast heeft de site advertenties – ‘gewone’, maar ook zogeheten ‘advertorials’, waarbij een redacteur van De Speld de advertentie verwerkt in een satirische tekst.

Online tijdschrift Hard//Hoofd zoekt andere wegen om de financiering rond te krijgen. Samenwerken met ‘oude’ media is volgens hoofdredacteur Rutger Lemm (26) leuk voor de naamsbekendheid, maar levert geen gouden bergen op. Ook advertenties vindt hij niet interessant. „Dan moeten lezers om de advertenties heen lezen. We kunnen wel wat leukers verzinnen.” Met een inzamelingsactie via Voordekunst.nl haalde Hard//Hoofd 30.000 euro aan donaties op. Met het geld wil Lemm onder andere een half jaar een zakelijk directeur aanstellen om structurele bronnen van inkomsten te zoeken.

Lemm denkt daarbij aan de oprichting van ‘Bureau Hard//Hoofd’, dat projecten moet organiseren voor culturele en commerciële partijen. Op dit moment werkt de site al samen met Entree, de jongerenvereniging van het Concertgebouw. Hard//Hoofd nodigt lezers uit voor thema-avonden van Entree en publiceert twee artikelen of items over het evenement op de site. Lemm: „We hebben een stijl die aanslaat onder een groep jongeren die voor bepaalde partijen interessant kan zijn. Daar willen we mee verder.”

Hoe houd je vrijwilligers gemotiveerd? Het gaat om het gemeenschapsgevoel, denkt Lemm. „Onze redactievergaderingen zijn kleine feestjes, met veertig man die van alles door elkaar roepen. Het is een jonge, ambitieuze groep. Dat is inspirerend.” Daarom zijn mensen volgens hem ook bereid om gratis voor Hard//Hoofd te werken – al stromen sommige talenten wel door naar betaalde banen in de journalistiek.

Tokmetzis steekt veel tijd in de selectie en begeleiding van auteurs. „Als je het niveau hoog houdt, stimuleert dat anderen ook weer om goede stukken te schrijven. En het is natuurlijk ook leuk als je stuk honderd reacties krijgt.”

Maar voor alle drie de sites staat het plezier voorop. „Ik zou het leuk vinden als we winst maken, maar ik zet me net zo hard in voor de onderdelen waar we niets mee verdienen”, zegt Melle van den Berg. „Als je avond na avond bezig bent met zo’n site, vraag je jezelf wel eens af wat je aan het doen bent. Maar nu lezen wel duizenden mensen iedere dag mijn grappen.”

    • Eva de Valk