‘Kleren uit en bed in!’

Afgelopen week is het Nationale Slaaponderzoek gestart. Slapen Nederlanders ongezond weinig? Eva de Valk ging alvast op zoek naar enkele succesvolle lang- en kortslapers.

Schlafen kann ich wenn ich tot bin, luidde het motto van de Duitse regisseur Rainer Werner Fassbinder. Waarom zou je slapen als je veertig films in dertien jaar tijd kunt maken?

Meer mensen denken er zo over. Althans, in westerse landen slapen mensen steeds korter. Het gemiddelde ligt tegenwoordig op 7,2 uur per nacht, een vol uur minder dan veertig jaar geleden. Hoe komt dat? En wat betekent dat voor hoe mensen zich voelen en hoe ze presteren? Het Nationale Slaaponderzoek, een samenwerking van NWO, NTR en VPRO, probeert daar zicht op te krijgen. Deelnemers kunnen op internet een week lang bijhouden hoeveel ze slapen, wanneer ze slapen, hoeveel cafeïne- en alcoholhoudende dranken ze ’s avonds drinken en hoe ze zich overdag voelen.

„Eigenlijk weten we nog heel weinig over de slaapgewoonten van mensen”, zegt slaaponderzoeker Eus van Someren, die het onderzoek leidt. Bekend is dat slaapbehoefte tot op zekere hoogte genetisch bepaald is. Zogeheten ‘klokgenen’ regelen ritmes in het lichaam. „Maar slaaponderzoek vindt meestal plaats in een laboratorium en niet in de gewone leefomgeving”, zegt Van Someren. „Over de rol van omgevingsfactoren bij nachtrust is weinig bekend.”

Sommige mensen lijken van nature weinig slaap nodig te hebben. Er zijn in ieder geval genoeg beroemde voorbeelden van. Zoals Napoleon. „Een man heeft zes uur slaap nodig, een vrouw zeven en een dwaas acht”, schijnt hij te hebben gezegd. Hijzelf had genoeg aan vier tot vijf uur slaap.

Nog zo’n beroemde kortslaper was Thomas Edison. Naar eigen zeggen sliep hij niet meer dan vijf uur per nacht. „De meeste mensen slapen 100 procent te veel, omdat ze het lekker vinden. Die extra 100 procent maakt hen ongezond en inefficiënt”, aldus de uitvinder. Excellente mensen, zoals hij, slapen volgens hem weinig en krijgen daarom meer gedaan. Een gloeilamp uitvinden bijvoorbeeld.

Beroemde langslapers zijn moeilijker te vinden. Winston Churchill sliep niet bijzonder veel, maar had voor een staatsman wel een bijzonder slaapritme: ’s nachts sliep hij vijf tot zes uur en ’s middags één tot twee. „Je moet ergens slapen tussen het middageten en het diner”, aldus Churchill. „En geen halve maatregelen! Doe je kleren uit en ga in bed liggen.” Het idee dat je minder voor elkaar krijgt als je overdag slaapt, berustte volgens hem op een misverstand. „Je krijgt twee dagen in één – of, tenminste anderhalf.”

Een van de weinige beroemde langslapers is Johann Wolfgang Goethe. Naar verluidt sliep hij tien uur per nacht, soms langer. „Zalige slaap!” schreef hij in het toneelstuk Egmont. „Je komt als zuiver geluk, ongevraagd en zonder ernaar te hunkeren. Je ontwart ernstige gedachten, je mengt visioenen van vreugde en pijn, ongeremd stroomt de kringloop van innerlijke harmonie, en omhuld door prettige waanzin zinken wij en houden op te bestaan.”

Naar schatting 1 tot 3 procent van de mensen heeft minstens tien uur slaap nodig, zegt Van Someren. Eenzelfde percentage kan structureel toe met minder dan zes uur slaap per nacht. „Maar de meeste kortslapers slapen simpelweg te weinig”, zegt hij. „Zij ondervinden daar gevolgen van: het concentratievermogen neemt af, ze kunnen minder snel beslissingen nemen, worden dik en gaan sneller dood.” Zo overleed Fassbinder op 37-jarige leeftijd aan een cocktail van cocaïne, alcohol én slaaptabletten.

Meedoen aan het Nationale Slaaponderzoek? Aanmelden kan via: wetenschap24.nl/programmas/grootnationaalonderzoek/