Wegelin capituleert, wie volgt?

Na UBS en Credit Suisse pakt de Amerikaanse fiscus nu ook kleinere Zwitserse banken aan. Wegelin, de oudste bank van het land, is hier het eerste slachtoffer van.

In Davos sloeg het in als een bom. Wegelin, de oudste particuliere bank van het land, is niet meer. Net voor het weekend, toen de wereldtop op het World Economic Forum bijeen was in de Zwitserse Alpen, maakte Wegelin bekend dat het verkocht wordt aan de Zwitserse Raiffeisen Bank. De hele boedel gaat over, op één onderdeel na: het beheer voor Amerikaanse klanten. Wegelin, de gerenommeerde bank uit St. Gallen die werd opgericht in 1741, is een sterfhuis geworden. De rekeningen van Amerikanen die erin overblijven zijn ongedeclareerde vermogens. Ze zullen openbaar gemaakt moeten worden aan de Amerikaanse justitie; hun eigenaren en de bank zelf staan miljoenenboetes te wachten.

Sinds 2008 liggen Zwitserland en de VS met elkaar overhoop over het bankgeheim. De Zwitsers willen de anonimiteit van klanten waarborgen: het bankgeheim verbiedt mededelingen te doen over banktegoeden aan derden, inclusief de fiscus. Alleen voor criminelen biedt het bankgeheim geen bescherming. Maar belastingontduiking is in Zwitserland een overtreding, geen criminele daad. Daarom blijven de Zwitsers zo lang mogelijk vasthouden aan hun eigen wetgeving, die ook buitenlandse rekeninghouders tot voor kort bescherming bood.

Sinds de financiële crisis geldt dat echter steeds minder. In 2008 werden UBS medewerkers in de VS gearresteerd en voerden de Amerikanen de druk op: ze wilden hebben in 50.000 Amerikaanse rekeningen bij de bank. Dat getal werd door de Zwitserse regering weliswaar gedecimeerd, maar UBS kreeg een boete van 760 miljoen dollar (576 miljoen euro). Met miljarden haalden beleggers vervolgens hun geld van de bank weg. Daarmee stond financieel centrum Zwitserland even aan de rand van de afgrond. Een reddingspakket van de Zwitserse regering en de centrale bank kon dat toen voorkomen. Maar de VS had een duidelijk signaal afgegeven. Het is zero tolerance geworden voor zwart geld van Amerikaanse burgers in Zwitserland. Nu zijn de kleinere Zwitserse banken aan de beurt. Het onderzoek naar Credit Suisse loopt nog.

In januari werd de druk van de Amerikanen op Wegelin steeds groter. Een van de partners van Wegelin was al met verlof gestuurd, omdat zijn naam door de VS werd genoemd als medeplichtige in het witwassen van geld. Als men namen gaat noemen, zit het goed fout, zei ook scheidend Deutsche Bank-president Josef Ackermann in de wandelgangen van Davos. Het wegsturen van de partner bleek niet voldoende om het vertrouwen te herstellen. Institutionele beleggers zouden in de loop van de maand al 3 miljard Zwitserse frank (2,49 miljard euro) van Wegelin weggehaald hebben. Er restte niets anders dan een verkoop van het gezonde deel, dat als zelfstandige eenheid van de Raiffeisenbank onder de naam Notenstein Privatbank verder gaat.

De transfer naar de Raiffeisengroep, die de 700 Wegelin medewerkers overneemt, wordt door Wegelin als succes verkocht. Met het gezonde deel van het vermogensbeheer gaat ook een jonge partner mee naar de Raiffeisenbank. Dat kan echter de achilleshiel van de transactie blijken.

Want deze Adrian Künzi was al partner toen Wegelin in 2008 besloot de bankrekeningen van Amerikaanse klanten, die UBS waren ontvlucht, over te nemen. Hij draagt dus mede de verantwoordelijkheid voor de overname van het zwarte geld. Het is niet waarschijnlijk dat de Amerikanen hem buiten schot zullen laten.

Dat het traditionele bankiershuis uit St. Gallen in de persoon van mede-eigenaar Konrad Hummler zijn stem luid liet horen, heeft de zaak ook geen goed gedaan. In zijn commentaren in de media trok Hummler fel van leer tegen de buitenlandse aanvallen op het bankgeheim. Uitdrukkingen als „Belasting betalen is voor de dommen” moeten de Amerikaanse justitie onaangenaam getroffen hebben.

Wat Hummler en de zijnen heeft bewogen star vast te houden aan Zwitserse wetgeving, na alle internationale pressie, mag een raadsel heten. Amerikaanse burgers blijven belastingplichtig in de VS, waar ter wereld ze ook wonen of hun bankrekeningen hebben. De nieuwe Amerikaanse belastingwetgeving FATCA, die in 2013 ingaat, gaat nog veel verder. Voor veel kleine en middelgrote Zwitserse banken is dit een reden om de Amerikaanse markt geheel de rug toe te keren.

Maar eerst moet de oude schuld – de vermogens die aan de Amerikaanse fiscus zijn onttrokken – worden voldaan. Behalve Wegelin heeft de Amerikaanse justitie nog tien andere instituten in het vizier, zoals bank Julius Bär, dat in 2009 de particuliere bank van ING overnam.

Inmiddels wordt de roep van de Zwitserse banken om overheidsregie steeds groter. De banken dringen nu aan op een gezamenlijke afkoopsom voor alle niet gedeclareerde vermogens van hun Amerikaanse klanten. Naar verluidt hebben de VS al een bedrag van over de 10 miljard dollar genoemd voor zo’n afkoopsom. Dat zien de Zwitsers vooralsnog als chantage en dus als onbespreekbaar.

Maar de geschiedenis herhaalt zich. Het was Amerikaanse druk die de grote Zwitserse banken in 1998 dwong een afkoopsom van 2,5 miljard dollar uit te keren aan nakomelingen van slachtoffers van de Holocaust vanwege het achterhouden van Joodse tegoeden onder het mom van het bankgeheim. Het waren de VS die UBS in 2008 dwongen tot betaling van 750 miljoen dollar en tot de inzage in duizenden bankrekeningen.

Daarmee lijkt het verloop van dit offensief voorspelbaar. De capitulatie van Wegelin geeft de richting aan. Opnieuw hoeft de VS slechts te wachten op het voortschrijdende inzicht van financieel centrum Zwitserland.