We doen nu juist precies wat de minister van ons wil

In artikelen naar aanleiding van de onderwijsstaking van donderdag 26 januari wordt gefocust op twee dingen – de 1.040 lesuren en de vakantieweek waaraan de minister knabbelt. Hierbij kijken we naar het verkeerde. Dat is precies wat de minister wil. Die 1.040 uren zijn een onderhandelingstruc. Dit aantal wordt straks gewoon weer 1.000 – nog altijd 40 meer dan de 960 die het was. Dan mogen leraren niet meer zeuren, want is ze ons dan niet geweldig tegemoetgekomen?

De minister schroeft ongemerkt de vergoedingen voor personeel aan scholen zodanig terug dat op alle scholen de leraar niet alleen een week meer gaat werken voor de minister, maar ook nog eens voor de eigen school. Als de minister van elke euro die ik verdien nog maar negentig cent aan de school betaalt, moet de school mij voor tien cent harder laten werken om quitte te spelen.

Dit baart me grote zorgen, los van centjes en hoe je het praktisch inricht. Leraren met een voltijdbaan zijn meestal duur en plegen al jaren roofbouw op hun krachten om alles voor elkaar te krijgen in hun steeds veeleisender werk. Deze leraren vallen straks als dominosteentjes om. Er is een grens aan wat we kunnen. Die ligt precies daar waar hij nu ligt. Schuif haar nog dichterbij en er gaat iets mis. Dit is een drama voor leraren, leerlingen, scholen en de onderwijsbegroting. De minister sluit hiervoor haar ogen. Zij wil vandaag worden geprezen om haar bezuinigingen. De scherven mogen morgen worden opgeveegd door haar opvolger met, laat me raden, een ‘kwaliteitsslag in het onderwijs’.

Híérop moeten we ons richten, nu we het toch over onderwijs hebben.

Anneke Korevaar

Leraar klassieke talen en klassieke culturele vorming, Capelle aan den IJssel