Wat een homo's, die Joden

Mensen die fanatiek in God geloven, hebben om onduidelijke redenen vaak bovenmatige belangstelling voor homoseksualiteit. Raar eigenlijk, want mensen die geloven in Sinterklaas, ufo’s of de tandenfee bemoeien zich zelden met elkaars seksuele voorkeuren.

Toch willen de fratsen van opperrabbijn Ralbag (een soort hoofdpiet, maar dan van rabbijnen) maar niet uitgroeien tot een vette, fraaie rel. Opvallend, want iets met Joden doet het, reltechnisch gezien, altijd goed.

De potentiële rel wordt knap gemanaged door de Joodse gemeente Amsterdam, die de hoofdpiet voorlopig schorste en daarmee zowel het COC als de gebruikelijke ramptoeristen in de media stil kreeg. De rabbijn zelf, die niet zou misstaan tussen de bouwvakker en de indiaan van de Village People, heeft inmiddels aangegeven dat hij niemand wilde beledigen. Verder houdt iedereen zich opvallend gedeisd.

Zo wordt het nooit wat natuurlijk. Voor een goede rel moeten de verschillende partijen wel een beetje meewerken, door bijvoorbeeld allerlei media-optredens waarin ze hun boodschap herhalen en aanscherpen.

Het wachten is op het moment dat Federatief Joods Nederland (FJN) wat olie op het vuur gooit. Wie? Federatief Joods Nederland. De FJN krijgt normaliter ruim baan in de media om zijn extremistische standpunten te verkondigen. Wat is er zo grappig aan de FJN? Bijvoorbeeld dat ze, ondanks de slim gekozen naam, helemaal niks met Joodse organisaties te maken hebben. Het clubje is een hilarisch bewijs van hoe makkelijk de luie Nederlandse journalistiek te dollen is. Hoewel de persberichten van de FJN regelmatig worden overgeschreven door de media, bestaat ze slechts uit advocaat Loonstein, zijn zonen, een fax en wat briefpapier. Verder vertegenwoordigt de FJN helemaal niemand in Nederland, laat staan Joden of federaties.

Waarom vertel ik dit eigenlijk?

Voor mijn boek Mark Rutte is lesbisch sprak een researcher met de woordvoerder van de federatieve media-dollers. (De FJN beschikt over twee zonen Loonstein, dus ook over twee woordvoerders). De woordvoerder vertelde dat dhr. Markuszower (voormalig kandidaat-Kamerlid voor de PVV) vicevoorzitter is van de FJN. Dat vermeldde ik dus keurig in mijn bestseller.

Tot mijn intense vreugde kreeg de uitgever onlangs een aantal intimiderend bedoelde brieven van Markuszower. Hij noemde mij „een antisemiet en een leugenaar”, hij staat „helemaal niet ingeschreven als vicevoorzitter”, hoewel hij de FJN „een geweldige en belangrijke organisatie vindt”. Markuszower verwachtte „gecompenseerd te worden voor de opgelopen schade”.

Feest in huize Heertje natuurlijk. Robert Vuijsje kreeg zijn gedroomde rel door kwade Federatieve Surinaamse dikbilligen en won de Libris Literatuurprijs. Dit zou er vet overheen gaan. Antisemitisme, incompetente journalisten, hallucinerende Joden, een PVV-hooligan; wat wil je nog meer? Ik negeerde de eisen van de niet-vicevoorzitter en stelde voor dat hij, tegen gereduceerd tarief, een gesigneerd exemplaar van mijn boek kon kopen. Ter verzachting van het leed bood ik hem aan een gratis doos bapao op te sturen.

De uitgever drukte al wat extra boeken, deze rel leek onafwendbaar. Maar helaas, nooit meer wat gehoord. Wat een homo’s, die Joden.