Waarom Maarten 't Hart niks begrijpt van katholieken

Schrijver Maarten ’t Hart verklaarde vorige week waarom katholieken niet in opstand komen tegen ‘Rome’. Beatrijs Ritsema dient hem van repliek.

Maarten ’t Hart vraagt zich af waarom katholieken niet massaal in opstand komen tegen ‘de oudste en grootste misdadigersorganisatie ter wereld’, de katholieke kerk. Het grootscheepse kindermisbruik in diverse Europese landen lijkt toch reden genoeg voor een hernieuwde stormloop op dit verachtelijke instituut, dat zijn leden eeuwenlang heeft dom gehouden en dat zich, toen het dom houden in de loop van de 20ste eeuw niet meer lukte, vergreep aan de meest weerloze subcategorie van zijn volgelingen: onschuldige kinderen.

Het antwoord op deze vraag is heel eenvoudig. Omdat de wereld van vandaag niet meer dezelfde is als die van vijftig, zestig jaar geleden. Wat destijds gebeurde, is verschrikkelijk en voor de slachtoffers onvergeeflijk, maar het heeft weinig zin de mensen die nu aan het roer van de kerk staan met pek en veren te besmeuren. Net zo min kun je de Duitsers van vandaag verantwoordelijk houden voor de misdaden, begaan door hun grootouders tijdens het naziregime.

De katholieke kerk heeft schuld bekend, zij het minder genereus dan Duitsland. Het optreden van bisschop Eijk was aan de zuinige kant, wat ook kan komen door zijn afgemeten karakter. Ongetwijfeld waren de slachtoffers meer gebaat geweest bij openbare excuses van een warmhartig persoon als bisschop Muskens (de man die zei dat een arme best een brood mocht stelen).

Tegelijk mogen binnen dit traumatisch panorama de proporties niet uit het oog worden verloren. Uit onderzoek van de commissie-Deetman bleek dat naar schatting 0,6 procent van de kinderen onder de hoede van de priesters en paters slachtoffer is geweest. Het aantal daders wordt geschat op 800, iets meer dan 2 procent van alle prelaten.

Hoewel elk procentpunt er een te veel is, kun je nu ook weer niet zeggen dat ‘de hele katholieke kerk’ en ‘de meeste aan de kerk toevertrouwde kinderen’ deel uitmaakten van een grote perverse bende. Pedofilie is niet voorbehouden aan de katholieke kerk en kwam (komt) ook elders in de maatschappij voor. In die tijd sprak men niet zo makkelijk over seksuele excessen als nu, wat het voortwoekeren heeft bevorderd.

Verreweg het grootste deel van de katholieken werd destijds niet geconfronteerd met kindermisbruik. Het is dus niet verwonderlijk dat hun nazaten, tegenwoordige katholieken, en huidige prelaten, zich niet persoonlijk aangesproken voelen. Het is heel erg, maar zij stonden en staan erbuiten en dragen geen verantwoordelijkheid.

Katholieken weigeren hun godsdienst te laten reduceren tot de kwestie-kindermisbruik. Waarom zou je een aberratie definiëren als de standaard? De katholieke kerk bestaat tweeduizend jaar. Je kunt er wel op afgeven als ‘misdadigersorganisatie’ (het bashen van ‘papen’ vormt al eeuwen favoriet vermaak van zelfingenomen intellectuelen), maar er moet toch iets in dat geloof zitten wat mensen aanspreekt. Het is niet moeilijk te zien wat dat is. Voor de goede orde: ik ben atheïst, maar wel katholiek opgevoed.

Het aantrekkelijke van het katholicisme is dat het een theatrale godsdienst is die neigt naar het polytheïsme. Je hebt de Goddelijke Drieëenheid, maar ook Maria, moeder van God, en nog een hele stoet andere heiligen met allemaal hun eigen specialisme, en apart aanroepbaar – meer diversiteit en oog voor vrouwen dan bij protestanten, joden of moslims.

Maar de belangrijkste kwaliteit van het katholicisme is de elasticiteit ervan. Enerzijds beschikt het over een krankzinnige dogmatiek met leerstellingen die zo absurd zijn dat ze (althans volgens Tertullianus) juist daarom voor geloof in aanmerking komen. Anderzijds gaan miljoenen katholieken gewoon hun dagelijkse gang en lappen de regels die hun niet uitkomen aan hun laars. De terugkerende erupties van woede over de paus die condooms in Afrika verbiedt, zijn overbodig: Afrikanen negeren de paus bij hun beslissing wel of geen condooms te gebruiken. De paus roept het een (íemand moet toch de orthodoxie bewaken; het is tenslotte een hiërarchische organisatie) en vervolgens doen de gelovigen wat anders.

Al tweeduizend jaar gaat dit zo. Als gelovigen berouw krijgen, kunnen ze biechten. Dan is het zand erover en met een schone lei opnieuw beginnen. Hoop en troost zijn altijd mogelijk voor degenen die dat zoeken. Er is kortom geen probleem. In ieder geval heel wat minder dan bij de inktzwarte predestinatieleer van de calvinisten met zijn schaarse uitverkorenen voor het paradijs, zijn vreugde-loze kerken zonder beelden of wierook en zijn steile minachting voor alles wat het leven aangenaam kan maken.

Genoeg reden om het katholicisme niet te verketteren, althans niet meer dan andere religies. Niet dat de katholieke kerk iets te duchten heeft van verkettering. Die religie is en blijft van elastiek.

Psycholoog en publicist