Vreemdgaan om zijn aandacht te trekken

Je sens un deuxième coeur bestaat uit twee composities van componiste Kaija Saariaho. „Het is alsof ze meer emotie heeft opgebracht dan gewoonlijk.”

Een eenzame berijpte berk staat op de toneelvloer van het Groningse Grand Theatre. Daarachter een hoge zwarte wand. De vleugel in het midden wordt gespiegeld door een losse pianoklep op de grond, bedekt met een wit laken, eromheen drie staande tl’s.

Het is het eenvoudige, effectieve decor van de muziektheatervoorstelling Je sens un deuxième coeur, die hier wordt gerepeteerd onder leiding van regisseur Pierre Audi. Een vrouw, vertolkt door sopraan Roswitha Bergmann, staat tussen twee mannen. Twee afwezige mannen die hun afdruk hebben achtergelaten onder haar handen, in de buigingen van haar stem.

De muziek is van de Finse componiste Kaija Saariaho. De voorstelling vervlecht twee van haar composities: de liederencyclus Quatre instants voor piano en sopraan op teksten van dichter Amin Maalouf, en het kamermuziekwerk Je sens un deuxième coeur voor altviool, cello en piano. De muziek wordt uitgevoerd door Tomoko Mukaiyama (piano), Esther Apituley (altviool) en Eduard Regteren van Altena (cello).

„De stukken passen goed bij elkaar”, zegt Roswitha Bergmann in de pauze van de repetitie. „In zekere zin vormen ze een anomalie in het oeuvre van Saariaho. De muziek is zo geladen, de spanningsbogen zijn zo lang, het is alsof ze meer emotie heeft opgebracht dan gewoonlijk.” De montage van de vier liederen en vijf instrumentale stukken heeft Bergmann zelf gemaakt.

Hoewel Pierre Audi de regie voert, is Bergmann, in zijn woorden, ‘the mother of the performance’. „En die druk voel ik wel degelijk”, zegt ze. Hoewel dit de eerste voorstelling is die ze van wieg tot wasdom brengt, heeft ze de smaak meteen te pakken. „Mijn artistieke motivatie is breder dan alleen zingen. Het proces waarin je een idee geleidelijk ontwikkelt, in samenwerking met goede mensen, dat is het allerleukste. Dat hoop ik nog vaak te mogen doen.”

Het idee voor de voorstelling kreeg Bergmann al in december 2009. Ze benaderde Audi, die er wel oren naar had; maar onder andere door diens drukke schema zou de realisatie van het project meer dan twee jaar op zich laten wachten. De repetities in het Groningse productiehuis komen tegemoet aan de twee voorwaarden die Audi stelde: een locatie buiten de Randstad, en de gelegenheid om op de vloer te werken aan de totstandkoming van de regie.

De liederen uitbeelden is daarbij niet het doel. De teksten vormen het vertrekpunt voor een reeks gestileerde scènes, waarin de vrouw uiteenlopende tinten van haar liefdesleven toont: extase, wanhoop, berouw, verdriet. Ze bedriegt haar geliefde, niet om hem te kwetsen maar om zijn aandacht te trekken. Zo krijgt het ‘tweede hart’ uit de titel van Saariaho’s trio, gecomponeerd vanuit de herinnering aan haar zwangerschap, een heel andere lading.

Tijdens de doorloop na de pauze vallen de puzzelstukjes in elkaar. Esther Apituley en Eduard Regteren van Altena spelen delen van hun partijen uit het hoofd, terwijl ze nauwkeurig gechoreografeerd over het podium lopen. Opeens wisselen Bergmann en Tomoko Mukaiyama van plaats, waarna de laatste geagiteerd maar onhoorbaar verder speelt op de losse pianoklep. Bergmann zelf danst en kruipt, woelt door het witte laken, rouwt en verleidt in de indringende aaneenschakeling van scènes, als scherven van een liefdesgeschiedenis. Ze zong de prachtige Quatre instants in oktober nog in Den Haag, in het bijzijn van de componiste. „Maar muziektheater vind ik prettiger dan concerten”, zegt ze. „Een rol geeft houvast.”

‘Je sens un deuxième coeur’: 3/2 Haarlem (try-out); 4/2 Haarlem (première); daarna tournee. Inl: stichtingwolf.com