Vestia blijft maar lenen

Vijf corporaties willen ’s lands grootste woonbedrijf redden uit de geldnood. In Den Haag is de code oranje van kracht. De belangen zijn groot.

Redacteuren Woningmarkt

De schermen gingen gistermiddag op zwart in het hoofdkantoor van Vestia, de grootste woningcorporatie van Nederland. Niet omdat de elektriciteitsrekening niet was betaald. Het was de stroomstoring die een deel van Rotterdam enkele uren platlegde.

Naar buiten toe verklaarde Vestia ook stellig dat er geen grote financiële problemen zijn, zoals gisteren uitlekte. De corporatie zou voldoende geld hebben om aan haar verplichtingen te voldoen.

Maar tegelijkertijd werd bekend dat vijf andere grote woningcorporaties financiële hulp aanbieden om Vestia te redden. Er is een tekort van „enkele miljarden”, erkent Vestia’s woordvoerder Ronald Florisson. Momenteel onderhandelt de corporatie met banken over een lening van „ruim 1 miljard”.

In Den Haag is de code oranje van kracht. Betrokken Kamerleden zijn in december al geïnformeerd in een vertrouwelijke brief – zonder cijfers. De laatste dagen heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken spoedoverleg gevoerd met Vestia, toezichthouder het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en branchevereniging Aedes. Vandaag is er een vertrouwelijke bijeenkomst voor de betrokken Kamerleden.

De belangen zijn groot. Wat wordt de schade voor de grootste woningcorporatie met 89.000 huizen, voor de andere corporaties die eventueel garant staan of bijspringen en uiteindelijk voor de overheid?

Vestia heeft voor een paar miljard euro aan langdurige leningen afgesloten om huizen te kunnen bouwen. Tegen het risico op een stijgende rente heeft Vestia zich verzekerd met zogenoemde derivaten. Nu de rente juist zeer laag staat (circa 2,5 procent), willen banken meer onderpand voor deze derivaten. Om bij te storten moet Vestia opnieuw lenen en dat is moeilijker geworden. Met borgstelling door het WSW heeft Vestia het afgelopen jaar wel al enkele malen extra kunnen lenen.

De lage rente is voor Vestia, net als andere corporaties, al langer een probleem. Maar de omvang van Vestia’s derivaten is de laatste jaren sterk toegenomen. Tussen 2009 en 2010 stegen de langdurige leningen van Vestia met 764 miljoen euro naar in totaal 5,1 miljard euro. Tegelijkertijd nam de derivatenportefeuille toe met 4,6 miljard euro naar bijna 10 miljard. „Om dit soort risico’s in de toekomst te voorkomen, wordt de derivatenportefeuille nu afgebouwd”, zegt de woordvoerder.

De vijf corporaties willen nu voorkomen dat toezichthouder CFV ingrijpt en Vestia saneringssteun moet aanvragen. Die steun wordt ook door de corporaties betaald, maar dat geld zien ze nooit meer terug. Door Vestia op een andere manier te steunen, hopen ze hun geld wel terug te zien. Het gaat om De Alliantie, Ymere en Eigen Haard, Portaal en Woonstad Rotterdam. Mogelijk sluiten andere corporaties zich nog aan.

De positie van Erik Staal, directeur-bestuurder van Vestia, zou op het spel staan. „Er zijn gesprekken over de samenstelling van de raad van bestuur”, zegt de woordvoerder. Enkele jaren geleden was er ophef toen Staal de best verdienende corporatiedirecteur bleek. Volgens het jaarverslag over 2010 heeft Staal een jaarsalaris van 499.473 euro.

In datzelfde jaarverslag leek alles heel goed te gaan met Vestia. De corporatie had in 2010 de noodlijdende corporatie SGGB voor bejaarden overgenomen. De oud-directeur van SGGB werd eind vorig jaar nog veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor miljoenenfraude, maar de fusie was „een succes”. Al met al vond de raad van commissarissen de prestaties van Vestia in 2010 „uitstekend”.