Snorremans

Je kunt nooit het gevoel afschudden dat je ouders iets van je weten, iets wat je zelf misschien niet eens doorhebt. Er zijn van die simpele uitspraken van ze, tussen neus en lippen door gezegd, die je blijven achtervolgen. Mijn vaders snor – een dikke, grijze soevereine snor die op zijn bovenlip zat als een getraind beest – was jarenlang het mikpunt van spot in elk Sinterklaasgedicht totdat hij me er eens, met zijn typische alleswetende glimlachje, op aansprak: „Wacht maar, jouw snorrentijdperk komt nog wel.”

Alsof mijn testosterondistributie mijn vader gehoorzaamt, is mijn baardgroei op mijn bovenlip een stuk stugger dan op de rest van mijn gezicht. Dit geldt voor veel mannen, maar bij mij is het verschil apert. Ik kan ’s ochtends niet ongeschoren de deur uit zonder erbij te lopen met een donker donsje op mijn bovenlip, het type dat je normaal gesproken vooral aantreft bij veertienjarige Turkse jongetjes.

En elke ochtend als ik mezelf in de spiegel zie en mijn scheermes pak, denk ik aan mijn vader met het gevoel dat ik iets onderdruk, een geheim dat onder de oppervlakte groeit. Letterlijk.

Deze week zag ik Sherlock Holmes 2, Game of Shadows in de bioscoop en betrapte ik mezelf op het rare gevoel dat ik eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, wel jaloers was op Jude Laws snor. Law speelt dr. Watson, voormalig militair, met een kort kapsel en een snor die precies past naast Sherlock Holmes. Robert Downey jr. speelt de titelrol alsof het The Hangover is, constant schreeuwend, ongepast vrijpostig en onder invloed van drank en pijnstillers loopt hij er onverschillig en onverzorgd bij.

I am a brain Watson, the rest of me is a mere appendix.

Het viel me nu pas op dat Jude Laws Watson een veel interessanter personage is – in tegenstelling tot Holmes probeert hij wel zijn primaire lusten te onderdrukken en zijn drang naar gokken, drank en avontuur te sublimeren zoals het een Victoriaanse echtgenoot, arts en militair beaamt. Maar hij faalt continu. Hij is het Ego bij Sherlocks Superego (en om de Freud-analogie af te maken: de immorele, nudistische Mycroft Holmes is dan het Id.) Op een of andere manier is die snor het toonbeeld van een permanent mislukte poging serieus te blijven.

Mijn vader kwam met een heroïsche blik de badkamer uit en mijn moeder, mijn zusje en ik deden er een avondmaaltijd over voordat we doorhadden wat hij gedaan had: zijn snor was er af. „Oh God”, zei mijn moeder. „Nu gaat je midlife pas echt beginnen”.