Schijnverzoeningen

Waarom zou je excuses accepteren wanneer je de indruk hebt dat de ander ze alleen voor de vorm maakt? Toch gebeurt dat steeds vaker, vooral als de kwestie zich in de openbaarheid afspeelt. De afgelopen dagen zagen we enkele gave voorbeelden van zulke schijnverzoeningen.

Hockeybondscoach Paul van Ass bood de spelers Teun de Nooijer en Taeke Taekema zijn excuses aan voor de felle kritiek die hij op hen geuit had. Wat was er gebeurd? Had Van Ass in een opwelling iets beledigends gezegd of gemaild? Dat kan ons allemaal gebeuren en in zulke gevallen is het verstandig als de beledigde er geen halszaak van maakt.

Daar was hier echter geen sprake van. Van Ass had zijn spelers weloverwogen in de publiciteit aangevallen. Hij wilde zich verweren tegen de scherpe kritiek op zijn beslissing om deze twee vermaarde internationals uit zijn selectie te stoten. Zelfs Cruijff, die kennelijk ook al van hockey veel verstand heeft, nam het op voor De Nooijer.

Van Ass koos voor zijn tegenoffensief in de krant onbarmhartige bewoordingen. De briljante hockeyer De Nooijer was de laatste jaren zelden beslissend geweest, de flair was er bij hem af, de ploeg was met hem te flegmatiek geworden. De spelers hadden zelf het risico genomen om door de zijdeur te worden afgevoerd, vond hij.

De hockeywereld reageerde begrijpelijkerwijs geschokt. Zoveel kritiek op zulke hockeyiconen – dat was nog nooit vertoond. Van Ass moest zijn excuses maken. En hij deed dat prompt zó royaal dat zijn gebaar iets potsierlijks kreeg. Hij erkende dat zijn kritiek grote schade aan Teun en Taeke had berokkend, en dat dit daarom nooit had mogen gebeuren. „Ik neem de volledige verantwoordelijkheid op me voor de slechte gang van zaken.”

Best – maar wat schieten die spelers daarmee op? Zij zijn aan het einde van hun carrière publiekelijk vernederd; met geen excuus is dat meer goed te maken. Iedereen beseft dat Van Ass méénde wat hij zei in zijn kritische evaluatie. De enige manier om oprecht spijt te tonen, zou zijn: aftreden. Maar dat heeft hij tot dusver niet gedaan. Waarom zouden De Nooijer en Taekema dan zijn excuses moeten aanvaarden?

Ander voorbeeld. Marten Kircz, bestuurslid van de Algemene Onderwijsbond (Aob), beledigt minister Marja van Bijsterveldt tot op het bot. Hij vindt dat zij „niet het intellectuele niveau heeft om onderwijsminister te zijn van Nederland”: „Er valt geen woord met deze mevrouw te wisselen. Noem mij een hoogontwikkeld land waar een geheel ongeletterde minister van Onderwijs is. Ik ken het niet.”

Kircz herhaalde deze aantijgingen voor de radio en weigerde excuses te maken. Zijn bondsvoorzitter deed dat wel en Van Bijsterveldt accepteerde ze gretig, te gretig: „Daarmee is de kous af.” Om nog iets van haar reputatie te redden, had ze beter kunnen zeggen (ook omdat het rijmt) : „De pot op, Aob.” En: „Eerst die vent weg, dan praten we verder.”

Tv-maker Frans Bromet vertelde in de Volkskrant dat hij van de NCRV excuses moest aanbieden aan de netmanager van Nederland 2. Hij had een ‘mild-kritische’ uitspraak over diens beleid gedaan. Het was Bromet nooit gelukt die manager te pakken te krijgen, nu kon hij meteen een afspraak maken. Gelukkig blijft Bromet bij zijn kritiek op managers in het algemeen en netmanagers in het bijzonder.

Zijn er al mensen geweest die hun excuses hebben aangeboden voor het onoprecht aanbieden van excuses?