Samen koken is oorlog

Ontbijten, boodschappen doen, een wandeling maken, bij de Blokker een kruimeldief uitzoeken, een aflevering Wie is de Reisleider kijken: al deze dingen doe ik het allerliefste samen. Er is maar één activiteit waarbij het onherroepelijk misgaat als ik dit met iemand anders probeer te ondernemen: koken.

Nu ben ik sowieso geen goede kok. Ik bezit geen kennis over smaakvolle kruidencombinaties, ben erg slecht in plannen en elk gerecht eindigt altijd op mysterieuze wijze in een ondefinieerbare prut, wat ik dan met onvervalst optimisme ‘ratatouille’ noem. Ergens lijkt het me dan ook heerlijk om samen te kunnen koken. Harmonieus, met pruttelende pannen op het vuur en allerlei verantwoorde knollen door de keuken verspreid – ik werp met een boogje een bosje tijm in de soep, hij kneedt vol overtuiging het pastadeeg, waarna we vervolgens elkaar liefdevol een theelepeltje authentieke tomatensaus/snipper Italiaanse brokkelkomijnenkaas voeren.

Helaas. Samen koken betekent een oorlog ontketenen – op een plek waar vrij veel messen in de buurt zijn.

Zodra je besluit samen een maaltijd te bereiden, merk je dat je allebei een bepaalde manier van aanpak hebt – en die manier verschilt. Je zou denken dat deze onderlinge verschillen klein zijn en overkomelijk, maar dat geldt alleen in een Disneywereld – zo één waar ook allerlei bosdieren vrolijk mee helpen koken en niemand dat als onhygiënisch beschouwt.

En door deze verschillende opvattingen komen gezamenlijke kooksessie altijd weer neer op: „Sorry, maar ben jij die olijven nou in kwartjes aan het hakken? In kwartjes?” „Ik doe zelf altijd eerst de knoflook, en dan de uien… HEB JE NOU SERIEUS NET DE CHAMPIGNONS ERBIJ GEDAAN?” „Nee, we gaan niet én room én kaas door de aardappelpuree doen, ik ben nogal gehecht aan mijn aderen namelijk.” „In dit gerecht is de kip áltijd gekookt, hallo, zo hóórt het namelijk.” „Nee, ik ga ‘blancheren’ niet googlen, doe het verdomme zelf maar! En google dan meteen even ‘afhaalmaaltijden’, wil je?”

Natuurlijk komen al deze fanatieke standpunten maar van één bron: hoe iemands moeder het deed. Als jouw moeder de tomaten altijd in schijfjes sneed, is dat hoe het modderfokking hoort, en dan kan het je niet schelen dat er iemand is die zit te piepen over tomaten in puntjes. Nadat je moeder ooit heeft verkondigd dat spaghetti en vis niet samen gaan, dan gaan spaghetti en vis niet samen, capiche?

Misschien zou deze tragiek te voorkomen zijn door een leider aan te wijzen, de aanwezigen te verdelen in een chefkok en een souschef. De souschef volgt alle orders van de chefkok op: de groenten worden in exact de gewenste vorm en grootte gesneden, het vlees wordt naar believen bereid. Maar bij elk vierkant blokje ui zie je de souschef denken: „Dit is een verschrikkelijk raar gesneden ui. Dit is een verschrikkelijk rare maaltijd. Hoe kan dit in godsnaam goedkomen als de rijst nu al wordt opgezet? HOE?”

Waardoor ik toch de voorkeur geef aan alleen koken: ik word tijdens het mislukken liever alleen afgeleid door mezelf.