Ophef bonussen RBS biedt kans aan nieuw regime

De rel om de bonussen bij Royal Bank of Scotland (RBS) is een soort traditie geworden. Deze keer draait het om de rommelige ondernemingsstructuur, met alle operationele, financiële, politieke en morele consequenties van dien. Ook de zwakheden van de manier waarop semi-autonome publieke instellingen, zoals RBS, de salarissen van topmanagers vaststellen, spelen hierbij een rol.

Geen van de betrokken partijen maakt in deze affaire een bijster intelligente indruk. De raad van commissarissen van RBS en zijn topman zijn ongevoelig gebleken voor de publieke en politieke woede die het gevolg zijn van hoge bonussen. Sinds verzekerd is dat uitvoerend directeur Stephen Hester van RBS heeft voldaan aan van tevoren afgesproken prestatiecriteria, kunnen er vraagtekens worden gezet bij de aard en de transparantie van dat soort contractuele afspraken.

De coalitieregering van premier David Cameron heeft een besluiteloze indruk gemaakt. Oppositieleider Ed Miliband van Labour heeft een mooie slag binnengehaald door Hester te dwingen van zijn bonus af te zien. Maar Miliband heeft ook laten zien bereid te zijn het bestuur van een semi-publieke onderneming met een bedrijfswaarde van 16 miljard pond (19,1 miljard euro) te destabiliseren omwille van een klein beetje politieke winst.

De affaire legt zorgwekkende zwakheden bloot in de ondernemingsstructuur van RBS. De Britse regering kan beweren dat het bestaan van de overheidsdienst UK Financial Investments – waar de Britse belangen in semi-genationaliseerde banken als RBS zijn ondergebracht – haar ontheft van haar verantwoordelijkheid. De recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat politici er – misschien terecht – toch mee te maken hebben. Ook blijkt nu dat contracten waarmee UK FI akkoord is gegaan, door publieke protesten ongedaan kunnen worden gemaakt.

Het komt er nu op aan een duurzaam nieuw regime op te bouwen, dat een evenwicht moet proberen te vinden tussen politieke verantwoordelijkheidszin en de noodzaak gekwalificeerde kandidaten geloofwaardige prikkels te kunnen bieden. Daarbij moet niet vergeten worden dat de politieke realiteit inhoudt dat de beloning van een eventuele opvolger aanzienlijk minder lucratief kan zijn dan het huidige salarispakket van Hester. Dat betekent dat er grote veranderingen kunnen optreden in de top.

Een nieuw regime moet het vertrouwen herstellen van topmanagers, die nu onzeker zijn over de vraag of hun salarisafspraken wel veilig zijn. Waarschijnlijk is daar de betrokkenheid van een scala aan belanghebbenden voor nodig, en enige mate van politieke steun dwars door het partijenspectrum heen. Maar ook het belangrijke principe van variabele beloningen zou overeind moeten blijven, evenals de operationele onafhankelijkheid van de raad van commissarissen van RBS.

Het zal lastig genoeg zijn om consensus te bereiken over de managementsalarissen bij de Britse staatsbanken. Maar de ophef over de bonussen biedt een mooie kans om het betalingsregime van een duurzame basis te voorzien. Die kans mag niet worden gemist.

George Hay

Vertaling Menno Grootveld