Ook Opstelten ontdekt bikers

De brief van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) aan de Tweede Kamer over criminele motorclubs bevat jammer genoeg geen letter nieuws. Al jaren beloven opeenvolgende ministers een intensieve aanpak van bijvoorbeeld de Hells Angels. De Kamer wordt standaard verzekerd dat Justitie de leden nauwlettend in het oog houdt.

De eerste beschrijving van het criminele netwerk van motorclubs dateert uit 1996, ten tijde van de Parlementaire Enqûete Opsporingsmethoden. Toen werd al duidelijk dat Hells Angels nauw betrokken waren bij de handel in synthetische drugs. Naar Amerikaans voorbeeld houdt deze club zich bovengronds al decennia bezig met de exploitatie van onroerend goed: van horecaondernemingen tot de motorhandel. Maar ook met vrouwenhandel, wapens en afpersing. Op de Wallen heeft de motorclub al tijden zakelijke belangen, zoals ook bekend bij het stadsbestuur. Dat inventariseerde recentelijk nog de greep van de georganiseerde criminaliteit op dit stadsdeel.

Sindsdien is het papier geduldig en zijn de handhavingsresultaten beperkt. Een poging om de Hells Angels door de rechter te doen verbieden, mislukte onlangs. Dat was een uitvloeisel van een langdurig politieonderzoek naar liquidaties binnen de club en in het drugsnetwerk eromheen.

Het fenomeen criminele motorbende is in Nederland al een jaar of twintig ruimschoots bekend. Opeenvolgende ministers van Justitie beloven de Kamer dat deze motorclubs ‘nauwlettend in de gaten’ worden gehouden. Minister Donner (CDA) rapporteerde in 2004 dat hun activiteiten „voortdurend de aandacht” hebben. Acht jaar later vertelt minister Opstelten de Kamer ruwweg hetzelfde.

Hij belooft een gezamenlijk „commitment” en een duidelijk „statement” tegen de „outlaw bikers”. Aan de retoriek en het Angelsaksische jargon zal het niet liggen. Sommige beleidsvoornemens zijn teleurstellend in hun eenvoud. De minister belooft „te bezien” welke sectoren kwetsbaar zijn. Het antwoord daarop kan hij in het archief vinden, dan wel op de stortplaats van oude rapporten.

Van andere ‘plannen’ kan de burger slechts hopen dat ze al staande praktijk zijn. Worden beveiligingsbedrijven dan nu níét gecontroleerd op criminele antecedenten? Moeten we begrijpen dat lokale overheden nu níét met politie en fiscus optrekken als zich dubieuze ondernemingen willen vestigen? Ligt de wet Bibob uit 2003, die integriteitsbeoordeling mogelijk maakt bij vergunningaanvragen dan al tien jaar in een la?

Opstelten kondigt de oprichting van een ‘infocel’ aan bij de Nationale Recherche. Goed idee, maar echt nu pas verzonnen? Zulke maatregelen lijken meer op achterstallig onderhoud dan op nieuwe dynamiek.