Offensief tegen de Outlawbikers

Minister Opstelten kondigt een ‘breed offensief’ aan tegen motorbendes. De criminele opmars van motorclubs moet worden gestuit.

Redacteur Justitie

Rotterdam. Een peloton van leden van een motorclub die op welhaast militaire wijze door het centrum van de stad marcheren. Alles en iedereen moet wijken.

Leden van een motorclub die een avondje doorzakken in een kroeg en plotsklaps vertrekken. De cafébaas durft niet om betaling van de rekening te vragen.

Portiers bij discotheken die van motorrijders te horen krijgen dat de beveiliging wordt overgenomen door de motorclub. De eigenaar moet voortaan protectiegeld betalen.

Het zijn dit soort voorbeelden die de gemeentelijke bestuurders noemen als ze de overlast en het intimiderend gedrag van motorclubs zoals de Hells Angels en Satudarah beschrijven. In november en eerder deze maand in Utrecht hebben burgemeesters van een twintigtal gemeenten en vertegenwoordigers van politie en justitie overleg gevoerd over hoe ze aan afpersingen en bedreigingen van motorbendes een einde moeten maken.

Afgesproken is dat het Landelijk Informatie en Expertisecentrum (Liec) eind maart met een plan van aanpak komt. Het Liec in Den Haag is een vorig jaar opgerichte overheidsdienst die een gecoördineerde bestuurlijke, strafrechtelijk en fiscale aanpak van de zware misdaad als doel heeft. Naast het landelijke centrum zijn er elf regionale afdelingen.

De gemeenten die voorop lopen met het bedenken van een nieuwe aanpak van motorclubs zijn Rotterdam, Utrecht, Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Emmen, Tilburg, Breda, Arnhem, Emmen, Kampen, Wierden, Vlaardingen en Apeldoorn. Ze doen dat onder voorzitterschap van burgemeester Peter den Oudsten van Enschede, waar Satudarah heel actief is.

Om een landelijke aanpak mogelijk te maken, schaart nu ook minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD) zich achter het initiatief. In een brief aan de Tweede Kamer kondigt hij vandaag „een breed gezamenlijk offensief tegen de problematiek van de outlawbikers” aan.

Opstelten: „Zij die zich schuldig maken aan normoverschrijdend gedrag en criminaliteit moeten – linksom of rechtsom – de rekening gepresenteerd krijgen. Het aan de laars lappen van de regels en dat men zich onaantastbaar waant, moet stoppen. Ook moet het afgelopen zijn met afpersings- en intimidatiepraktijken, bedreigingen en geweld vanuit deze hoek. Vrijplaatsen, waarbinnen men zich niets aantrekt van landelijke regels en normen, moeten niet worden getolereerd.”

De minister schrijft dat steeds meer gemeenten merken dat de chapters (motorafdelingen) binnen hun grenzen in omvang toenemen. Er dreigt ook een escalatie van geweld door „spanningen tussen motorclubs onderling”. Ze belemmeren controles op vergunningen voor clubhuizen, handelen in drugs, gebruiken vuurwapens en er is sprake van belastingontduiking en uitkeringsfraude.

Een klassieke strafrechtelijke aanpak van motorclubs levert tot nu toe weinig resultaten op, aldus de bewindsman. Een paar jaar geleden mislukte een groot opsporingsonderzoek omdat justitie geluidsopnames van telefoongesprekken tussen advocaten en verdachten had vergeten te vernietigen.

„Het is voor OM en politie in veel gevallen niet eenvoudig om de bewijslast rond te krijgen”, zegt Opstelten. Slachtoffers durven vaak geen aangifte te doen. Infiltreren in motorclubs lukt de politie niet door het gesloten karakter van dergelijke verenigingen.

Justitie wil ook een betere uitwisseling van informatie tussen overheden over van misdrijven verdachte leden van motorclubs. „Het mag niet zo zijn dat een door justitie van afpersing verdachte Hells Angel toch met een gemeenteambtenaar onderhandelt over de bouwvergunning voor een clubhuis”, zegt een bij de aanpak betrokken opsporingsambtenaar.

Opstelten schrijft: „Uitgangspunt is dat aan deze (motor)clubs geen podium wordt geboden, zoals door het toestaan van evenementen, en dat zij niet worden gefaciliteerd, bijvoorbeeld door te voorzien in een gunstige locatie voor een clubhuis.”

Justitie heeft aanwijzingen dat motorclubs vooral horecabedrijven en beveiligingsorganisaties proberen over te nemen. De regels voor vergunningverlening en de screening op criminele antecedenten worden daarom aangescherpt.

Het Openbaar Ministerie heeft op dit moment een veertigtal strafrechtelijke onderzoeken lopen tegen leden van motorclubs. Ze worden veelal verdacht van afpersing, drugshandel, geweldsdelicten en vuurwapenbezit. Justitie hoopt de motorbendes ook aan te pakken door nadrukkelijker dan voorheen onrechtmatig verkregen vermogen af te pakken.

Advocaat Erik Thomas, die verdachte leden van Satudarah bijstaat, noemt de nieuwe aanpak van justitie tegen motorclubs niet meer dan „een mediaoffensief”. Uit de dossiers die bij Thomas bekend zijn, zou niets blijken van „een octopusachtig grote criminele organisatie”. Het Openbaar Ministerie maakt zich volgens Thomas schuldig aan „ronkend taalgebruik”.