Mannen met geweren en serieuze gezichten

In de Hondurese jungle van La Mosquitia zijn nauwelijks toeristen. En nauwelijks autoriteiten. De inheemse bevolking wordt bedreigd door drugsgeweld en door bedrijven die azen op de vruchtbare grond.

Laura van der Wal

Voor een biertje worden we naar een grote vrieskist verwezen. Twee vrouwen hangen op de kist en zingen af en toe wat dronken tonen mee met een lokale smartlap. Het duurt even voordat ze doorhebben dat we erbij willen. We bestellen onze zoveelste pollo frito (gefrituurde kip), de enige schotel op vrijwel elk menu in de regio, en nemen plaats op een van de plastic stoelen in het restaurantje. De harde muziek maakt een gesprek onmogelijk, en eigenlijk zijn we daar ook te moe voor.

We zijn laat in de avond aangekomen in Brus Laguna, een broeierig plaatsje in de Hondurese jungle van La Mosquitia. Boot en fourwheeldrive zijn de enige manieren van transport in het gebied en de brandstofprijzen zijn hoog. Maar elk stuk dat we afleggen, is een tour op zich.

De collectieve boot naar Brus Laguna kwam nadat de avond was gevallen. We navigeerden tussen de gevlochten wortels van de mangrovebomen door en de ogen van de vele krokodillen lichtten op in het zoeklicht van de boot. Weggedoken onder een plastic zeil voeren we met een rotgang onder een heldere Melkweg door.

Zes dagen eerder zijn we vertrokken uit de stad La Ceiba. Achterop een fourwheeldrive pick-up hebben we uren over een slechte zandweg gereden. Oranje kwamen we aan bij een verlaten wit strand. Kilometers lang scheurde de wagen door het mulle zand en de branding. Lagunes staken we over op houten vlotten, voortgetrokken door een paar pezige jongens. Ze behoren tot de Garifuna, afstammelingen van de Afrikaanse slaven die zich in de verlaten kuststreek hebben gevestigd.

De tweede dag zijn we in een uitgeholde boomstam zeven uur de Rio Plátano stroomopwaarts opgevaren. In dit Reserva de la Biosféra leven verschillende bedreigde diersoorten. We zien krokodillen, toekans en andere vogels, schildpadden en otters. Ondanks de regentijd staat het water in de rivier laag en loopt het bootje zo nu en dan vast in het grind. We komen aan in Las Marías, waar de inkomsten van het toerisme gelijkelijk over het dorpje worden verdeeld door het handjevol bezoekers over het dorp te verspreiden en voor elk tripje andere gidsen aan te wijzen.

De eerste vrouwelijke gids – van dit gebied én van onze reis vanuit Mexico – neemt ons per kano (een uitgeholde boomstam) mee naar een inscriptie in de rotsblokken, die zo’n duizend jaar geleden is achtergelaten door de voorouders van de inheemse stam Pech. Tijdens een voettocht door het oerwoud vertelt Valentina (35) tussen het zwaaien van haar machete door over de strijd die ze in haar gezin gevoerd heeft om de gidsenopleiding in de hoofdstad te kunnen volgen. Nu is ze de beste gids in het gebied. Maar ze weet niet voor hoe lang nog: La Mosquitia staat onder druk. De grond is vruchtbaar en dus waardevol. Bedrijven proberen door omkoping, grote sommen geld en machtsvertoon een stuk te bemachtigen. Valentina vertelt over „de mannen met geweren en serieuze gezichten”, die zij en haar dorpsgenoten steeds vaker tegenkomen in hun leefgebied. Ze zijn in dienst van grote binnenlandse en buitenlandse bedrijven.

Ook Elsser Brown, technisch directeur van MOPAWI, een lokale organisatie gericht op natuurbehoud en ontwikkeling van de bewoners van La Mosquitia, is erg pessimistisch over de toekomst van het gebied. „Het is de Amazone van Centraal-Amerika, maar ik vrees dat het gebied binnen vijf jaar drastisch is veranderd.” De president heeft met de bescherming van de rechten van de inheemsen in het gebied kiezers proberen te trekken, maar volgens Brown gebeurt er niets. „Er vallen doden, mensen verdwijnen. Wij hebben het afgelopen jaar al vijftien moorden geteld als gevolg van het oplaaiende grondconflict, de staat spreekt over twee moorden.”

De kip is op en we besluiten nog een biertje te halen in een houten discotheek met opgeblazen boxen. We krijgen les in Miskito van twee oudere mannen; het is de taal van hun etnische groep de Miskito’s. Na nog een Salvavida vinden we dat we een aardig woordje kunnen spreken. Daar denken de mannen anders over: de volgende morgen staat een van hen ons bij de steiger op te wachten en krijgen we twee lesboeken mee.

We vervolgen onze reis per lancha. Wanneer we worden ingehaald en tot stoppen gemaand door vier opgeschoten jongens in een speedboot met strakke gezichten en hun handwapen nonchalant achterin hun broek gestoken, moeten we even slikken. We herinneren ons de schoten die ons die nacht tot drie keer toe hebben gewekt. Maar de schrik ebt weg wanneer we zien dat ze een tang en moersleutel komen brengen.

Onderweg turven we de schilpadden en krokodillen op het droge en raken de tel kwijt. De muziek van de boot schalt over het water en de mannen die werken op hun kostgrondjes langs de oever doen een dansje wanneer we passeren. We proppen ons achter in een pick-up en rijden de swampo in. Het laatste stuk naar de Miami Vice speedboot, die ons de volgende lagune over zal brengen, moeten we lopen door het riet en ik zak tot m’n billen weg in het moeras.

Op de steiger van de havenplaats Puerto Lempira verdringen jochies en mannen zich om de vracht van de aangekomen bootjes. Ze vinden mij als zwartbemodderde toerist maar vermakelijk. We verbazen ons wanneer we in de enige supermarkt in het dorp winst maken door Hondurese lempira’s voor dollars te wisselen. Wanneer we naar buiten lopen, beseffen we dat we hebben geprofiteerd van de geldstromen die de drugsdoorvoer in het gebied met zich meebrengt. Het is dezelfde industrie die grote hotels doet verrijzen in het stadje waar nauwelijks toeristen te vinden zijn en de staat vrijwel afwezig is. Ondanks het toegenomen geweld lijken de bewoners van het stadje de louche handel wel best te vinden, het geld sijpelt door.

We worden van straat gepikt door Junior Martinez Matus. Hij is zo blij toeristen te zien dat hij erop staat dat we als eerste gasten gratis overnachten in zijn ‘backpackers lodge’. Om de inwijding te vieren nodigt hij ons uit voor een biertje. Vorige week heeft hij een paar treetjes Heineken op de kop getikt.

Op roze mountainbikes verkennen we het dorpje en zien we de helikopter van de president aankomen. Het is zijn eerste staatsbezoek en die ochtend zijn de bewoners van Puerto Lempira opgetrommeld om de president te verwelkomen. Het handjevol mensen lacht niet wanneer het staatshoofd de handjes komt schudden. We pakken onze fiets weer op en gaan op zoek naar iemand die ons naar de grens met Nicaragua wil rijden.