Is korten op het pensioen wel nodig?

De vraag of pensioenfondsen moeten korten is afhankelijk van de uitwerking van het pensioenakkoord. De onenigheid over eventueel korten is in essentie een generatieconflict.

Als de Tweede Kamer vanavond debatteert over de korting op pensioenen in 2013, is dat deels een theoretische exercitie. Het zou zomaar kunnen dat voor het einde van dit jaar de aangekondigde korting door 125 pensioenfondsen op het pensioen van zo’n 4 miljoen werknemers en gepensioneerden niet nodig blijkt.

Dat ligt aan het pensioenakkoord dat werkgevers en vakbonden vorige zomer sloten en dat ergens na 2014 in moet gaan. Minister Kamp (VVD) van Sociale Zaken, zoekt nu uit welke regels binnen dat akkoord moeten gelden. Bijvoorbeeld: met welke rente mogen pensioenfondsen rekenen? Vooral van de historisch lage marktrente hebben de fondsen nu last.

In het pensioenakkoord stellen de sociale partners een andere, hogere rente voor: het verwachte beleggingsrendement. De Kamer neemt die voorgestelde rekenrente niet een-op-een over. Ze is bang dat fondsen zich rijk rekenen en er straks weinig pensioen over is voor jongeren. Toch twijfelen partijen in de Tweede Kamer, bijvoorbeeld de PvdA, ook over de huidige rekenrente. Die is wel erg laag.

Het debat is er op initiatief van oppositiepartij SP en gedoogpartner PVV. Beide zijn tegen korten. Andere partijen vrezen dat jongere generaties benadeeld worden als er niet wordt gekort. SP en PVV vinden Bernard Wientjes, baas van de bedrijfslobbyclub VNO-NCW, aan hun zijde. Hij vindt het korten paniekzaaierij. Als het pensioenakkoord al operationeel was, zou korten niet nodig zijn.

Die uitspraak is te stellig volgens pensioendeskundigen. Alleen al omdat onduidelijk is hoe het pensioenakkoord eruit zal zien. „Het is onzeker of het akkoord snel ingaat, en wat daarin precies zal staan,” zegt Lans Bovenberg, hoogleraar en pensioendeskundige. „Je kan daarom niet stellen dat korten nu mal is.”

„De timing is buitengewoon ongelukkig,” zegt Roos Vermeij, Tweede Kamerlid voor de PvdA. „De discussies over de regels van het nieuwe pensioenakkoord moeten nog beginnen.” Vermeij benadrukt dat pensioenfondsen van meer last hebben dan alleen van de rekenrente.

Door de eurocrisis vallen de beleggingsrendementen tegen. Bovendien stijgt de levensverwachting sneller dan voorzien. „Als deze stijging zich niet had voorgedaan, zouden veel fondsen nu niet of nauwelijks achterlopen op het herstelplan. Korting was voor hen dan niet aan de orde geweest,” stelt de Pensioenfederatie. De vereniging van pensioenfondsen vindt het eerlijk deze tegenvaller op te vangen met kortingen.

Dan die rente. Die wordt gebruikt om te berekenen hoeveel geld fondsen nu moeten hebben om in de toekomst pensioenen te kunnen uitbetalen. Fondsen die over een jaar 104 euro moeten uitkeren, hebben bij een rente van 4 procent nu 100 euro nodig. Bij een rente van 2 procent is dat bijna 102 euro. Zo zorgt de rente voor grote fluctuaties in de financiële gezondheid van fondsen. Sinds 2007 rekenen fondsen met de marktrente, die sterk gedaald is. Daarvoor gold een vaste rente van 4 procent.

Als pensioenfondsen met een hogere rente rekenen, smelt een deel van het het tekort weg. Is het korten zo bezien wel terecht? „Als je niet kort, schuif je de rekening door naar jongeren,” zegt Theo Kocken, pensioendeskundige van Cardano. „Er is gewoon te weinig geld. Als we anders rekenen, is het probleem niet weg. De pensioenpot blijft hetzelfde.”

Bovenberg twijfelt of het korten terecht is. Minder korten verkleint de pensioenpot voor jongere generaties. De vraag is alleen of dat oneerlijk is. Hij is er nog niet uit, maar de regels zijn nu streng. „Het huidige stelsel vergroot het effect van een lage rente uit.” Pijn is er voor gepensioneerden sowieso. Want niet korten betekent volgens Bovenberg automatisch dat fondsen de komende vijf jaar pensioenen niet indexeren (compenseren voor inflatie).

De onenigheid rond het korten, de rekenrente en het pensioenakkoord zijn in essentie een generatieconflict. Bovenberg: „De politiek moet zo snel mogelijk de knoop door hakken: welk deel van de huidige pot is van de oudjes, welk deel van de jonkies?” Sociale Zaken is nu aan het rekenen over een eerlijke verdeling van de huidige pensioenpot tussen generaties, en over een eerlijke rekenrente.

Maar met het pensioenakkoord is het gedoe niet weg. Pensioenen worden in het nieuwe stelsel afhankelijk van beleggingsrendementen. Als pensioenfondsen minder zekere pensioenen beloven, mogen ze met een hogere rente rekenen en hoeven ze nu minder te korten. Maar dat maakt korten in de toekomst juist waarschijnlijker, zegt Bovenberg. D66-Kamerlid Wouter Koolmees: „Dan zou korten aan de orde van de dag kunnen zijn.”