Ik was meubelmaker/ timmerman

„In mijn geboortedorp gingen jongens naar de technische school, meisjes naar de huishoudschool. Op mijn 16de werkte ik voor het eerst bij een baas, interieurbetimmeringen. Fijn, precies werk.

„Ik heb verschillende bazen gehad, verdiende telkens wat meer. Mijn eigen klussenbedrijf begon ik in 1992. Werk genoeg toen, je kon een goede boterham verdienen.

„Door al dat sjouwen en zwaar gereedschap kreeg ik last van rug, schouder, nek. Drie operaties heb ik gehad. Na vijf jaar ben ik weer in loondienst gegaan. Hoef je niet alles alleen te doen, en je bent verzekerd. Mooie dingen gemaakt, tafels met een constructie waarvan het water je in de mond loopt.

„Toen ging mijn baas failliet. Bij de volgende moest ik weg omdat het slecht ging. Via een reïntegratie-bedrijf kwam ik bij een bouwbedrijfje waar probleemjongeren een vak leren. Die waren zó moeilijk. Na vier maanden was ik overspannen, m’n contract werd niet verlengd.

„Ik kreeg twee jaar WW. Verplicht solliciteren: bouwmarkten aangeschreven, woningbouwverenigingen. Nooit één uitnodiging gehad. Omdat mijn vrouw een inkomen heeft, was ik daarna een ‘nugger’: een niet-uitkeringsgerechtigde.”

Ik ben hulpouder

„Via de site Regeltante vond ik twee gezinnen van wie ik de kinderen nu opvang. Twee dagen werk, verspreid over vier dagen in de week. Ik haal ze van school, lunch met ze, houd het huis schoon, doe boodschappen, kook avondeten, ga mee naar film of museum – eigenlijk alles waar drukke ouders niet aan toekomen.

„Ik heb een contract, vakantiegeld, vier weken doorbetaling bij ziekte. Maandelijks 700 euro netto. Daar kunnen we het mee redden.

„Het werk is niet nieuw voor me. Thuis kook en stofzuig ik ook. Ik was vrijwillig kindercoach, heb een oproepcontract voor buurthuis-beheer, m’n BHV-EHBO.

„Belangrijk is dat ouders je vertrouwen. Je komt in hun privésfeer, krijgt kinderen toevertrouwd. Daar is tegenwoordig moed voor nodig.

„Je hebt niet de bevrediging van een mooi stuk werk, zoals vroeger. Maar ouders zijn wel dankbaar als je de boel op orde hebt, en dat de kinderen tevreden zijn.

„Het was nogal een overgang. Hulpouder is niet zo’n streling voor je ego. Maar het is wél werk. Wat je kan krijgen, pak je aan. Mijn omgeving heeft er bewondering voor: hij doet het toch maar, die gast.”