'Hoi, ik ben Uniek'

Een kind vernoemen naar opa of oma is uit de mode. Ouders kiezen zelf de namen, de mogelijkheden zijn onbeperkt. Wat willen ze ermee zeggen?

Silver. Daar begon het mee. Gewoon leuk: zilver, maar dan met een S. Met het klassieke Quinten als tweede naam.

De toon was gezet en mensen in haar omgeving werden benieuwd naar hoe ze haar tweede zou noemen. Merel Telleman, secretaresse van 31, uit Sint Pancras: „ We dachten bij de tweede aan Niek, maar dan iets anders. Met wat stoers erachter.” Het werd Uniek Beer. „Hij kan zich straks voorstellen met: ik ben Uniek. Dat blijft natuurlijk wel hangen.”

En toen nummer drie, nu één jaar. Dat werd Vip. Naar Very Important Person. Nee, zonder puntjes. En omdat Vip, als hij een meisje was geweest, Diesel zou heten, werd het Vip Diesel. „ Het zijn geen rare namen, wel bijzondere”, zegt Merel. En: „Zo willen we laten zien dat onze kinderen welkom en waardevol zijn.”

Kijken mensen niet raar op? „Nee, veel mensen vinden het leuk. En de kinderen zelf vinden het leuk dat niemand anders in de klas zo heet.” Pas later begreep ze hoe ze bij die inventieve namen kwam. Een therapeut vertelde haar ooit dat ze wellicht meer creativiteit in zich had dan dat ze in haar omgeving kwijt kon. „Toen mijn gezin compleet was, kon ik die namen opeens plaatsen.”

Wat doe je als je een baby krijgt? Kies je voor Daan of Emma, nummer één op de lijst van kindernamen uit 2011 die de Sociale Verzekeringsbank onlangs publiceerde? Of ga je voor iets exotisch?

Een naam kiezen is het oplossen van een ingewikkelde som. Vroeger was die som simpel. Je noemde je kind naar een heilige, een figuur uit de Bijbel of een familielid. De eerste naar vaders kant en de tweede naar moeders kant voor de jongens, en omgedraaid voor de meisjes. Maar die rekenmethode raakte na de jaren vijftig van de vorige eeuw uit de mode. Bovendien, buitenlandse namen deden hun intrede, sterren maakten namen populair en opeens mocht je ook zelf iets bedenken: Bond, Emooi, Stoer, Vlo, Princesse.

De som is nu wel heel complex. Een naam moet nu een mooie klank hebben plus een mooie betekenis. Hij moet in de familie passen. Hij moet origineel zijn, maar niet te raar. Lief, maar niet te kinderachtig. Trendy, maar niet te bekend. En hij moet het liefst nog iets bijzonders zeggen over de baby. Het lastige: elk antwoord is mogelijk, maar je kunt vooraf nooit weten of de uitkomst past bij je kind.

Bij Elias (4) pakte de rekensom goed uit, vinden Hetty Nes en haar man Alhan (zelf genoemd naar de familieleden Albertus Hendrikus en Han). Ze hadden de naam Elias uitgezocht op klank en betekenis (‘Yahweh is mijn God’). Toen bleek Elias na drie maanden lichamelijk en verstandelijk gehandicapt. „Hij zal God nooit kennen zoals wij”, zegt Hetty. „Maar het zit gelukkig al in zijn naam.”

Is dat nou gewoon een mooie gedachte, of gelooft ze echt dat het iets uitmaakt voor de band tussen Elias en God? Even stil. „Allebei. Wij vinden gewoon dat het erg klopt. Dat hij bij ons geboren is, dat wij dit aankunnen, dat hij zo heet.”

Wie een religie aanhangt, kan met Jozua, Abdul, Parvati, Hannah en Fatima nog wel aan de namenwillekeur ontkomen. Die kan uit een rijke traditie putten van ongewone namen met aansprekende betekenissen, en toch niet zelf bedacht. Klaas-Jan en Anneke van Kalkeren gingen bijvoorbeeld voor Boaz Nathanaël (geschenk van God), Hadassa Jedidja (lieveling van God), Jefta Immanuël (God met ons) en Amos Eljoënai (mijn ogen zijn op God gericht). „Als belofte voor hun leven. We vertrouwen erop dat dit voor hen geldt.”

Maar wat doe je zonder zo’n traditie? De plek waar het kind is verwekt? Een leuke vakantiebestemming? Mooie letters? Dan krijg je Silver, Uniek of Vip. Allstar, J of Patschi, een après-skihut. Het mag allemaal van de burgerlijke stand, die een tolerant ‘ja, mits’-beleid voert om hooguit ‘ongepaste’ namen als Satan te blokkeren, ter beoordeling van de ambtenaar. Het lijkt nu helemaal up for grabs hoe ouders hun kind noemen.

Gerrit Bloothooft, naamkundige aan de Universiteit Utrecht, wuift dat weg. „De top-10 is eigenlijk al jaren buitengewoon saai, dát is het merkwaardige.” Inderdaad, Thomas, Daan en Jesse stonden in 1999 ook al bij de twintig populairste namen, net als Emma, Julia en Lotte. En Mohammed, als je de verschillende schrijfwijzen bij elkaar optelt. Die haalt op die manier afgelopen jaar zelfs de top-5.

Een groot deel van de ouders is conservatief. Wie de staart van de lijst van alle 13.733 meisjesnamen uit 2011 van de Sociale Verzekeringsbank knipt (dus de namen die maar 1, 2, of 3 keer zijn gegeven), ziet dat een kleine 28 procent van alle namen wordt gebruikt voor een overgrote 84 procent van alle meisjes. De eerste 20 namen zijn goed voor 13 procent van alle meisjesbaby’s.

Neem Agnes en Dion Hamers uit Veghel. Zij noemden hun kinderen Daan en Emma, „gewoon mooie, korte, Hollandse namen waarvan het duidelijk is of ze voor een jongen of een meisje zijn.” Het hoeft niet zo gek, vindt Agnes. En nee, er zitten geen drie Emma’s in de klas van haar dochter.

Maar toch, je houdt nog steeds ruim 14.000 meisjes over met een vrijwel unieke naam. En de lijst wordt langer. Stonden in 1980 nog 20.000 namen op de lijst, in 1995 22.000 en nu zijn daar nog zo’n 4.000 bijgekomen. Door migratie, vakantie, tv en innovatie.

Wat beweegt de ouders? „Vernoeming voor de eerste naam is echt weg”, zegt ook Bloothooft, die onderzoek deed naar de complexe motieven voor naamkeuze. Wat de keuze wel bepaalt, is sociale klasse en opleidingsniveau, stelde hij statistisch vast op basis van grote enquêtes. De Charlottes, Bjorns en Sannes zijn voor de hogere inkomensklassen, de Kimberleys en Giovannis voor de lagere.

Hoe bekende mensen hun baby noemen telt ook een beetje mee, zag Bloothooft. „Meestal is een naam al populair aan het worden. Als Wendy van Dijk haar kind dan Sem noemt, zie je in het jaar daarna een flinke stijging. Maar dat is tijdelijk.”

Het is moeilijk vast te stellen hoe zwaar betekenis weegt, zegt Bloothooft. „Ik denk dat veel ouders een mooie naam kiezen en dan kijken wat die betekent. Als ’t dan niet te erg is, kiezen ze die. De belangrijkste tendens is in ieder geval: je kiest wat je mooi vindt klinken.”

Mandy en Rick Nadal uit Roosendaal puzzelden er zo lekker op los. Het resultaat:Cayenna (spreek uit: sajenna), Talitha, Djefflin Earon en Zivah Nevaeh (spreek uit: nuvee). Zelf verzonnen en gevonden.

Wat het betekent? „Zivah is ‘goddelijke praal’of ‘zee’”, zegt Mandy. Of, zo stond nog ergens, ‘godin van het leven’. Earon is de tweede naam van de vader, Talitha een vernoeming. Nevaeh, sinds kort populair in de VS, is het woord ‘heaven’ achterstevoren. Cayenna bedacht Mandy zelf en betekent niks, net zoals het niet bestaande Djefflin, dat ze droomde toen ze zwanger was.

Het ging hen niet om betekenis. Ze wilden mooie, aparte namen. Dat ze moeilijk zijn uit te spreken, maakte hun niks uit.

Mariska Koopman uit Zaandam heeft meer te vertellen over de naam van haar dochter. Zij noemde haar Ixchel (spreek uit: Iesjèl), naar de Mayagodin van de vruchtbaarheid, geneeskunst en geboorte.

Een week nadat ze haar zoontje had verloren, was ze met haar gezin op reis naar Mexico gegaan. Ze werd meteen weer zwanger. Op het strand las ze in een reisgidsje over de vruchtbaarheidsgodin Ixchel. Nee, ze gelooft niet in Mayagoden, maar ze vindt het „wel symbolisch”, ze was zo snel weer zwanger. En de aparte naam past bij haar dochter. „Het is ook een apart kind. Creatief en eigenzinnig. En een beetje donker.”

En wat vindt de eigenzinnige Ixchel (15) zelf van haar naam?

Lichte aarzeling.

„Ik vind het wel heel apart. Maar ik weet niet of ik er blij mee ben.”

Mariska: „Ach, dat zeggen alle kinderen op die leeftijd.”

Ixchel: „Mensen vragen altijd: hoe spel je dat, hoe spreek je dat uit?”

Mariska: „Ja, daar sta je in het begin niet zo bij stil.”

Ixchel: „Ze denken dat ik Turks ben ofzo.”

Mariska: „Zo’n aparte naam onthou je wel. Ze deed audities voor The Voice Kids. Ik dacht: haar artiestennaam heeft ze in ieder geval.”

Ixchel: „Ik heb wel eens gegoogled op die Ixchel. Het is echt een oérlelijke vrouw.”

Ixchel weet nog niet hoe ze haar eigen kinderen zal noemen. „Niet een hele normale naam. Maar ook niet heel bijzonder, denk ik.”