Het Hof in Straatsburg blijft cruciaal

Waarom ligt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onder vuur? Laten we onderkennen dat de toepassing van mensenrechten nu eenmaal sterk waardegeladen is, stelt Thomas Spijkerboer.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg ligt onder vuur. Het Hof zou aan politiek doen. Dit kan volgens de critici worden verholpen door het Hof een beperktere rol te geven.

De Tweede Kamer debatteert morgen over de positie van het Hof. Waar gaat dit debat over?

Het eerste kritiekpunt is dat het Hof kwesties te veel naar zich toetrekt. Critici vinden dat het Hof een grotere beoordelingsmarge moet laten aan staten. Alleen bij echt onredelijke beslissingen mag het Hof een land veroordelen.

De critici hebben gelijk als ze constateren dat het onwenselijk is dat het Hof soms strenger toetst dan de nationale rechter, maar laten we eens kijken hoe dit komt. Een voorbeeld uit de Nederlandse asielpraktijk.

Een homoseksuele man uit Addis Abeba vroeg in 2008 asiel aan in Nederland. Hij was vanwege zijn seksuele voorkeur mishandeld, gearresteerd en gemarteld. Zelf dacht hij dat hij Eritreeër was, maar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelde dat hij bij de afscheiding van Eritrea Ethiopiër was geworden.

Toch wees de IND het asielverzoek af: de nationaliteit van de man stond niet vast. De rechtbank en de Raad van State vonden dit in orde.

Aan de redenen voor zijn vlucht werd in de hele procedure geen woord vuilgemaakt. De man diende een klacht in Straatsburg in. Zonder verdere proceshandelingen kreeg hij in 2011 asiel. Een Nederlandse ambtenaar die over klachten bij het Hof gaat, had – als eerste – naar de inhoud van de zaak gekeken.

Dit is geen uitzondering. Denk aan de Griekse asielprocedure, waar het Hof de kastanjes voor het Europese asielbeleid uit het vuur mocht halen, en aan de SGP-zaak, waar minister Donner (toen Binnenlandse Zaken, CDA) de hete aardappel doorschoof naar Straatsburg.

Ook de manier waarop het Hof het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) interpreteert, is een punt van kritiek. Het Hof interpreteert het verdrag op een vernieuwende manier, opdat het kan worden toegepast op kwesties die zich nog niet voordeden in 1950. Critici vinden dat het Hof zich moet houden aan de oorspronkelijke verdragstekst. Bedenk wel wat dit betekent. De internetfilm Fitna valt niet onder de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) omdat er in 1950 nog geen internet was. Het strafbaar stellen van homoseksualiteit is dan niet meer strijdig met het recht op privacy (artikel 8 EVRM), omdat strafbaarstelling in 1950 juist heel netjes was. Omgekeerd kan geen zinnig mens vinden dat het Hof altijd maar vernieuwend moet zijn. Voorvechters van mensenrechten bestrijden juist dat het Hof in terrorismezaken na 11 september 2001 de staat meer ruimte moet bieden, integendeel.

De vraag is waarom het ruim vijftig jaar oude Hof juist nu hard wordt aangevallen.

Een eerste verklaring is dat het Hof in de eerste veertig jaar van zijn bestaan evenveel arresten gaf als nu in een half jaar. Dit heeft ermee te maken dat meer landen partij zijn, maar ook met een nieuwe klachtprocedure, die in 1998 met volledige instemming van alle staten is ingevoerd. Gemiddeld één keer per jaar kritiek kun je nog wel hebben, maar het begint de keel uit te hangen als dezelfde club jaarlijks tien keer zegt dat je fout zit.

Een tweede reden is dat het politieke midden in Nederland, dat tot voor kort regeerde, is verschrompeld. De spraakmakers van het huidige kabinet zijn uitgesproken rechts. Rechterlijke correcties die er vanuit het politieke midden beperkt uitzagen, lijken vanaf de zijkant van het politieke spectrum extremer – een kwestie van perspectief. Een breed en stabiel politiek midden kan rechterlijke interventies best hebben. Een wankele politieke meerderheid op de flanken raakt door een arrest veel sneller uit balans en is geneigd feller uit te halen.

Critici stellen dat het Hof te veel aan politiek doet. Ze beweren dat dit probleem verholpen is als het Hof terug in zijn hok gaat.

Ook dit is een politieke stelling. Minder controle van een internationale rechter betekent meer macht voor politieke meerderheden en minder bescherming voor individuen die beweren onder de voet te worden gelopen door de meerderheid. Minder controle mag best worden bepleit, maar kom niet aan met het idee dat een Hof met een beperktere taakopvatting een neutraler Hof is. Het is een Hof waarvan staten meer plezier hebben. Dat is iets anders.

Ik bepleit om de EVRM-normen hartstochtelijk te onderschrijven en onder ogen te zien dat deze zonder rechterlijk toezicht te vaak het onderspit zouden delven. Zowel de geschiedenis als de actualiteit – Rusland, Turkije – tonen dat dit toezicht ook internationaal moet zijn. Het Hof als instituut verdient alle steun, los van de inhoud en strekking van zijn arresten. Laten we voluit onderkennen dat de toepassing van mensenrechten sterk waardegeladen is. Laten we vervolgens met verve in debat gaan over de arresten van het Hof. Als dit gebeurt op basis van een royale erkenning dat het Hof niet anders kan dan omstreden zijn, ondermijnt dit het Hof niet, integendeel. Zo’n levendig debat vergroot het draagvlak. De mensenrechten waarover het Hof waakt, fungeren dan als fundament en focus van publiek debat. Met minder kunnen mensenrechten niet toe.

Thomas Spijkerboer is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Een uitgebreidere versie van dit artikel is gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad . Dat stuk is te lezen via deze link: bit.ly/AyJc59