Heilmiddel als merk

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: ruzie over bloesem- en bloemenremedies.

Voor woordmerken is het al lang een uitgemaakte zaak: het merkrecht kan vervallen wanneer het door toedoen of nalaten van de merkhouder zó ingeburgerd is geraakt, dat het een voor iedereen gebruikelijke benaming is geworden die elk onderscheidend vermogen mist. Het beschermde woordmerk verwordt tot onbeschermde soortnaam. Denk aan aspirientje, luxaflex en misschien ook al wel spa’tje.

Nu is er ook voor beeldmerken geen twijfel meer mogelijk. Ook zij kunnen uiteindelijk tot soortnaam vervallen. Dit is komen vast te staan door het arrest dat de Hoge Raad op 20 januari heeft gewezen in een zaak tussen twee Britse producenten van natuurlijke gezondheidsmiddelen, Flower Remedies en Healing Herbs.

Beide fabrikanten brengen producten op de markt die zijn vervaardigd volgens een methode van de Engelse bacterioloog en arts Edward Bach (1886-1936). Bach was overtuigd van een verband tussen geestelijke en lichamelijke gezondheid. Hij ontwikkelde 38 middelen, vervaardigd uit de bloemen en bloesems van planten, bomen en struiken, toegesneden op specifieke emoties en gemoedstoestanden.

Bach beschreef het allemaal in The twelve healers and other remedies (1933). Daarin geeft hij ook precies aan hoe ze moeten worden bereid, hetzij met de sunshine-methode (waarbij geplukte bloesems drie of vier uur drijvend in een dunne kom met water aan zonlicht worden blootgesteld), dan wel met de boiling- methode (waarbij de bloesems een half uur in water worden gekookt). Wie de heilmiddelen niet zelf kon maken, verwees Bach in zijn boek naar twee apothekers, die bereid waren ze tegen „een zeer bescheiden vergoeding” te leveren.

Flower Remedies liet vanaf 1983 bij het Benelux-Merknebureau (tegenwoordig Benelux-Bureau voor Intellectuele Eigendom) achtereenvolgens drie woordmerken (THE BACH REMEDIES, BACH en BACH FLOWER REMEDIES) en twee beeldmerken (BACH FLOWER REMEDIES Est. 1936 en BACH) inschrijven. Over die registraties liggen de twee bedrijven al meer dan twintig jaar met elkaar in de clinch.

Healing Herbs eiste in november 2001 voor de rechtbank Den Haag het schrappen van vier van de vijf registraties. Flower Remedies mocht van zijn concurrent alleen het woordmerk ‘THE BACH REMEDIES’ houden. De rechtbank wees die vordering in 2004 toe.

In hoger beroep hield dit oordeel van de rechtbank geen stand. Het hof in Den Haag haalde uiteindelijk in 2010 een streep door de registratie van alle drie woordmerken, omdat de ‘bloesem- of bloemenremedies’ in het normale taalgebruik gemeengoed waren geworden.

Maar het hof keurde de registratie van de twee beeldmerken juist goed. Ten principale, want volgens het hof gold het verval van het merkrecht wegens verwording tot soortnaam níet bij beeldmerken. Afgezien daarvan vond het hof wel dat de speciale gestileerde schrijfwijze van BACH aan de twee beeldmerken onderscheidend vermogen verschafte.

In cassatie veegde de Hoge Raad op 20 januari de vloer aan met het uitgangspunt van het hof dat beeldmerken niet kunnen verworden. Ze dienen, aldus de Hoge Raad, op dezelfde manier worden beoordeeld als woordmerken en kunnen dus ook vervallen tot soortnaam, bijvoorbeeld als ze onderscheidend vermogen ontberen. Maar daarvan is hier volgens de Hoge Raad geen sprake.

In het geharmoniseerde Europese merkenrecht is er, aldus de Hoge Raad, geen plaats voor verschil in bejegening van woord- en beeldmerken. Hij verwees daarvoor onder andere naar een uitspraak van de Europese rechter uit 2006 in een zaak van Levi Strauss tegen Casucci over sierstiksels als beeldmerk op spijkerbroeken.

Joop Meijnen

Suggesties voor deze rubriek aan ecorecht@nrc.nl