Handen af van de boerka

Het boerkaverbod schendt in verdragen vastgelegde mensenrechten, gaat in tegen de Nederlandse tolerantie en is voor geen enkel probleem een oplossing, constateren Iris van Domselaar en Franca Treur.

Een boerkaverbod, hoe kun je daar nu op tegen zijn? Een boerka dragen is immers asociaal. Het is ongemakkelijk en onprettig wanneer je iemands gezicht niet ziet. Daarnaast weet je nooit zeker of er stiekem wapens onder zitten, want een boerka kleedt niet af. Ten slotte onderdrukt de boerka de draagster ervan. Het is dus voor iedereen beter wanneer je de boerka op straat verbiedt. Dat vindt althans het kabinet. En, eerlijk, waarom niet?

Omdat er toch een aantal dingen grondig mis is met deze wet.

1Het verbod is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Je mag godsdienstvrijheid niet zomaar inperken. Daar moeten goede redenen voor zijn, zoals de bescherming van de rechten van anderen en de openbare orde. De openbare orde was bijvoorbeeld in het geding bij een Tilburgse pastoor die al om 07.15 uur de kerkklokken luidde, het werd hem verboden op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (artikel 109a).

Het kabinet is flink op de vingers getikt door de Raad van State, die controleert of een wet niet in strijd is met internationale verdragen. Het is pijnlijk om te zien hoe de vicepremier vorige week in een persconferentie probeerde via retoriek het verbod juridisch te legitimeren.

2De boerka kan sociale communicatie weliswaar bemoeilijken, maar soms moeten we moeilijkheden voor lief nemen, in een land waar we verschillend zijn en we aan alle burgers bepaalde vrijheden willen toekennen. Met die vrijheid kunnen anderen dingen doen die je zelf niet prettig vindt. Daar niet al te ingewikkeld over doen (een zin die premier Mark Rutte overigens vaak in de mond neemt) heet tolerantie.

3Onder de boerka kun je wapens en bomgordels verstoppen, maar die kun je ook verstoppen onder je regenjas. Er zijn in Nederland zo’n tweehonderd boerkadraagsters. Deze vrouwen hebben tot nu toe de openbare orde niet verstoord. Het is veelzeggend dat de politie zich afvraagt voor welk probleem deze wet een oplossing is. Voor de politie heeft deze wet alvast geen prioriteit. Waarom zouden we een wet maken als die niet wordt gehandhaafd?

4De boerka onderdrukt de vrouw die hem draagt, vindt het kabinet, maar we moeten oppassen met meningen over vrouwonderdrukkende symbolen in de islam wanneer we er weinig verstand van hebben. Als er inderdaad sprake is van onderdrukking, dan is het maar zeer de vraag of je dat oplost met een verbod. Misschien durven die vrouwen nu helemaal niet meer de straat op, ze zijn immers vogelvrij. De politie zegt wel dat ze het verbod niet gaat naleven, maar je zal maar net een agent treffen die er wel voor gaat. In Frankrijk, waar het verbod ook van kracht is, zijn al vrouwen veroordeeld. Wanneer je onderdrukking wilt tegengaan, kan dat effectiever via minder ingrijpende maatregelen, zoals scholing en bewustwordingscampagnes. Dat zou dan overigens net zo goed moeten gelden voor andere vormen van (vrouwen)onderdrukking die we in onze samenleving wel voor lief nemen.

In het geval dat vrouwen fysiek gedwongen worden door bijvoorbeeld hun echtgenoten om de boerka te dragen, dan hebben we in Nederland het algemeen strafrecht om in te grijpen.

5Ten slotte is deze wet in het verleden ontmaskerd als een pestwet om moslims te bashen. In 2007 is het voorstel door Geert Wilders en Sietse Fritsma van de PVV ingediend als ‘boerkaverbod’. Dat verbod kwam destijds niet door de Tweede Kamer, het werd als discriminerend beschouwd. Nu steunen VVD en CDA een ‘verbod op gelaatsbedekkende kleding’, maar stellen nadrukkelijk dat het verbod niet geldt voor mensen die hun gezicht beroepsmatig moeten bedekken, zoals chirurgen en tandartsen, niet voor mensen die hun gezicht voor hun hobby of sport bedekken, zoals hockeykeepers en schaatsers, en niet voor mensen die hun gezicht voor de lol bedekken, zoals carnavalsvierders. Carnavalsvierders verstoren blijkbaar de openbare orde minder dan boerkadraagsters.

Deze voorbeelden geven aan dat het hier nog steeds om een pestwet tegen moslims gaat. Deze algemene wet richt zich op de boerkadraagster en treft daarmee in het bijzonder de moslims als groep; de boerka wordt alleen door moslima’s gedragen. De overheid zegt het karakter en de goede gewoonten van het openbare leven in Nederland te willen beschermen. Het is duidelijk dat alleen ‘typisch Nederlandse’ gewoonten op bescherming kunnen rekenen.

Iris van Domselaar is rechtsfilosoof aan de Universiteit van Amsterdam. Franca Treur is schrijver. Ze debuteerde in 2009 met de roman Dorsvloer vol confetti.