Fascinatie voor de botte hork

Acteur Merijn de Jong glorieert in Nick, een film over een hufter van regisseur Fow Pyng Hu. „Ik heb sympathie voor onaangepaste mensen.”

. In de werkelijkheid zijn zulke mannen niet zeldzaam, maar in de film wel. De titelheld van Nick, de nieuwe film van de Nederlandse regisseur Fow Pyng Hu, is een twintiger die met zichzelf in de knoop zit en niet meer weet wat hij wil. Als gevolg leeft hij zijn onvrede op anderen uit. Zijn flux de bouche gebruikt hij om zijn vriendin te sarren en zijn baas op de kast te jagen in het restaurant waar hij als chef-kok werkt. Hij verbrandt in hoog tempo alle schepen achter zich, om uiteindelijk naar Kroatië te vertrekken met de jonge serveerster Kristina. Zij wil daar haar familie opzoeken, hij gaat op zoek naar zeldzame truffels.

Op het Rotterdams filmfestival, waar Nick in première ging, roept de film nogal wat debat op tussen voor- en tegenstanders. Waarom zouden we anderhalf uur willen kijken naar iemand die zich zo onbeschoft gedraagt? Dat Nick tot het einde toe blijft boeien heeft veel te maken met het intensieve spel van acteur Merijn de Jong, die de film moet dragen en daar grandioos in slaagt. Hij doet geen moeite om bij de kijker in de smaak te vallen en toch is Nick bij hem meer dan alleen een zak. Het zit allemaal in de ogen: die zijn tegelijk koud, agressief en in paniek, als een gewond, bloedend dier. Een van de meest opmerkelijke debuutrollen in een Nederlandse film in lange tijd; daar zou toch een nominatie voor een Gouden Kalf in moeten zitten.

Het type botte hork, waarvan Nick een uitvergroting is, lijkt de laatste jaren ook nogal in opkomst te zijn, als mediaverschijnsel (de vaste televisiegast in talkshows die zegt wat hem voor de mond komt) en als maatschappelijk fenomeen: de veelbesproken verhuftering van de samenleving. Je zou Nick een portret van een hufter van deze tijd kunnen noemen, maar dat is misschien te negatief. Uit de film spreekt ook fascinatie en zelfs liefde voor de onaangepastheid van de titelfiguur bij de regisseur. Hu: „Ik heb altijd veel sympathie gehad voor mensen zoals Nick, die heel erg direct en onaangepast zijn. Vaak blijken dat heel interessante en ingewikkelde figuren te zijn, als je ze beter leert kennen. Afkeer kan ook ineens omslaan in gevoelens van sympathie. Maar veel mensen komen daar niet aan toe, omdat zulke types eerst iedereen afstoten en wegjagen met hun gedrag.”

Na Paradise Girls, zijn vorige film, duurde het acht jaar voordat zijn nieuwe film klaar was. Dat kwam onder meer doordat de regisseur in de tussentijd vijf jaar in Japan woonde, waar zijn echtgenote vandaan komt. „De Japanse samenleving is heel conformistisch. Japanners gaan uit van de familie en niet van het individu. Mensen zijn heel gesloten. Ik kreeg daar een soort heimwee naar de individualistische, expressieve cultuur van het Westen. Maar omdat ik er van zo’n grote afstand naar keek kon ik er ook met een andere blik naar kijken.’’

Hu woont inmiddels weer in Amsterdam, waar hij naast zijn filmwerk een restaurant is begonnen. Is dat de reden dat hij van Nick een begaafde kok heeft gemaakt in de film? „Niet echt. Kok leek me een geschikt beroep voor hem, omdat een goede kok eigenlijk vergelijkbaar is met een kunstenaar. Het is een beroep dat mensen aantrekt die helemaal kunnen opgaan in hun werk. Maar daar kun je ook gemakkelijk heel egocentrisch door worden.”

De enige die zich niet laat wegjagen door Nick is de Kroatische Kristina, vooral omdat ze hem helemaal niet serieus neemt. Hu: „Zij heeft als kind de oorlog in haar land meegemaakt. Ze heeft ook nog veel traditionelere opvattingen over de rol van man en vrouw en ze wil gewoon geld verdienen. Voor haar is niet alles gaan zweven, ze is niet zo verloren als hij. Voor Kristina is Nick gewoon een teken van westerse decadentie.”