Beide Soedans zijn te boos om ruzie over olie te sussen

De afscheiding van Zuid-Soedan van Soedan voltrok zich haast probleemloos. Maar de verdeling van de boedel blijkt zeer problematisch. Over de olie loopt de ruzie nu hoog op.

De Soedanese regering in Khartoum heeft in het geheim extra olie in het onafhankelijke Zuid-Soedan opgepompt en illegaal verkocht. Dit zeggen de Zuid-Soedanese vicepresident Riek Machar en andere bronnen die zijn betrokken bij het stilleggen van alle olieproductie in Zuid-Soedan.

In een steeds heviger dispuut tussen Khartoum en de Zuid-Soedanese regering in Juba over transferkosten van Zuid-Soedanese olie door pijpleidingen over Noord-Soedanees grondgebied zegt Juba nu bijna alle oliekranen te hebben dichtgedraaid.

„Zie je wel, je kunt ze ook nooit vertrouwen”, reageerde een Zuid-Soedanese onderhandelaar op de berichten over illegale oliewinning in het zuiden door Khartoum. Emoties eerder dan pragmatische overwegingen hebben de overhand gekregen bij de onderhandelingen over olie. Juba snijdt zichzelf in de vingers door de oliekranen dicht te draaien. Het exporteert 350.000 vaten per dag en is voor 98 procent van zijn inkomsten hiervan afhankelijk.

Topoverleg in buurland Ethiopië heeft afgelopen weekeinde geen akkoord opgeleverd. Een hoge Amerikaanse delegatie, een hoge Chinese delegatie en de leiders van Kenia, Ethiopië en de Afrikaanse Unie proberen tevergeefs te bemiddelen. „Noord-Soedan behandelt ons nog steeds als slaven”, zeggen boze zuidelijke onderhandelaars. Hoofdonderhandelaar Pagan Amum noemde het besluit van zijn regering de oliekranen dicht te draaien „economische bevrijding”.

Na de scheiding tussen Noord- en Zuid-Soedan, vorig jaar juli, is er vrijwel op geen enkel terrein overeenstemming bereikt over de verdeling van de boedel. Driekwart van de oliebronnen kwam in het zuiden te liggen, maar de infrastructuur bevindt zich in het noorden. De olie-industrie wordt goeddeels gerund door noorderlingen, zuiderlingen ontbreekt het aan expertise.

Khartoum eist 32 dollar per vat voor het gebruik van de pijpleiding, Juba wil 70 dollarcent betalen. (Noord-)Soedan is voor 45 procent van zijn inkomsten afhankelijk van olie en nu het sinds de scheiding nog maar 150.000 vaten produceert is de economie in een diepe val geraakt. De regering hoopte het verlies op te vangen door naar internationale maatstaven exorbitant hoge transferkosten te eisen.

Zuid-Soedan heeft zich verzekerd van steun van buitenlandse olie-experts bij de onderhandelingen en deze professionele adviseurs slaagden erin een akkoord met de oliemaatschappijen te sluiten. Zij kopen de olie aan de pomp in het zuiden en nemen de transferkosten op zich.

Khartoum nam hiervoor wraak door aan het einde van de pijpleiding in Port Sudan Zuid-Soedanese olie ter waarde van 850 miljoen dollar te confisqueren. Hoewel deze olie in feite al eigendom van de oliemaatschappijen is, noemde de Zuid-Soedanese president Salva Kiir dit „diefstal bij daglicht”.

Mede onder invloed van het trauma van bijna vijftig jaar oorlog en de „koloniale terreur door Arabieren in het noorden” heeft Juba een keiharde houding aangenomen. Zuid-Soedan denkt eindelijk een troefkaart in handen te hebben. Vrijdag wilde Salva Kiir in Ethiopië een door de Afrikaanse Unie voorgesteld compromis over de transferkosten sluiten met zijn noordelijke tegenspeler Omar al-Bashir, maar woedende collega’s in zijn eigen delegatie weerhielden hem hiervan.

Het oliedispuut met het noorden wordt ook gebruikt door een factie in de regering om de corruptie aan te pakken. Deze factie zegt dat Zuid-Soedan op het supercorrupte Nigeria begint te lijken en dat een tijdje zonder olie heel zuiverend kan werken. Het opdrogen van de olie-inkomsten zal naar verwachting vooral de elite van de hoofdstad Juba raken; op het geïsoleerde platteland leeft de bevolking goeddeels buiten invloed van de overheid.

Juba sloot vorige week een principeakkoord om binnen anderhalf jaar een alternatieve pijpleiding aan te leggen zuidwaarts, via Noord-Kenia naar een nog te bouwen haven bij het eilandje Lamu. De olieproductie in beide Soedans is voor het belangrijkste deel in handen van Chinese, Maleisische en Indiase bedrijven. China is voor 5 procent van de oliebehoeften afhankelijk van import uit beide Soedans.

Het escalerende conflict over olie is slechts een van de vele disputen over de boedel. Over de status van het omstreden grensgebied Abyei, sinds vorig jaar bezet door het Noord-Soedanese leger, de loop van de grenzen en de verdeling van de schulden bestaat geen enkele eenstemmigheid.

Oorlogen in de grensgebieden Blue Nile en de Nubabergen gooien verdere olie op het vuur. De Verenigde Staten werken in het geheim aan een grote, illegale, voedseloperatie in deze twee gebieden. Khartoum verzet zich tegen zo’n operatie die vanaf Zuid-Soedanees grondgebied zou moeten plaatshebben.