Aziaten kunnen het Westen nu de les lezen

Terwijl Europa koortsachtig naar een uitweg zoekt uit de financiële crisis, kijkt Azië bezorgd toe. En geeft advies. Want door de globalisering is niemand meer veilig als het écht misgaat.

De verschuiving van economische macht in de wereld, van west naar oost, heeft een interessant neveneffect. Op de grote brainstorm die het World Economic Forum in Davos is, kunnen deelnemers uit China en andere opkomende markten het Westen tegenwoordig de les lezen.

En dat deden ze afgelopen week: niet luidruchtig of triomfantelijk, maar zakelijk en diplomatiek. En vanuit de wetenschap dat ze in Davos weliswaar nog geen hoofdrol spelen, maar dat ze wel de toekomst hebben.

Althans, als de financiële crisis in het Westen niet uit de hand loopt en de hele wereld mee sleurt. „In de veertig jaar dat ik de publieke zaak dien, voor het merendeel in de overheidsfinanciën, ben ik nog nooit zo bang geweest als nu”, zei Donald Tsang, de hoogste bestuurder van Hongkong in een openbare discussie met onder meer de Britse minister van Financiën George Osborne, Christine Lagarde van het IMF, Robert Zoellick van de Wereldbank en de commentator van de Financial Times Martin Wolf.

Tsang hield het Westen voor hoe Aziatische landen vijftien jaar geleden (met hulp van het IMF) de financiële crisis aanpakten die hún regio destijds teisterde. Leer van ons, zei hij. Zorg dat regeringen snel en stevig ingrijpen. Help niet alleen de banken, maar zorg ook dat kleine bedrijven geld kunnen lenen. En denk aan de gewone mensen, zorg dat ze hun rekeningen kunnen betalen. Dán kan je het noodzakelijke vertrouwen uitstralen. Want de mensen, dat is waar het in de publieke zaak uiteindelijk om draait. Het leverde hem een daverend applaus op. Dat was al die westerse politici en zakenlieden – die in Davos vroom betoogden hoe belangrijk nieuwe banen zijn – al die dagen niet gelukt.

Want in Azië, en andere delen van de Derde Wereld, heben ze laten zien wat banen scheppen in de praktijk betekent. Het is een van de lichtpuntjes in de heikele situatie van het moment, zei Zoellick van de Wereldbank: tweederde van de economische groei kwam de afgelopen vijf jaar uit ontwikkelingslanden.

Nog een andere tip van Tsang: je kan lang twisten over de vraag hoe groot een noodfonds of firewall moet zijn, maar de markt zal toch kijken hoe sterk de economie is die er door beschermd moet worden. Dáár stemmen de markten hun handelen op af.

Kishore Mahbubani, de auteur uit Singapore van de bestseller De eeuw van Azië, wees erop hoe cruciaal de overheid is in dit soort situaties. In de Aziatische cultuur, zei hij, heerst het besef nog dat de regeringen belangrijk zijn. Daar konden de profeten van deregulering en ‘ruim baan voor de vrije markt’ het mee doen.

Vicepremier Ali Babacan van Turkije mengde zich zelfs expliciet in het Europese debat. Had de Britse premier Cameron Duitsland voor de voeten geworpen dat het te voorzichtig is? Vinden de zuidelijke landen in de eurozone dat kanselier Merkel snel haar portemonnee moet trekken? „Het is belangrijk aan de voorzichtige kant te zijn, zeker in begrotingskwesties”, schoot de Turk Merkel te hulp. „Je moet goed duidelijk maken wat je strategie is, want uiteindelijk moet het publiek zich er wél in kunnen vinden.”

Vertegenwoordigers van het Westen hoorden het over het algemeen gelaten aan. Ze beseffen dat de nieuwe verhoudingen in de wereld hen tot een zekere bescheidenheid dwingen, maar het is nog wel wennen.

Zoellick wreef nog wat zout in de wonde en onderstreepte dat de financiële crisis, en de politieke twisten erover, de geopolitieke machtsbalans nog verder zal verschuiven. „Nog jaren lang zal dit gevolgen hebben voor de politieke invloed van westerse landen.”

Menig groot bedrijf dat in Davos door zijn topman was vertegenwoordigd heeft de steven al gewend. Investeren in een opkomende economie ziet er voor hen veelal aantrekkelijker uit dan opereren in Europa. Want hier heerst behalve grote financiële, ook politieke onzekerheid. De electorale positie van Sarkozy is zwak, het bewind van Monti zeer tijdelijk, nationalisme en populisme komen op (Hongarije), en maatschappelijke onrust dreigt door de snel toenemende werkloosheid.

Maar als de financiële crisis uit de hand loopt, zal de hele wereld daar – met dank aan de globalisering – onder lijden. Niemand kan zich ervan afsluiten. Daarover waren de meesten in Davos het in elk geval eens.