AMT: voorkennis of kwetsbaar aandeel?

Wat is er aan de hand bij biotechbedrijf AMT? Handel met voorkennis? Mag een eerder afgewezen therapie toch de markt op?

Tumult bij het beursgenoteerde, Amsterdamse biotechbedrijf AMT. Er is een onderzoek gestart naar mogelijke handel met voorkennis. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) vraagt zich af waarom de koers van het bedrijf op 17, 18 en 19 januari opeens zo sterk omhoog schoot?

Intussen gloort er voor een verloren gewaande therapie van AMT toch weer hoop. De therapie werd vorig jaar tot twee keer toe afgewezen voor toelating tot de Europese markt. Maar afgelopen weekend heeft het Europees parlement vraagtekens gesteld bij die afwijzing.

Wat is er toch allemaal aan de hand bij AMT?

Sinds zijn oprichting in 1998 ontwikkelt het bedrijf therapieën waarbij met hulp van genetisch gemanipuleerde virussen medicijnen in patiënten worden gebracht. De belangrijkste therapie van AMT richt zich tegen een erfelijke ziekte waarbij vetdeeltjes zich ophopen in het bloed en chronische ontstekingen veroorzaken in de alvleesklier. Het bedrijf wil er de Europese markt mee op. Maar medio 2011 volgde een negatief oordeel van de speciale commissie die gentherapieën beoordeelt – de Committee for Advanced Therapeutics. Volgens dat oordeel had AMT onvoldoende aangetoond dat het medicijn een aanhoudend en langdurig effect heeft. Het oordeel werd overgenomen door de Committee for Medicinal Products for Human Use – CHMP – de divisie die de standpunten bepaalt van de overkoepelende toezichthouder voor de medicijnenmarkt, de European Medicines Agency.

Nadat AMT op 23 juni officieel op de hoogte was gesteld van de afwijzing, zakt de koers in. Toch besloot het bedrijf de klinische studie met 27 patiënten voort te zetten. Het leverde aanvullende gegevens aan bij de beoordelingscommissie, de CAT. Die kwam daarop tot de conclusie dat de therapie wél toegelaten kon worden tot de markt, onder de strikte voorwaarde dat de behandelde patiënten nauwgezet gevolgd zouden worden. Maar de CHMP nam het advies niet over en stelde AMT op 21 oktober op de hoogte van de hernieuwde afwijzing. De beurskoers zakte verder weg, naar 15 eurocent. begin 2011 was dat nog ruim 2 euro.

Vier dagen later kondigde AMT een reorganisatie aan. Het aantal werknemers, op dat moment nog circa 90, werd gehalveerd. Veel van de mensen die aan het medicijn tegen de vetziekte werkten, vertrokken. AMT verlegde de aandacht naar een therapie voor hemofilie B, waarbij het bloed als gevolg van een erfelijke aandoening niet goed stolt.

Op 15 december meldde het bedrijf een verdere tegenvaller, dit keer een financiële. De kas raakte leeg. Het einde leek in zicht.

Maar dan keren de kansen. Het vooraanstaande medische tijdschrift New England Journal of Medicine publiceerde op 22 december gunstige resultaten van een eerste klinische test met de door AMT ontwikkelde gentherapie voor hemofilie B, waaraan zes patiënten deelnamen. De koers krabbelen weer op.

Eind december wist AMT toch weer 2,5 miljoen euro op te halen bij drie durfkapitalisten. Nog eens twee weken later, halverwege januari, was er op de beurs opeens een levendige handel in het aandeel AMT. De koers schoot in drie dagen omhoog, van 36 naar 70 eurocent. Dat viel de Vereniging van Effectenbezitters op.

Op 26 januari – vorige week – stuurde de VEB een brief waarin om uitleg werd gevraagd. Wanneer waren bijvoorbeeld de onderhandelingen met de drie durfkapitalisten gestart? „Waarom besloten zij te investeren in AMT terwijl het bedrijf zichzelf bijna ten dode had opgeschreven”, vraagt Marien van den Heuvel van de VEB zich nu nog af. „Waarmee heeft AMT ze overtuigd?”

De VEB heeft meer vragen. Is AMT, na publicatie van de resultaten met de therapie tegen hemofilie B, benaderd door farmaceuten? En wisten de durfkapitalisten dat?

Bestuursvoorzitter Jörn Aldag van AMT zegt desgevraagd dat er geen sprake is van handel in voorkennis. Zijn verklaring is dat het aandeel AMT een lage waarde heeft. „Daardoor staat het eerder bloot aan sterke schommelingen.” Wanneer het bedrijf de vragen van de VEB beantwoordt kan hij niet zeggen.

En dan kwam er afgelopen weekend die hernieuwde hoop om de inmiddels stopgezette therapie tegen de vetziekte alsnog op de markt te brengen. Het Europees parlement stelt vraagtekens bij de procedure die vorig jaar twee keer tot een afwijzing leidde. Is de procedure wel goed gevolgd? Hoe kan het dat er bij de toezichthouder verdeeldheid was?

Topman Aldag van AMT zegt dat de therapie makkelijk „nieuw leven” in kan worden geblazen. Ook al zijn veel mensen die eraan werkten inmiddels weg.