WHO belegt conferentie over Rotterdams virus

De vraag wie alle details van het in Rotterdam gemaakte levensgevaarlijke vogelgriepvirus mag kennen is op 16 en 17 februari het onderwerp van een conferentie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Dit is een overleg van een vijftigtal virologen, bioterrorisme- en volksgezondheidsdeskundigen en vertegenwoordigers van de Amerikaanse overheid.

Het is de eerste zichtbare stap om de diplomatieke impasse op te lossen die is ontstaan na het advies, eind december, van een Amerikaanse overheidscommissie voor bioveiligheid (NSABB) om detailinformatie over voor mensen besmettelijke H5N1-vogelgriepvirussen niet in de wetenschappelijke literatuur te publiceren, maar alleen beschikbaar te stellen aan volksgezondheidsdeskundigen die de kennis nodig hebben om het gevaar van uitbraken onder pluimvee in te kunnen schatten. In een nieuwsartikel in het tijdschrift Science van vrijdag zei assistent-directeur-generaal Keiji Fukuda van de WHO dat er na het congres nog geen oplossing zal zijn.

Viroloog Ron Fouchier van het Rotterdamse Erasmus MC, en ook een Japans-Amerikaanse onderzoekgroep, hebben aangetoond dat een handvol mutaties volstaat om het sinds 2003 in Azië en Afrika onder vogels rondwarende H5N1-vogelgriepvirus te veranderen in een griepvirus dat gemakkelijk mensen besmet en doodt.

Vooral in de Verenigde Staten vinden bioterrorismebestrijders dat dit soort onderzoek helemaal niet mag worden gedaan. CDA-kamerlid Henk Jan Ormel heeft deze week kamervragen aan drie bewindslieden gesteld over het Rotterdamse onderzoek. Hij wil weten of zij het verantwoord vinden de virusdetails te publiceren en of de Nederlandse overheid meedoet aan het WHO-congres.

Fouchier en zijn H5N1-collega’s hebben vorige week besloten hun onderzoek voor zestig dagen stil te leggen, in afwachting van een diplomatieke oplossing en om het nut van het onderzoek aan tegenstanders uit te leggen. NRC