Vos wint, uiteraard. En met grote klasse

Renster Marianne Vos domineert in het veldrijden en was ook gisteren in Koksijde oppermachtig bij het WK. Ze veroverde voor de vijfde keer de wereldtitel.

Sportredacteur

Koksijde. Toen Marianne Vos een meisje van tien was, oefende ze in de tuin. Op haar racefiets reed ze over smalle houten planken en sprong ze over boomstammen die ze had meegesleept. Pas als ze het zelfbedachte parcours onder de knie had, mochten haar ouders komen kijken.

Falen deed Vos het liefst in haar eentje. „Als ik viel, lag ik soms wel tien minuten op de grond, te kermen van de pijn”, lacht ze in haar hotel, een dag voor haar wedstrijd op het WK veldrijden. Nog steeds vindt ze het niet leuk als er toeschouwers zijn bij het verkennen van een veldritparcours. Ze kan dan weleens een foutje maken.

Marianne Vos is pas 24 jaar oud, maar in de zandduinen van het Belgische plaatsje Koksijde werd ze gisteren voor de vijfde keer wereldkampioen veldrijden. Vos is een uitzonderlijk talent met een ongekende eerzucht. Deze winter kwam ze in 16 van de 17 veldritten waarin ze startte als eerste over de finish. Alleen in de eerste cross van het seizoen werd Vos niet eerste, maar tweede. Op de weg won de renster in 2011 maar liefst 41 keer, waaronder vijf etappes en de eindzege in de Ronde van Italië. En bij de WK in Kopenhagen, september vorig jaar, werd ze voor de vijfde achtereenvolgende keer tweede bij de wegwedstrijd, na haar wereldtitel in 2006.

In het mulle zand in Koksijde was Vos opnieuw van grote klasse. Al na een half rondje reed ze alleen aan de leiding, toegejuicht door de 60.000 toeschouwers die ’s ochtends vroeg op bergschoenen en kaplaarzen de duintoppen hadden beklommen. Onbedreigd reed ze naar de finish. Niet dat de vijf rondjes haar geen moeite kostten. „Door het zand rijden kost zo veel kracht. Vanaf de eerste ronde doet het pijn”, zei Vos al voor de race.

In het vrouwenpeloton wordt af en toe zuchtend gesproken over het tijdperk-Vos, vertelt Annemiek van Vleuten, haar teamgenoot bij de Rabobankploeg. Als Vos aan de start verschijnt, rest de anderen de strijd om de tweede plaats. Maar van afgunst merkt Van Vleuten niets. „Ze wint altijd op klasse. Daar heeft iedereen alleen maar bewondering voor.”

Vos is het boegbeeld van het vrouwenwielrennen. Op wedstrijdaffiches, in voorbeschouwingen, overal ziet ze zichzelf. Ook in de ontbijtzaal van het hotel waar de Nederlandse ploeg tijdens het WK verblijft hangt een flinke poster met een foto van Vos erop. „Ik ben er inmiddels aan gewend, die poster gaat al even mee”, zegt de renster. „Maar ik vind het altijd wel een beetje raar.” Bij het ontbijt ging ze om de hoek zitten, of met haar rug naar de poster toe. „Ik ga niet naar mezelf zitten kijken.”

Haar erelijst is nu al uniek en haar prestaties blijven verbazen. Toen Vos eerder deze maand een inspanningstest deed bij Rabo-trainer Louis Delahaye, bleek ze 6,63 watt per kilo lichaamsgewicht te trappen, vergelijkbaar met mannelijke collega’s als Laurens ten Dam en Pieter Weening. Bergop zou ze hen in theorie kunnen bijhouden. „Ze is een exceptioneel talent”, zegt Delahaye. Alleen oud-renner Jeroen Blijlevens, de trainer van Vos bij de Rabo-ploeg, zegt dat hij niet meer opkijkt na de zoveelste bijzondere prestatie. „Ik hou er altijd rekening mee dat ze kan verrassen”, zegt hij.

Blijlevens roemt de inzet van Vos. „Marianne zoekt constant haar grenzen op.” Al heeft ze meer dan een minuut voorsprong, Vos blijft rijden. Blijlevens: „Ook in de laatste ronde zie je nog die grimas op haar gezicht.” De renster is zo gedreven dat ze door haar trainer moet worden afgeremd. Blijlevens wil dat Vos minder wedstrijden gaat rijden, af en toe een koers laat lopen. Hij wil voorkomen dat ze opeens is opgebrand.

Gisteren won Vos met overmacht de wereldtitel. Op het Nederlands kampioenschap was dat ook al het geval. „Ik heb nu een paar wedstrijden gehad waarin ik van start tot finish domineerde”, zegt Vos. Het tactische spel tijdens de koers, de competitie waar ze zo van geniet, is er dan niet. Ze probeert dan maar de perfecte race te rijden, om niet te verslappen. „Je moet scherp blijven, ook in de training. Gemakzucht is het grootste gevaar van succes.”

Blijlevens is soms bang dat Vos binnenkort geen uitdagingen meer heeft. Hij wil haar daarom graag een keer bij de mannen laten rijden. „Het zou goed zijn als ze eens afziet”, zegt hij. Vos zelf ziet daar ook wel wat in. „Als ik de hele wedstrijd in het wiel hang, verleg ik mijn limiet.” De renster benadrukt dat ze nooit meekan met de beste mannen, die veel meer duurvermogen en explosieve kracht hebben. Haar bijzondere inspanningstest zegt alleen iets over haar kwaliteiten bergop, als de zwaartekracht mannen met meer kilo’s tegenwerkt. Bij het WK veldrijden zijn de jongens onder de 19 jaar ook al een stuk sneller dan de vrouwen, zegt Vos. Ze denkt er nu over eerst eens een training met de mannen mee te doen.

Negentien jaar was Vos, toen ze voor het eerst wereldkampioen werd, in het veldrijden en op de weg. Het maakte haar wel eens bang. „Ik wist niet of ik op mijn 35ste nog steeds zou kunnen fietsen, met even veel plezier. Maar ik merk nu dat hetzelfde gevoel er nog is. Dit WK is net zo spannend als mijn eerste.”

Voor de buitenwereld lijkt Vos al haar koersen met gemak te winnen. Dat steekt soms. „Het komt natuurlijk ook doordat ik vorig jaar 55 keer heb gewonnen”, zegt ze zelf. Ze schudt lachend haar hoofd. „Maar als ik in een koers als tiende de laatste bocht door kom, mijn ploeggenoten van alle kanten naar me toe rijden om te helpen en ik dan met een millimeter verschil de sprint win, staat er ’s avonds op teletekst: ‘Vos wint weer’.”