Verwaarloosde cacao smaakt bitter

Het doel is dat in 2020 alle chocolade van duurzame cacao is gemaakt. Volgens Mars is dit niet alleen een wervende slogan, maar ook absolute noodzaak.

Redacteur internationale economie

Amsterdam. Was het een sprong in het diepe? Welnee, zegt Howard Shapiro, het ging veel verder: „Wat we besloten was op het roekeloze af.”

In 2009 besloot Mars dat alle chocola die het bedrijf wereldwijd produceertin 2020 van uitsluitend duurzame cacao moet zijn gemaakt. Shapiro, als hoofdagronoom verantwoordelijk voor alle landbouwactiviteiten van Mars: „Maar als we over vijftig jaar nog chocola willen maken hebben we geen andere keus.”

Vanaf komende maand dragen alle Marsrepen die in de fabriek in het Brabantse Veghel van de band rollen het label van UTZ Certified, een van de grote certificeringsorganisaties. Cacao die dit stempel draagt is geproduceerd volgens standaardeisen voor milieu- en arbeidsomstandigheden.

De Balisto-repen in Nederland en Duitsland dragen het label al een half jaar. In Australië heeft Mars het certificaat van Rainforest Alliance, in Groot-Brittannië zijn Maltesers door Fair Trade goedgekeurd. En in 2020 moeten dus alle Bounty’s, Twixen, M&M’s en Milky Ways ter wereld een duurzaamheidslabel hebben.

Voor Mars, dat 10 procent van de cacao in de wereld gebruikt, is het niet alleen een mooie slogan om consumenten te verleiden, maar ook bittere noodzaak. De cacaoproductie verkeert namelijk in een belabberde staat. „Cacao is een weeskind onder de tropische gewassen”, zegt Shapiro telefonisch vanuit het Mars-hoofdkantoor in Washington. „Er is nooit in geïnvesteerd. Als de grond uitgeput raakte of de bomen geen goede vruchten meer droegen, was er altijd weer een nieuw stukje woud om te kappen.” Shapiro doelt op de bossen van Ivoorkust en Ghana, waar 70 procent van de cacao vandaan komt.

Nu is die grond er niet meer. De bomen zijn oud en leveren steeds minder op, de kwaliteit gaat achteruit en ook de boeren zijn oud. Kinderarbeid, vaak in ernstige vormen, is een wijdverspreid probleem. Investeren in sterkere soorten, ziektebestrijding, bodemtechnieken, opleidingen en goede prijzen voor boeren is het enige dat er op zit.

Shapiro: „De 400 kilo die boeren nu van een hectare halen, levert ze een hongerloontje op. De oogst moet verdrie- of verviervoudigd worden om uit de armoede te komen.” Paradoxaal genoeg betekent duurzaamheid in dit geval dus ook een intensivering van de landbouw.

Shapiro ontrafelde met IBM samen het genoom van cacao en publiceerde het in 2010 op internet, zodat iedereen het kan gebruiken om sterkere variëteiten (cultivars) te ontwikkelen. Met deze ongebruikelijke zet onderstreept Mars dat het hier om een probleem van de hele sector gaat.

Dat ziet ook James Hallworth, commercieel manager logistiek en industrie in de Amsterdamse haven. Daar passeert eenvijfde van de jaarlijkse wereldproductie van 3 miljoen ton, wat Amsterdam tot de grootste cacaohaven ter wereld maakt. Hallworth: „De hele chocoladeketen zit verankerd in Amsterdam. Cacao wordt hier opgeslagen voor de industrie en de termijnmarkt, het wordt getransporteerd via de weg en de binnenvaart en er zit een grote cacaoverwerkende industrie rond de haven. Als de tonnages teruglopen heeft dat gevolgen voor iedereen.”

Alle partijen zijn dan ook met het thema bezig, merkt hij. „De overslagbedrijven werken in opdracht van cacaoverwerkers zoals Cargill, en die werken weer in opdracht van chocoladefabrikanten als Mars, Nestlé en Kraft. Als de fabrikanten zich committeren aan duurzaamheid, geven zij opdracht aan de rest van de keten om dat te faciliteren.” Hallworth had graag een korting gegeven op het zeehavengeld voor gecertificeerde cacao, maar dat is in de praktijk niet haalbaar omdat niet wordt bijgehouden hoeveel er precies binnenkomt.

In 2010 ondertekenden 25 bedrijven en instellingen in Nederland de intentieverklaring dat in 2025 alle cacao die in Nederland geconsumeerd wordt gecertificeerd is. Als eerste stap moeten dit jaar alle chocoladeletters duurzaam zijn. Afgelopen Sinterklaas was al 95 procent duurzaam.

Maar lukt het ook om in 2015 de helft van alle cacao in Nederland duurzaam te laten zijn, en wordt het einddoel gehaald? „Het kan zeker”, zegt Daan de Vries, field director van het in Amsterdam gevestigde UTZ. De organisatie is sinds 2007 actief in de cacao, twee jaar later werden de eerste certificaten toegekend. „Nu, na twee jaar, draagt 3 procent van de cacao in de wereld het UTZ-label.” De Vries schat in dat alle duurzaamheidscertificaten bij elkaar goed zijn voor 6 procent. Volgens Oxfam Novib was in Nederland in 2010 9 procent van de gebruikte cacao duurzaam.

„Mars heeft de lat hoog gelegd”, zegt De Vries. „Als je nu als chocoladeproducent geen duurzaamheidsstrategie hebt, ga je wel tegen een imagoprobleem oplopen.” Hij merkt ook dat sommige bedrijven nog voorzichtig zijn; een overstap op gecertificeerde cacao vergt enorme investeringen in de sector. „Meer dan 95 procent van de cacao komt van kleine familiebedrijfjes. Vanuit het ontwikkelingsperspectief is dat gunstig, omdat je zo kleine boeren kunt helpen, maar het betekent ook dat al die mensen een training nodig hebben en hun landbouwpraktijken moeten aanpassen.”

Niet iedereen deelt het optimisme. Martin Versteeg, directeur van overslagbedrijf CWT en directeur van de European Cocoa Association, denkt dat de intentieverklaring „meer een wens is dan realiteit”. Honderd procent duurzame chocoladeletters is mooi, maar dat gaat slechts over een korte periode in het jaar, in een klein land. „Je praat over niks. We moeten bekijken hoe we de grote cacaostromen kunnen verduurzamen.”

Versteeg denkt dat het niet gaat lukken, alle cacao in Nederland duurzaam in 2025. „Voorlopig is de vraag veel groter dan het aanbod. De hele cacaowereld moet worden omgegooid. Het gaat maar al te vaak zo: wij stellen de norm en dan moet de rest van de wereld daar maar even aan voldoen. Maar je kunt wel zeggen dat de hele cacaogemeenschap hier nu mee bezig is.”