Tolpoortjes in Afrika

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten, elke maandag vanuit een ander land.

De droom van Tineke Netelenbos lijkt uit te komen. In Afrika. Om vele tientallen kilometers nieuw asfalt rond Johannesburg en Pretoria af te betalen, gaan de inwoners van de rijkste provincie van Zuid-Afrika rekeningrijden. Wanneer is nog niet helemaal duidelijk, nu vakbonden, media en de plaatselijke ANWB met kritiek op de tariefstructuur uitstel hebben bedongen. Maar tolpoortjes, met vrolijke vogelnamen als ‘Kiewiet’, ‘Kwikkie’ en ‘Ivusi’ (bij de zwarte township), zijn al gebouwd en stralen ’s avonds een mysterieus blauw licht uit dat dadelijk de ‘e-tag’ registreert en per kilometer 4 eurocent in rekening brengt.

Daar krijgt de Zuid-Afrikaan wel wat voor terug. De N1 tussen Johannesburg en Pretoria is op sommige plekken liefst veertien banen breed. Om de economische motor van het land draaiende te houden, redeneerde de regering van president Thabo Mbeki een jaar of tien geleden, mag Johannesburg niet de hele dag in de file staan. Die investering kostte bijna 3 miljard euro, maar als burgers en bedrijven via rekeningrijden zouden meebetalen, zou iedereen uiteindelijk profiteren.

De snelwegen in Zuid-Afrika zijn voor Afrikaanse begrippen uniek. Elders op het continent is het vaak behelpen met smalle wegen die door te veel vrachtverkeer vergeven zijn van de potholes. Soms kun je beter een onverharde weg treffen, dan een weg die vele jaren terug is geasfalteerd en door de tand des tijds in een kraterlandschap veranderd is. Dat moet anders, vindt Zuid-Afrika. Het land wil graag zaken doen in de rest van het continent, en dat vereist betere onderlinge verbindingen.

Het Zuid-Afrikaanse supermarktconcern Shoprite, de grootste grootgrutter van het continent, heeft filialen tot in Nigeria, Madagascar en het slechts door land omgeven Zambia. Omdat Zambia maar een fractie produceert van wat Shoprite verkoopt, worden veel voorraden vanuit Zuid-Afrika over de weg aangevoerd. Een vrachtwagen uit Johannesburg doet soms bijna een week over de 1.500 kilometer naar de Zambiaanse hoofdstad Lusaka. Dat komt deels door de slechte wegen en deels door de bureaucratie bij grensovergangen. Shoprite moet bij de douanes van Zimbabwe en Zambia per truck zo’n 1.600 documenten overleggen.

Afgelopen weekend confereerden de leiders van de Afrikaanse Unie over plannen om de handel in Afrika te versimpelen. Slechts 12 procent van alle handel op het continent vindt volgens de Wereldbank plaats tussen Afrikaanse landen onderling. In Latijns Amerika is dat 35 procent, in Europa 70 procent. Zuid-Afrika, dat een economisch steeds dominantere rol speelt, verhandelt 85 procent van zijn producten buiten Afrika. Om de interne handel te versterken heeft de Unie daarom besloten interne tariefmuren af te breken en in 2017, naar Europees voorbeeld, tot één grote Afrikaanse vrijhandelszone te komen. Dat zal vooral Zuid-Afrika, de grootste en meest ontwikkelde economie van Afrika, geen windeieren leggen. Maar om de producten elders op het continent te krijgen, zullen ook de transportmogelijkheden moeten verbeteren. Zuid-Afrika’s voormalige minister van Financiën, Trevor Manuel, is door de Afrikaanse Unie aangezocht als voorzitter van het ‘Presidential Infrastructure Promotion Initiative’, dat snelle verbindingen wil aanleggen van Kaïro tot Kaapstad en van Dakar tot Djibouti.

Maar wie gaat al die nieuwe Afrikaanse snelwegen betalen? Als tariefmuren worden afgebroken, verdwijnt voor veel Afrikaanse landen een belangrijke bron van inkomsten. Door een vrijhandelsakkoord met Zuid-Afrika is het nietige Swaziland bijkans failliet. De ANWB in Zuid-Afrika heeft daar wel gedachten over. Want was het niet dezelfde Trevor Manuel die verantwoordelijk was voor het kostbare project om Johannesburg en Pretoria weer in beweging te krijgen en besloot de wegen te ‘beprijzen’? Gaat heel Afrika straks rekeningrijden?

Peter Vermaas