Sarkozy als realpolitiker

Of hij in de race is voor een tweede termijn bij de aanstaande presidentsverkiezingen wil hij nog niet bevestigen, maar de Franse president Nicolas Sarkozy geeft al vast een schot voor de boeg van zijn rivalen. Hij schetste gisteren de contouren van zijn plan om de Franse economie te revitaliseren. Een lastenverlichting voor bedrijven, te financieren met een verhoging van de btw, een impuls voor de bouwnijverheid en het opzetten van een nationale bank voor het midden- en kleinbedrijf maken daar deel vanuit. Bedrijven moeten meer onderhandelingsruimte krijgen om tot flexibeler en langere werktijden voor hun werknemers te komen, een verdere afbraak dus van de 35-urige werkweek.

Sarkozy’s program is in veel opzichten de antithese van dat van zijn belangrijkste tegenstrever in de verkiezingen, François Hollande. Hoewel deze socialist de impuls voor de bouw deelt, streeft hij juist naar een betere handhaving van de 35-urige werkweek, een belastinghervorming die meer inkomen voor de staat moet realiseren en vooral de hogere inkomens raakt, en een pensioenleeftijd die wordt gehandhaafd op 60 jaar. De budgettaire dekking van beide plannen is onduidelijk, maar dat is bij Franse presidentsverkiezingen niet ongewoon.

De Franse burger heeft zo bezien wel iets te kiezen. Maar in de praktijk zal dit beduidend minder het geval zijn. Een te ver afwijkend economisch beleid is in Europa nauwelijks meer mogelijk. François Mitterrand moest begin jaren tachtig een vernederende tournure maken toen zijn afwijkende Keynesiaanse beleid leidde tot een groeiende kapitaalvlucht. Dat was tijdens de vorige grote crisis. In de huidige heeft Frankrijk vrijwel geen andere keus dan Duitsland te volgen, dat op dit moment ten volle profiteert van ‘Harz IV’, de structurele hervormingen die zeven jaar geleden onder de sociaal-democraat Gerhard Schröder werden doorgevoerd – rond de tijd dat Frankrijk weer volop discussieerde over de 35-urige werkweek.

De cijfers, volgens IMF-prognoses voor dit jaar, spreken voor zich. AAA-land Duitsland heeft een begrotingstekort van 1,1 procent, een dalende staatsschuld, een overschot op de betalingsbalans van 5 procent en een werkloosheid van 6 procent. Frankrijk is zojuist afgewaardeerd, heeft een begrotingstekort van 4,6 procent, een stijgende staatsschuld, een tekort op de betalingsbalans van 2,5 procent en een werkloosheid van 9,2 procent. De Duitse staatsuitgaven bedragen 45 procent van de omvang van de economie, de Franse maar liefst 56 procent.

Het land dat zichzelf binnen de eurozone beschouwt als de natuurlijke tegenhanger van en medebeslisser met Duitsland, kan het zich niet permitteren te ver op achterstand te raken. De nieuwe president van Frankrijk heeft minder te kiezen dan het lijkt. Het pleit voor Sarkozy dat hij daar in elk geval niet voor wegloopt.