Rebellen op 20 minuten van Damascus

Zelfs in voorsteden van Damascus waren enkele dagen gewapende rebellen op straat. Maar het Syrische leger vecht hard terug. „Zo hebben we het nog niet meegemaakt.”

Rebellen van het Vrije Syrische Leger (FSA) van de oppositie zeggen zich vannacht tijdelijk van straat te hebben teruggetrokken in de voorsteden ten (noord)oosten van Damascus. Sinds enkele dagen vertoonden zich daar de legerdeserteurs die deel uitmaken van het FSA en andere gewapende activisten openlijk op straat, op maar tien, twintig minuten rijden van het regeringscentrum in de hoofdstad. Regeringstroepen hebben tegen hen een groot offensief gelanceerd.

Volgens oppositiegroepen zijn bij de gevechten in de agglomeratie van de hoofdstad dit weekeinde meer dan twintig doden gevallen. Inwoners zaten zonder stroom en konden wegens de gevechten hun huis niet uit. Damascus is van hieruit onbereikbaar doordat het leger het gebied heeft omsingeld.

De opstand tegen het regime van Bashar al-Assad raakt meer en meer gemilitariseerd. De oppositie blijft verdeeld, en het Vrije Syrische Leger is ook volgens de oppositie zelf geen coherente strijdmacht maar een losse verzameling gevechtseenheden van lichtgewapende deserteurs. Er is geen duidelijke commandostructuur. Het FSA is in theorie niet tegen het regeringsleger opgewassen.

Maar bewoners van de voorsteden en plaatselijke activisten meldden afgelopen weekeinde telefonisch dat duizenden gewapende rebellen stand hielden tegen de zwaar gewapende regeringstroepen die over tientallen tanks en pantservoertuigen beschikken. „Zoals het leger gisteren heeft huisgehouden hebben we nog niet eerder meegemaakt”, zei bewoner Abu Abdu. „Ze vielen de stad binnen met tanks en pantservoertuigen, maar ze waren niet in staat om het FSA te verdrijven.”

Na twee dagen vechten trok het FSA zich terug, hoewel de oppositie vandaag sprak van „aanwezigheid” van het leger in de voorsteden, eerder dan „controle”.

„We verstoppen ons bijna de hele dag in de keuken. Buiten op straat is het overdag onveilig”, zei een inwoner gisteren.

In de conservatieve voorsteden in de Ghoutavallei, waaronder Saqba, Arbin en Kafr Batna, stuk voor stuk plaatsen met rond de 70.000 inwoners, en in het grotere Douma, is vanaf het begin van de opstand, half maart, massaal gedemonstreerd tegen het regime. De rebelleneenheden kunnen hier lang standhouden omdat ze worden gesteund door de lokale bevolking. Ze kunnen zich in kleine steegjes verbergen. Er is sprake van een soort stadsguerrilla.

Een lokale geestelijke zei gisteren telefonisch: „De regering heeft geen gehoor gegeven aan de eisen van vreedzame demonstranten. Gewapend verzet is blijkbaar de enige taal die ze begrijpt.”

De hoofdstad zelf wordt alleen door een snelweg van de voorsteden gescheiden. Maar een belangrijk deel van de steun die het regime nog heeft bevindt zich daar: de eigen alawitische minderheid, christenen, de middenklasse die de laatste jaren van economische liberalisering onder Assad rijk is geworden. Daarom is het daar de afgelopen maanden rustig gebleven. De deelnemers aan de demonstraties vóór het regime die er plaatshadden – vorige week nog – waren niet allemaal verplicht aanwezig. Assads regime heeft hun ingepompt dat hun bestaan in gevaar komt mocht een fundamentalistisch-sunnitisch bewind in zijn plaats aan de macht komen.

De verschillende oppositiegroepen, de Syrische Nationale Raad voorop, bezweren dat ze een democratische regering nastreven waarin alle minderheden zijn vertegenwoordigd en worden gerespecteerd. Maar deze groepen geloven daar niet in. Uit opiniepeilingen via Facebook blijkt dat Assad nog behoorlijk wat aanhang heeft, aldus een analyserend artikel op de website Syria Comment. Overigens waarschuwt het artikel dat deze peilingen niet werkelijk representatief zijn, omdat burgers zonder internetaansluiting of Facebookaccount niet meedoen.

Daarom lijkt het regime op dit moment nog niet in direct gevaar te komen, ook al komen gewapende rebellen steeds dichterbij. Minister van Binnenlandse Zaken Mohammed al-Shaar verklaarde zaterdag dat de regering vastbesloten is het land te zuiveren van „bandieten” en de orde te herstellen. Hij herhaalde het refrein van de overheid dat „terroristische groepen onschuldige mensen doden en van hun bezittingen beroven”.

Maar oppositiegroepen zeggen dat het aantal deserties nu aanzienlijk toeneemt. In de buurt van Damascus zouden deserteurs ook vier tanks hebben meegenomen. Dit bericht is niet van onafhankelijke zijde bevestigd.

De oppositie houdt vol dat de eenheden van het Vrije Syrische Leger geen offensieve acties ondernemen, maar alleen geweldloze demonstranten tegen het leger en de politie beschermen. Tijdens de telefoongesprekken was op de achtergrond het Allahu akbar – God is groot – te horen dat demonstranten scandeerden, samen met artillerievuur van het leger. De demonstraties houden aan, het geweld neemt toe.