Politiebonden voorzien problemen met boerkaverbod

Het kabinet kondigde vrijdag een verbod aan op het dragen van gelaatsbedekkende kleding op straat.

Rotterdam. De politie zal het boerkaverbod niet volledig uitvoeren. Dat verwachten de politiebonden ACP en NPB, waarbij samen meer dan 50.000 politieagenten zijn aangesloten. Beide betwijfelen of het dragen van een boerka een veiligheidsrisco met zich meebrengt, zoals het kabinet stelt.

Vrijdag kondigde het kabinet een verbod aan op het dragen van gelaatsbedekkende kleding op straat zoals bivakmutsen, boerka’s en motorhelmen onder bepaalde omstandigheden. Wie het verbod overtreedt, krijgt een boete van 390 euro. Daarmee is de veiligheid en openbare orde gediend, aldus minister Opstelten (VVD, Veiligheid en Justitie).

Opstelten vindt dat de politie het voorgestelde boerkaverbod, als dat eenmaal door het parlement is aangenomen, gewoon moet handhaven. „De minister gaat ervan uit dat de politie de wet loyaal uitvoert”, zo benadrukte zijn woordvoerder.

De ACP, met 23.500 leden, voorziet juridische problemen met het boerkaverbod. ACP-voorzitter Gerrit van de Kamp: „Als wordt gezegd dat vrouwen worden gedwongen tot het dragen van een boerka, dan is het juridisch onzeker of je de vrouw daarvoor kunt beboeten. Daarvoor moet je sancties treffen tegen degene die haar dwingt.” Van de Kamp verwacht dan ook dat er de komende maanden nog de nodige juridische complicaties met het kabinetsbesluit aan het licht zullen komen.

De voorzitter van de politiebond Jan Willem van de Pol noemt de plannen „symboolwetgeving”. Hij kondigt aan dat zijn bond agenten juridisch gaat bijstaan als zij het boerkaverbod overtreden. De Raad van Hoofdcommissarissen heeft inmiddels laten weten dat handhaving van het boerkaverbod een lokale verantwoordelijkheid is voor de burgemeesters. Die nemen vooralsnog een afwachtende houding aan, omdat het alleen nog plannen betreft.

De Raad van State, de belangrijkste wetgevingsadviseur van het kabinet, had al eerder scherpe kritiek op het voorstel. NRC